1 INLEIDING
1.1 PRIMAIR VS SECUNDAIR METABOLISME
1.1.1 Primaire metabolisme
1. Katabolisme: voedingsstoffen kleinere fragmenten
2. Amfibolisme: kleine fragmenten organische zuren en fosfaat esters
3. Anabolisme: synthese macromoleculen zoals polysachariden, proteïnen en nucleïnezuren
1.1.2 Secundaire metabolisme
Extreme variabiliteit + soortspecificiteit
Secundaire metabolieten ontstaan uit het primaire metabolisme
Fosfo-enolpyruvaat (PEP)
o shikimizuren + acetyl-coA + AZ
o AZ proteïnen (primair en secundair) + alkaloïden (secundair)
o Shikimizuren fenylpropaanderivaten ( flavanoiden)
o Acetyl-coA terpenoiden
1.2 AANRIJKEN VAN ACTIEVE BESTANDDELEN
Delen met hoge concentraties actief bestanddeel uitgedroogd (inactivering van enzymen
+ beperking microbiële groei)
Bereidingen:
o Aetherolea (vluchtige olien)
Stoomdestillatie, droge destillatie of het persen van materiaal van
botanische oorsprong
Spiritus: verdund in ethanol
o Extracta (extracten): vloeibare, halfvaste of vaste bereidingen van geneeskrachtige
kruiden in geschikte solventen
Extracta fluida:
1 deel extract = 1 deel plantaardig materiaal
In ethanol of water
Tincturae:
1 deel plantaardig = 5-10 delen solvent
Maceratie, percolatie of in ethanol
Extracta sicca/spissa:
Vloeibaar extract (bijna) droogdampen
Oleoresina (olieharsen):
Halfvast
Hars in vluchtige of plantaardige olie (na verdamping solvent)
2 FENYLPROPAAN-DERIVATEN
Enkel plantaardige organismen
Polyfenolen
o Ortho = shikimizuur-weg (fenylpropanen)
o Meta = acetaat-malonaat weg (acetogeninen)
, 2.1 FENYLPROPAANDERIVATEN (C6C3)
Typemolecule: chlorogeenzuur
o Ester van koffiezuur en kinazuur
o Alkalisch midden groene kleur
o In bijna alle planten + gedroogde bladeren artisjok (cynara scolymus)
o Choleretische werking
2.1.1 In harsen
Harsen = excreties die spontaan onder normale omstandigheden of slechts na verwonden
door planten of bomen worden gevormd
Ontstaan: coniferylalkohol buiten verharst
Bevatten: fenylpropanen en complexe terpenoide structuren
Balsems = oleoresines waarin belangrijke hvlheden benzoëzuur, kaneelzuur en hun esters
voorkomen
2.1.1.1Balsamum tolutanum
Uit verwonde stam van myroxylon toluiferum (Fabaceae)
Bestanddelen: esters van kaneelzuur + terpenoide harsalcoholen (+ cinnameine. Vrije
balsemzuren)
Werking: expectorans (slijmproducerend) in hoestsiropen
2.1.2 In vluchtige olien
Typemolecule: t-anethol
o Stoomdestillatie
o Pimpinella Anisum (Apiaceae) of Illicium Verum (illiciaceae)
o Cis-anethol (zeer giftig, nevenproduct productie)
o Werking: smaakcorrigens + expectorans in hoestsiropen
2.2 CUMARINEN
2.2.1 Simpele cumarinen
Lactonen van specifieke ortho-hydroxycarbonzuren
Hooireuk van gedroogd gras
Drogen o-cumaarzuur o cis-vorm (cumarinezuur) door isomerase activiteit of UV
bestraling cumarine
Blauwe tot violette fluorescentie
Typemolecule: dicumarol
o Uit melilotezuur door micro-organismen (aspergillus fumigatus, penicillium jensenii)
o Vit K antagonist (inhibitie synthese protrombine, stollingsfactoren 7, 9 en 10)
o Werking: anticoagulantia
o Warfarine: rattengif
2.2.2 Furanocumarinen
Furaanring
Resp. psoralenen en angelicinen
Psoralenen: fotosensibiliserende werking op de huid (EM straling lichte inductie erytheem-
en melanine-vorming + sterke inductie huidlesies)
Typemolecule: 8-methoxypsoraleen
o Ammi Majus (Apiaceae)
o Verhoogt melanine-vorming van UV-bestraalde huid
o PUVA therapie (tegen vitiligo en psoriasis)
