Begrippenlijst ontwikkelingspsychologie
Psychologie De wetenschap van gedrag
Nativisme Alles ligt vast vanaf de geboorte. We ontwikkelen ons tot wat de
natuur ons heeft meegegeven. (nature)
Empirisme Nadruk op de rol van ervaring en opvoeding. Kind wordt geboren
als tabula rasa. (nurture)
Nature Natuurlijke aanleg die je meekrijgt via bevruchting.
Nurture Alle invloeden uit de omgeving.
Genetische psychologie Geloofden dat erfelijkheid de ontwikkeling bepaalt. Opvoeding
heeft geen belang. Maakten babybiografieën. Gingen over van
denken naar observatie! Focus op kinderen en jongeren.
Babybiografieën Systematische observaties over vorderingen in gedrag van eigen
kind.
Recapitulatietheorie De opvatting dat de ontwikkeling van ieder individu een versnelde
recapitulatie/herhaling is van de evolutie van primitieve naar
gecompliceerde levensvorm.
Ontwikkelingspsychologie Ontwikkeling is een leerproces. Ervaring speelt een grote rol;
opvoeding.
Behaviorisme Rol van ervaring, ontwikkeling als leerproces. Mens wordt
geboren zonder uitgetekend plan van opeenvolgende
ontwikkelingsfasen. Obv ervaringen ga je verder ontwikkelen.
Dramatische gebeurtenissen zorgen voor een versnelling in de
ontwikkeling.
Experiment Verband tussen 2 zaken zoeken (correlatie).
Survey Vragenlijst
Case studie Een uniek geval, 1 persoon/case onderzoeken.
Levenslooppsychologie Een psychologie waarin de mens bestudeerd wordt in heel zijn
ontwikkelingsgang, van in de baarmoeder tot de dood. Ziet
ontwikkeling als levenslang veranderingsproces.
Longitudinaal onderzoek Onderzoek over langere periode naar eenzelfde fenomeen of
gedrag van 1 groep mensen. 1 groep mensen op meerdere
momenten in de tijd meten voor eenzelfde fenomeen of gedrag.
Dwarsdoorsnede onderzoek Op eenzelfde moment verschillende groepen met elk een andere
leeftijd onderzoeken.
Cross-sequentieel onderzoek Combinatie van longitudinaal en dwarsdoorsnede onderzoek.
Verschillende groepen mensen (met elk andere leeftijd) op
verschillende momenten in de tijd onderzoeken.
Psychogerontologie Ouderdomskunde. Wat denkt een oudere mens, iemand die
gepensioneerd is? Welke veranderingen zijn er in gedrag?
Discontinuïteit Alles gebeurd in fases die bruusk in elkaar overgaan. Periodes met
stabiele verschijningswijzen worden afgewisseld door korte
overgangsfasen. Crisissen die je doormaakt en die je naar een
andere fase brengen. Kwalitatief: manier van denken, voelen,
handelen zien er anders uit in verschillende periodes.
Continuïteit Geleidelijke verandering van ene fase naar andere. Persoon is een
klein volwassen persoon en gaat steeds een beetje verder
ontwikkelen. Nieuwe vaardigheden ontstaan niet ineens, maar
zijn vaak al aanwezig in een eerdere periode. Kwantitatief:
veranderingen in hoeveelheid kennis en vaardigheden.
Psychologie De wetenschap van gedrag
Nativisme Alles ligt vast vanaf de geboorte. We ontwikkelen ons tot wat de
natuur ons heeft meegegeven. (nature)
Empirisme Nadruk op de rol van ervaring en opvoeding. Kind wordt geboren
als tabula rasa. (nurture)
Nature Natuurlijke aanleg die je meekrijgt via bevruchting.
Nurture Alle invloeden uit de omgeving.
Genetische psychologie Geloofden dat erfelijkheid de ontwikkeling bepaalt. Opvoeding
heeft geen belang. Maakten babybiografieën. Gingen over van
denken naar observatie! Focus op kinderen en jongeren.
Babybiografieën Systematische observaties over vorderingen in gedrag van eigen
kind.
Recapitulatietheorie De opvatting dat de ontwikkeling van ieder individu een versnelde
recapitulatie/herhaling is van de evolutie van primitieve naar
gecompliceerde levensvorm.
Ontwikkelingspsychologie Ontwikkeling is een leerproces. Ervaring speelt een grote rol;
opvoeding.
Behaviorisme Rol van ervaring, ontwikkeling als leerproces. Mens wordt
geboren zonder uitgetekend plan van opeenvolgende
ontwikkelingsfasen. Obv ervaringen ga je verder ontwikkelen.
Dramatische gebeurtenissen zorgen voor een versnelling in de
ontwikkeling.
Experiment Verband tussen 2 zaken zoeken (correlatie).
Survey Vragenlijst
Case studie Een uniek geval, 1 persoon/case onderzoeken.
Levenslooppsychologie Een psychologie waarin de mens bestudeerd wordt in heel zijn
ontwikkelingsgang, van in de baarmoeder tot de dood. Ziet
ontwikkeling als levenslang veranderingsproces.
Longitudinaal onderzoek Onderzoek over langere periode naar eenzelfde fenomeen of
gedrag van 1 groep mensen. 1 groep mensen op meerdere
momenten in de tijd meten voor eenzelfde fenomeen of gedrag.
Dwarsdoorsnede onderzoek Op eenzelfde moment verschillende groepen met elk een andere
leeftijd onderzoeken.
Cross-sequentieel onderzoek Combinatie van longitudinaal en dwarsdoorsnede onderzoek.
Verschillende groepen mensen (met elk andere leeftijd) op
verschillende momenten in de tijd onderzoeken.
Psychogerontologie Ouderdomskunde. Wat denkt een oudere mens, iemand die
gepensioneerd is? Welke veranderingen zijn er in gedrag?
Discontinuïteit Alles gebeurd in fases die bruusk in elkaar overgaan. Periodes met
stabiele verschijningswijzen worden afgewisseld door korte
overgangsfasen. Crisissen die je doormaakt en die je naar een
andere fase brengen. Kwalitatief: manier van denken, voelen,
handelen zien er anders uit in verschillende periodes.
Continuïteit Geleidelijke verandering van ene fase naar andere. Persoon is een
klein volwassen persoon en gaat steeds een beetje verder
ontwikkelen. Nieuwe vaardigheden ontstaan niet ineens, maar
zijn vaak al aanwezig in een eerdere periode. Kwantitatief:
veranderingen in hoeveelheid kennis en vaardigheden.