Lotte Van der Schueren ORTH ‘22-’23 Dieter Gryp
Deontologie – een
kwestie van vertrouwen
Proloog: het goede doen
1. Moraal en ethiek
Moraal = Het geheel van waarden en normen die richting geven aan ons handelen en zin geven aan
wat we denken en doen. (In dagelijks leven bepalen we dit vaak intuïtief - morele intuïtie, opgebouwd
door socialisatie)
Ethiek = Het expliciteren en kritisch benaderen van morele standpunten en keuzes. Het is de
theoretische studie v/d moraal: een filosofische discipline die waarde- en normenstelsels onderzoekt
en onder woorden brengt + nagaat welke argumenten bepaalde keuzes voor dat goede legitimeren.
Disciplines binnen de moderne ethiek:
1) Theoretische ethiek
a) Meta-ethiek: zoekt naar de fundamenten v/d ethiek & bekijkt morele taalgebruik en
argumenteert.
b) Normatieve ethiek: zoekt naar theoretische kaders waarbinnen morele problemen
behandeld kunnen worden.
2) Toegepaste ethiek: bekijkt morele problemen binnen specifieke domeinen (bv. Bio- of
medische ethiek)
3) Empirische ethiek: betreft disciplines zoals moraalsociologie en –psychologie, waarbij
concrete waarden & normen onderzocht worden die gelden in een SL.
1
, Lotte Van der Schueren ORTH ‘22-’23 Dieter Gryp
1.1 De verwisselbaarheidsgedachte
Verwisselbaarheidsgedachte = het principe v. gelijkheid
--> Bij het innemen van een standpunt kent men de eigen belangen niet meer gewicht toe dan
de belangen van anderen. (Iedereen, incl. jezelf gelijk behandelen)
DUS een oordeel is pas moreel/ ethisch als het handelen aan het principe v. gelijkheid voldoet.
2. De rechtvaardigheidstheorieën
Binnen normatieve ethiek 3 grote stromingen (rechtvaardigheidstheorieën):
1) Het consequentialisme
2) De deontologie
3) De teologische of deugdenethiek
--> Deze geven een antwoord op hoe we morele standpunten kunnen legitimeren.
2.1 Consequentialisme
= Evalueert een handeling o.b.v. de toestand die die handeling veroorzaakt.
Een handeling is goed … als deze de best mogelijke gevolgen oplevert.
“The greatest happiness for the greatest number” - Bentham
!!! Algemeen belang is gevaarlijk voor minderheidsgroepen!!
2.2 Deontologie
= plichtenleer of beginselethiek. Het kijkt vooral naar de achterliggende intenties.
Een handeling is goed … als deze vertrekt vanuit de juiste intentie (principe)
‘Goede wil’ - morele plicht (Kant)
2.3 Consequentialisme en deontologie: een verhaal van
‘worden’ en ‘zijn’
- Consequentialisme spreekt in taal van ‘worden’ ⇒ Wat goed is, ligt NIET van tevoren vast,
maar wordt door ons allemaal bepaald.
- Deontologie spreekt in taal van ‘zijn’ ⇒ Handelen volgens universele principe. Taal v/d
wet
Vgl.: consequentialist = ingenieur & deontoloog = rechter
2.3.1 De doctrine van het dubbele effect en het trolleyprobleem
2
Deontologie – een
kwestie van vertrouwen
Proloog: het goede doen
1. Moraal en ethiek
Moraal = Het geheel van waarden en normen die richting geven aan ons handelen en zin geven aan
wat we denken en doen. (In dagelijks leven bepalen we dit vaak intuïtief - morele intuïtie, opgebouwd
door socialisatie)
Ethiek = Het expliciteren en kritisch benaderen van morele standpunten en keuzes. Het is de
theoretische studie v/d moraal: een filosofische discipline die waarde- en normenstelsels onderzoekt
en onder woorden brengt + nagaat welke argumenten bepaalde keuzes voor dat goede legitimeren.
Disciplines binnen de moderne ethiek:
1) Theoretische ethiek
a) Meta-ethiek: zoekt naar de fundamenten v/d ethiek & bekijkt morele taalgebruik en
argumenteert.
b) Normatieve ethiek: zoekt naar theoretische kaders waarbinnen morele problemen
behandeld kunnen worden.
2) Toegepaste ethiek: bekijkt morele problemen binnen specifieke domeinen (bv. Bio- of
medische ethiek)
3) Empirische ethiek: betreft disciplines zoals moraalsociologie en –psychologie, waarbij
concrete waarden & normen onderzocht worden die gelden in een SL.
1
, Lotte Van der Schueren ORTH ‘22-’23 Dieter Gryp
1.1 De verwisselbaarheidsgedachte
Verwisselbaarheidsgedachte = het principe v. gelijkheid
--> Bij het innemen van een standpunt kent men de eigen belangen niet meer gewicht toe dan
de belangen van anderen. (Iedereen, incl. jezelf gelijk behandelen)
DUS een oordeel is pas moreel/ ethisch als het handelen aan het principe v. gelijkheid voldoet.
2. De rechtvaardigheidstheorieën
Binnen normatieve ethiek 3 grote stromingen (rechtvaardigheidstheorieën):
1) Het consequentialisme
2) De deontologie
3) De teologische of deugdenethiek
--> Deze geven een antwoord op hoe we morele standpunten kunnen legitimeren.
2.1 Consequentialisme
= Evalueert een handeling o.b.v. de toestand die die handeling veroorzaakt.
Een handeling is goed … als deze de best mogelijke gevolgen oplevert.
“The greatest happiness for the greatest number” - Bentham
!!! Algemeen belang is gevaarlijk voor minderheidsgroepen!!
2.2 Deontologie
= plichtenleer of beginselethiek. Het kijkt vooral naar de achterliggende intenties.
Een handeling is goed … als deze vertrekt vanuit de juiste intentie (principe)
‘Goede wil’ - morele plicht (Kant)
2.3 Consequentialisme en deontologie: een verhaal van
‘worden’ en ‘zijn’
- Consequentialisme spreekt in taal van ‘worden’ ⇒ Wat goed is, ligt NIET van tevoren vast,
maar wordt door ons allemaal bepaald.
- Deontologie spreekt in taal van ‘zijn’ ⇒ Handelen volgens universele principe. Taal v/d
wet
Vgl.: consequentialist = ingenieur & deontoloog = rechter
2.3.1 De doctrine van het dubbele effect en het trolleyprobleem
2