Oncologie
Inhoudsopgave
Leerdoelen:................................................................................................................................................... 2
Week 1:......................................................................................................................................................... 5
Week 2:......................................................................................................................................................... 7
Week 3:......................................................................................................................................................... 9
Week 4:....................................................................................................................................................... 22
Week 5:....................................................................................................................................................... 24
Week 6:....................................................................................................................................................... 32
Week 8:....................................................................................................................................................... 36
Week 9:....................................................................................................................................................... 42
Week 11:..................................................................................................................................................... 44
Week 12:..................................................................................................................................................... 47
Week 13...................................................................................................................................................... 48
Week 14:..................................................................................................................................................... 54
Week 15:..................................................................................................................................................... 56
,Leerdoelen:
• Kan de verschillen tussen een benigne en maligne uitleggen;
• De student kan de verschillende vormen van metastasering
uitleggen;
• Kan de exogone en endogene factoren voor het ontstaan van
kanker benoemen;
• Kan uitleggen hoe diagnostiek plaatsvindt en hoe verschillende
diagnostische onderzoeken elkaar aanvullen;
• Kan uitleggen hoe de stadiëring van kanker plaatsvindt;
• Kan uitleggen hoe DNA schade ontstaat;
• Kan de celcyclus uitleggen;
• Kan het ontstaan van kanker uitleggen op basis van de
celcyclus;
• Kan uitleggen wat oxidatieve stress is;
• de anatomie van de darmen beschrijven ;
• de fysiologie van de darmen beschrijven
• uitleggen hoe darmkanker ontstaat
• uitleggen welke verstoringen er ontstaan door darmkanker en
de bijbehorende behandelingen in het functioneren van de darmen.
• uitleggen hoe diagnostiek van darmkanker plaatsvindt
• uitleggen hoe het bevolkingsonderzoek darmkanker in zijn
werk gaat;
• uitleggen wanneer screening (bevolkingsonderzoek) zinvol is
aan de hand van het voorbeeld darmkanker
• uitleggen wat de meest voorkomende behandeling is bij
darmkanker afhankelijk van stadium en patiëntsituatie
• uitleggen wat het verband is tussen leefstijl en het ontstaan
van darmkanker
• kan uitleggen wat de relatie is tussen leefstijl en kanker
• kan de epidemiologische maten relatief risico, absoluut risico
toepassen
• kan uitleggen wat een cofounding en effectmodificatie is
• kan het risico berekeken op basis van gegevens uit
epidemiologische studies
• kan tabellen uit epidemiologische studies interpreteren
• De anatomie van de borst beschrijven;
,• De fysiologie van de borst beschrijven;
• Uitleggen hoe borstkanker ontstaat;
• Uitleggen hoe de diagnostiek van borstkanker plaatsvindt;
• Uitleggen hoe het bevolkingsonderzoek borstkanker in zijn
werk gaat;
• Uitleggen wanneer bevolkingsonderzoek (screening) zinvol is
aan de hand van het voorbeeld borstkanker;
• Uitleggen wat de meest voorkomende behandelingen van
borstkanker zijn.
• Kan de begrippen secundaire en tertiaire preventie toepassen;
• Kan uitleggen hoe de bevolkingsonderzoeken bijdragen aan de
preventie van kanker;
• Kan uitleggen welke vormen van secundaire en tertiaire
preventie mogelijk zijn tijdens de behandeling van kanker;
• Kan uitleggen waarom (p)rehabilitatieprogramma's niet voor
iedere persoon bijdragen aan preventie;
• Kan uitleggen waarom multidisciplinaire samenwerking
noodzakelijk is.
• de anatomie van de huid beschrijven;
• de fysiologie van de huid beschrijven;
• de verschillende type huidkanker herkennen;
• kan uitleggen hoe de verschillende type huidkanker ontstaan;
• kan uitleggen hoe de diagnostiek van huidkanker plaatsvindt;
• kan door toepassing van de ABCDE methode risicovolle
moedervlekken herkennen;
• de anatomie van de vrouwelijke geslachtsorganen beschrijven;
• de fysiologie van de vrouwelijke geslachtsorganen beschrijven;
• uitleggen welke verstoringen er ontstaan in het functioneren
van de geslachtsorganen door gynaecologische kanker en de
bijbehorende behandelingen;
• uitleggen hoe gynaecologische kanker ontstaat;
• uitleggen hoe de diagnostiek van gynaecologische kanker
plaatsvindt;
• benoemen welke behandelmethoden van gynaecologische
kanker toegeapst worden afhankelijk van de patientsituatie;
• uitleggen welke rol preventie speelt bij het verminderen van
risico op gynaecologische kanker.
• op basis van de celcyclus de werking van medicamenteuze
behandeling (klassieke chermotherapie en targeted therapy) van
kanker uitleggen;
• kan de verschillen benoemen tussen klassieke chemotherapie
en targeted therapy;
, • de anatomie van de prostaat beschrijven;
• de fysiologie van de prostaat beschrijven;
• uitleggen welke verstoringen er ontstaan door prostaatkanker
en de bijbehorende behandelingen in het functioneren van de
prostaat en het mannelijk lichaam;
• uitleggen hoe de diagnostiek van prostaatkanker plaatsvindt;
• uitleggen waarop keuzes voor bepaalde behandelingen
gemaakt worden aan de hand van het stadium en de situatie;
• uitleggen wanneer screening middels een bevolkingsonderzoek
wel en niet zinvol is aan de hand van het voorbeeld prostaatkanker;
• kan uitleggen wat de psychosociale gevolgen zijn van de
behandeling van prostaatkanker met hormoontherapie.
