Economie H2. Verdelen van de welvaart
§ 1. Belasting betalen
Welke belastingen betaal je?
Voor het herverdelen van inkomens en om de uitgaven van de overheid te financieren, heft de
overheid belasting. Er zijn 2 soorten belastingen:
- Directe belastingen: belastingen op naam die worden geheven op inkomen, winst en
vermogen.
- Indirecte belastingen: kostprijsverhogende belastingen op producten en diensten.
Een voorbeeld van een directe belasting is loonheffing: belasting op arbeid, welke bestaat uit
loonbelasting en premie volksverzekeringen.
Verschillende belastingstelsels
Voor de inkomstenbelasting heeft de overheid de keuze uit 3 verschillende belastingstelsels:
1. Een degressief belastingstelsel: hetzelfde bedrag aan belasting voor iedereen degressief
tarief: tarief waarbij hogere inkomens procentueel minder belasting betalen als je meer
gaat verdienen daalt de gemiddelde belastingdruk: belastingbedrag uitgedrukt in een
percentage van het inkomen.
2. Een proportioneel belastingstelsel: hetzelfde percentage aan belasting voor iedereen
proportioneel tarief: tarief waarbij iedereen procentueel evenveel belasting betaalt
(vlaktaks) als je meer gaat verdienen blijft de gemiddelde belastingdruk gelijk.
3. Een progressief belastingstelsel: een stijgend percentage aan belasting voor hogere
inkomens progressief tarief: tarief waarbij hogere inkomen procentueel meer belasting
betalen als je meer gaat verdienen stijgt de gemiddelde belastingdruk.
Het Nederlandse belastingstelsel
Het Nederlandse belastingstelsel werkt met het boxenstelsel: belastingstelsel waarbij de inkomens
ingedeeld worden in boxen, elk met een eigen belastingtarief.
- Box 1: inkomen uit werk en wonen. In deze box is er hypotheekrenteaftrek: hypotheekrente,
die, voor het berekenen van de te betalen belasting, van het inkomen afgetrokken mag
worden. In deze box is er een progressief belastingtarief via de inkomstenschijven.
- Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang. Van toepassing als je > 5% aandelen in één bedrijf
bezit proportioneel belastingtarief van 25%.
- Box 3: inkomen uit vermogen (sparen en beleggen). Proportioneel tarief van 30% over een
fictief rendement van 4%.
Als de overheid een inkomen te laag vindt om van te leven is er een negatieve inkomensbelasting:
subsidie van de overheid om een bepaald minimuminkomen na belastingheffing te garanderen. Als je
meer gaat verdienen kun je in een hogere inkomensschijf komen het hoogste belastingtarief waar
je in valt is het marginale tarief: het tarief
dat van toepassing is op het extra
inkomen dat een belastingbetaler
verdient. Hiernaast zijn de schijven te
zien van het belastingstelsel in box 1.
§ 1. Belasting betalen
Welke belastingen betaal je?
Voor het herverdelen van inkomens en om de uitgaven van de overheid te financieren, heft de
overheid belasting. Er zijn 2 soorten belastingen:
- Directe belastingen: belastingen op naam die worden geheven op inkomen, winst en
vermogen.
- Indirecte belastingen: kostprijsverhogende belastingen op producten en diensten.
Een voorbeeld van een directe belasting is loonheffing: belasting op arbeid, welke bestaat uit
loonbelasting en premie volksverzekeringen.
Verschillende belastingstelsels
Voor de inkomstenbelasting heeft de overheid de keuze uit 3 verschillende belastingstelsels:
1. Een degressief belastingstelsel: hetzelfde bedrag aan belasting voor iedereen degressief
tarief: tarief waarbij hogere inkomens procentueel minder belasting betalen als je meer
gaat verdienen daalt de gemiddelde belastingdruk: belastingbedrag uitgedrukt in een
percentage van het inkomen.
2. Een proportioneel belastingstelsel: hetzelfde percentage aan belasting voor iedereen
proportioneel tarief: tarief waarbij iedereen procentueel evenveel belasting betaalt
(vlaktaks) als je meer gaat verdienen blijft de gemiddelde belastingdruk gelijk.
3. Een progressief belastingstelsel: een stijgend percentage aan belasting voor hogere
inkomens progressief tarief: tarief waarbij hogere inkomen procentueel meer belasting
betalen als je meer gaat verdienen stijgt de gemiddelde belastingdruk.
Het Nederlandse belastingstelsel
Het Nederlandse belastingstelsel werkt met het boxenstelsel: belastingstelsel waarbij de inkomens
ingedeeld worden in boxen, elk met een eigen belastingtarief.
- Box 1: inkomen uit werk en wonen. In deze box is er hypotheekrenteaftrek: hypotheekrente,
die, voor het berekenen van de te betalen belasting, van het inkomen afgetrokken mag
worden. In deze box is er een progressief belastingtarief via de inkomstenschijven.
- Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang. Van toepassing als je > 5% aandelen in één bedrijf
bezit proportioneel belastingtarief van 25%.
- Box 3: inkomen uit vermogen (sparen en beleggen). Proportioneel tarief van 30% over een
fictief rendement van 4%.
Als de overheid een inkomen te laag vindt om van te leven is er een negatieve inkomensbelasting:
subsidie van de overheid om een bepaald minimuminkomen na belastingheffing te garanderen. Als je
meer gaat verdienen kun je in een hogere inkomensschijf komen het hoogste belastingtarief waar
je in valt is het marginale tarief: het tarief
dat van toepassing is op het extra
inkomen dat een belastingbetaler
verdient. Hiernaast zijn de schijven te
zien van het belastingstelsel in box 1.