1.1 PRIMAIR VS SECUNDAIR METABOLISME
1.1.1 Primaire metabolisme
1. Katabolisme: voedingsstoffen kleinere fragmenten
2. Amfibolisme: kleine fragmenten organische zuren en fosfaat esters
3. Anabolisme: synthese macromoleculen zoals polysachariden, proteïnen en nucleïnezuren
1.1.2 Secundaire metabolisme
Extreme variabiliteit + soortspecificiteit
Secundaire metabolieten ontstaan uit het primaire metabolisme
Fosfo-enolpyruvaat (PEP)
o shikimizuren + acetyl-coA + AZ
o AZ proteïnen (primair en secundair) + alkaloïden (secundair)
o Shikimizuren fenylpropaanderivaten ( flavanoiden)
o Acetyl-coA terpenoiden
1.2 AANRIJKEN VAN ACTIEVE BESTANDDELEN
Delen met hoge concentraties actief bestanddeel uitgedroogd (inactivering van enzymen
+ beperking microbiële groei)
Bereidingen:
o Aetherolea (vluchtige olien)
Stoomdestillatie, droge destillatie of het persen van materiaal van
botanische oorsprong
Spiritus: verdund in ethanol
o Extracta (extracten): vloeibare, halfvaste of vaste bereidingen van geneeskrachtige
kruiden in geschikte solventen
Extracta fluida:
1 deel extract = 1 deel plantaardig materiaal
In ethanol of water
Tincturae:
1 deel plantaardig = 5-10 delen solvent
Maceratie, percolatie of in ethanol
Extracta sicca/spissa:
Vloeibaar extract (bijna) droogdampen
Oleoresina (olieharsen):
Halfvast
Hars in vluchtige of plantaardige olie (na verdamping solvent)
2 FENYLPROPAAN-DERIVATEN
Enkel plantaardige organismen
Polyfenolen
o Ortho = shikimizuur-weg (fenylpropanen)
o Meta = acetaat-malonaat weg (acetogeninen)
, 2.1 FENYLPROPAANDERIVATEN (C6C3)
Typemolecule: chlorogeenzuur
o Ester van koffiezuur en kinazuur
o Alkalisch midden groene kleur
o In bijna alle planten + gedroogde bladeren artisjok (cynara scolymus)
o Choleretische werking
2.1.1 In harsen
Harsen = excreties die spontaan onder normale omstandigheden of slechts na verwonden
door planten of bomen worden gevormd
Ontstaan: coniferylalkohol buiten verharst
Bevatten: fenylpropanen en complexe terpenoide structuren
Balsems = oleoresines waarin belangrijke hvlheden benzoëzuur, kaneelzuur en hun esters
voorkomen
2.1.1.1Balsamum tolutanum
Uit verwonde stam van myroxylon toluiferum (Fabaceae)
Bestanddelen: esters van kaneelzuur + terpenoide harsalcoholen (+ cinnameine. Vrije
balsemzuren)
Werking: expectorans (slijmproducerend) in hoestsiropen
2.1.2 In vluchtige olien
Typemolecule: t-anethol
o Stoomdestillatie
o Pimpinella Anisum (Apiaceae) of Illicium Verum (illiciaceae)
o Cis-anethol (zeer giftig, nevenproduct productie)
o Werking: smaakcorrigens + expectorans in hoestsiropen
2.2 CUMARINEN
2.2.1 Simpele cumarinen
Lactonen van specifieke ortho-hydroxycarbonzuren
Hooireuk van gedroogd gras
Drogen o-cumaarzuur o cis-vorm (cumarinezuur) door isomerase activiteit of UV
bestraling cumarine
Blauwe tot violette fluorescentie
Typemolecule: dicumarol
o Uit melilotezuur door micro-organismen (aspergillus fumigatus, penicillium jensenii)
o Vit K antagonist (inhibitie synthese protrombine, stollingsfactoren 7, 9 en 10)
o Werking: anticoagulantia
o Warfarine: rattengif
2.2.2 Furanocumarinen
Furaanring
Resp. psoralenen en angelicinen
Psoralenen: fotosensibiliserende werking op de huid (EM straling lichte inductie erytheem-
en melanine-vorming + sterke inductie huidlesies)
Typemolecule: 8-methoxypsoraleen
o Ammi Majus (Apiaceae)
o Verhoogt melanine-vorming van UV-bestraalde huid
o PUVA therapie (tegen vitiligo en psoriasis)