OUDEREN
LES 1
3 NIVEAUS
1. Beroepsactieve senioren
2. Senioren die de pensioenleeftijd bereikt hebben
3. Senioren die in de woonzorgcentra of serviceflats, die bijkomende hulp of ondersteuning nodig
hebben
AANTAL OUDEREN IN VLAANDEREN EN HUN SPORTVOORKEUREN:
Type 4 en 5 kwetsbare senioren: deze senioren hebben een hoge sociale, emotionele en fysieke
kwetsbaarheid. Er is een hoge mate van sedentair gedrag en gebrek aan beweging.
Type 3 niet actieve / sedentaire senioren: deze senioren hebben een middelmatige sociale, emotionele of
fysieke kwetsbaarheid. Deze ouderen gaan minder snel vereenzamen en zijn doorgaans nog ondernemend.
Ook zij hebben gebrek aan beweging en een vrij hoge mate van sedentair gedrag.
Type 1 en 2 actieve ouderen: hebben een lage sociale, emotionele en fysieke kwetsbaarheid. Je vindt ze vaak
terug als vrijwilliger of lid van een sportclub of socioculturele vereniging. Ze bewegen meerdere keren in de
week en zijn zich min of meer bewust van de gevolgen van sedentair gedrag.
, STIJGING IN LEVENSVERWACHTING:
VERGRIJZING/VERZILVERING:
het verschijnsel dat de percentage ouderen toeneemt noemen we vergrijzing.
Men hield niet alleen rekening met de vier demografische bewegingen (sterfte, vruchtbaarheid, interne en
externe immigratie) maar ook met de naturalisaties en de regularisaties.
De kuststeden en randgemeenten rond steden vergrijzen meer
Er zijn meer vrouwen onder de ouderen
Ouderen zijn financieel slagkrachtiger dan vroeger (‘babyboomers’)
Het gemiddeld aantal jaren van zorgafhankelijkheid verschuift naar een latere leeftijd
Het stimuleren van de zelfredzaamheid is een belangrijk uitgangspunt (KLUsC, ...)
Het vrijetijdsaanbod voor ouderen is groot en breidt uit
Ouderen streven naar een verhoogde levenskwaliteit (reizen, recreëren, bewegen, ... )
BEELDVORMING
Ageism: Ouderen systematisch op een stereotypische en negatieve manier portretteren. Ageism kan
geïnstitutionaliseerd zijn in de wetten en regels of het kan interpersoonlijk optreden d.m.v. uitingen in sociale
interacties.
Meer fysieke kwalen en ongemakken
Versnelde cognitieve achteruitgang
Verminderde sociale/seksuele relaties (eenzaamheid)
Risico op agressie t.o.v. ouderen (verbaal/non verbaal)
LES 1
3 NIVEAUS
1. Beroepsactieve senioren
2. Senioren die de pensioenleeftijd bereikt hebben
3. Senioren die in de woonzorgcentra of serviceflats, die bijkomende hulp of ondersteuning nodig
hebben
AANTAL OUDEREN IN VLAANDEREN EN HUN SPORTVOORKEUREN:
Type 4 en 5 kwetsbare senioren: deze senioren hebben een hoge sociale, emotionele en fysieke
kwetsbaarheid. Er is een hoge mate van sedentair gedrag en gebrek aan beweging.
Type 3 niet actieve / sedentaire senioren: deze senioren hebben een middelmatige sociale, emotionele of
fysieke kwetsbaarheid. Deze ouderen gaan minder snel vereenzamen en zijn doorgaans nog ondernemend.
Ook zij hebben gebrek aan beweging en een vrij hoge mate van sedentair gedrag.
Type 1 en 2 actieve ouderen: hebben een lage sociale, emotionele en fysieke kwetsbaarheid. Je vindt ze vaak
terug als vrijwilliger of lid van een sportclub of socioculturele vereniging. Ze bewegen meerdere keren in de
week en zijn zich min of meer bewust van de gevolgen van sedentair gedrag.
, STIJGING IN LEVENSVERWACHTING:
VERGRIJZING/VERZILVERING:
het verschijnsel dat de percentage ouderen toeneemt noemen we vergrijzing.
Men hield niet alleen rekening met de vier demografische bewegingen (sterfte, vruchtbaarheid, interne en
externe immigratie) maar ook met de naturalisaties en de regularisaties.
De kuststeden en randgemeenten rond steden vergrijzen meer
Er zijn meer vrouwen onder de ouderen
Ouderen zijn financieel slagkrachtiger dan vroeger (‘babyboomers’)
Het gemiddeld aantal jaren van zorgafhankelijkheid verschuift naar een latere leeftijd
Het stimuleren van de zelfredzaamheid is een belangrijk uitgangspunt (KLUsC, ...)
Het vrijetijdsaanbod voor ouderen is groot en breidt uit
Ouderen streven naar een verhoogde levenskwaliteit (reizen, recreëren, bewegen, ... )
BEELDVORMING
Ageism: Ouderen systematisch op een stereotypische en negatieve manier portretteren. Ageism kan
geïnstitutionaliseerd zijn in de wetten en regels of het kan interpersoonlijk optreden d.m.v. uitingen in sociale
interacties.
Meer fysieke kwalen en ongemakken
Versnelde cognitieve achteruitgang
Verminderde sociale/seksuele relaties (eenzaamheid)
Risico op agressie t.o.v. ouderen (verbaal/non verbaal)