• Je kunt de belangrijkste voedingsaanbevelingen noemen voor
de preventie van een oncologische aandoening;
• Je kunt de voedingsgerelateerde klachten en bijwerkingen bij
de diagnose en behandeling van oncologische aandoeningen
uiteenzetten;
• Je kunt (het risico op) ondervoeding bij een patiënt met een
oncologische aandoening herkennen, kunt de gevolgen benoemen
en weet welke interventies ingezet kunnen worden.
• de anatomie van de long beschrijven;
• de fysiologie van de long beschrijven;
• uitleggen hoe longkanker ontstaat ;
• uitleggen hoe de diagnostiek van longkanker plaatsvindt;
• uitleggen waarop keuzes voor bepaalde behandelingen
gemaakt worden aan de hand van het stadium en de situatie;
• uitleggen wat het verband is tussen leefstijl en het ontstaan
van longkanker
• Kan de verschillen tussen curatieve en palliatieve zorg en zorg
rondom het levenseinde uileggen;
• Kent de fasen van palliatieve zorg;
• Weet wat proactieve zorgplanning inhoudt;
• Kan het verschil tussen pallitatieve zorg, terminale zorg en zorg
in de stervensfase uitleggen;
• Kan het verschil tussen palliatieve sedatie en euthanasie
uitleggen;
• Kent de anatomie en de fysiologie van de hersenen en het
zenuwstelsel;
• Kan uitleggen hoe kanker in de hersenen ontstaat;
• Kan uitleggen hoe diagnostiek van hersentumoren plaatsvindt;
• Kan benoemen welke behandelmethoden van hersentumoren
toegepast worden afhankelijk van het stadium en patientsituatie;
Inhoudsopgave
Leerdoelen:................................................................................................................................................... 2
Week 1:......................................................................................................................................................... 5
Week 2:......................................................................................................................................................... 7
Week 3:......................................................................................................................................................... 9
Week 4:....................................................................................................................................................... 22
Week 5:....................................................................................................................................................... 24
Week 6:....................................................................................................................................................... 32
Week 8:....................................................................................................................................................... 36
Week 9:....................................................................................................................................................... 42
Week 11:..................................................................................................................................................... 44
Week 12:..................................................................................................................................................... 47
Week 13...................................................................................................................................................... 48
Week 14:..................................................................................................................................................... 54
Week 15:..................................................................................................................................................... 56
,Leerdoelen:
• Kan de verschillen tussen een benigne en maligne uitleggen;
• De student kan de verschillende vormen van metastasering
uitleggen;
• Kan de exogone en endogene factoren voor het ontstaan van
kanker benoemen;
• Kan uitleggen hoe diagnostiek plaatsvindt en hoe verschillende
diagnostische onderzoeken elkaar aanvullen;
• Kan uitleggen hoe de stadiëring van kanker plaatsvindt;
• Kan uitleggen hoe DNA schade ontstaat;
• Kan de celcyclus uitleggen;
• Kan het ontstaan van kanker uitleggen op basis van de
celcyclus;
• Kan uitleggen wat oxidatieve stress is;
• de anatomie van de darmen beschrijven ;
• de fysiologie van de darmen beschrijven
• uitleggen hoe darmkanker ontstaat
• uitleggen welke verstoringen er ontstaan door darmkanker en
de bijbehorende behandelingen in het functioneren van de darmen.
• uitleggen hoe diagnostiek van darmkanker plaatsvindt
• uitleggen hoe het bevolkingsonderzoek darmkanker in zijn
werk gaat;
• uitleggen wanneer screening (bevolkingsonderzoek) zinvol is
aan de hand van het voorbeeld darmkanker
• uitleggen wat de meest voorkomende behandeling is bij
darmkanker afhankelijk van stadium en patiëntsituatie
• uitleggen wat het verband is tussen leefstijl en het ontstaan
van darmkanker
• kan uitleggen wat de relatie is tussen leefstijl en kanker
• kan de epidemiologische maten relatief risico, absoluut risico
toepassen
• kan uitleggen wat een cofounding en effectmodificatie is
• kan het risico berekeken op basis van gegevens uit
epidemiologische studies
• kan tabellen uit epidemiologische studies interpreteren
• De anatomie van de borst beschrijven;
,• De fysiologie van de borst beschrijven;
• Uitleggen hoe borstkanker ontstaat;
• Uitleggen hoe de diagnostiek van borstkanker plaatsvindt;
• Uitleggen hoe het bevolkingsonderzoek borstkanker in zijn
werk gaat;
• Uitleggen wanneer bevolkingsonderzoek (screening) zinvol is
aan de hand van het voorbeeld borstkanker;
• Uitleggen wat de meest voorkomende behandelingen van
borstkanker zijn.
• Kan de begrippen secundaire en tertiaire preventie toepassen;
• Kan uitleggen hoe de bevolkingsonderzoeken bijdragen aan de
preventie van kanker;
• Kan uitleggen welke vormen van secundaire en tertiaire
preventie mogelijk zijn tijdens de behandeling van kanker;
• Kan uitleggen waarom (p)rehabilitatieprogramma's niet voor
iedere persoon bijdragen aan preventie;
• Kan uitleggen waarom multidisciplinaire samenwerking
noodzakelijk is.
• de anatomie van de huid beschrijven;
• de fysiologie van de huid beschrijven;
• de verschillende type huidkanker herkennen;
• kan uitleggen hoe de verschillende type huidkanker ontstaan;
• kan uitleggen hoe de diagnostiek van huidkanker plaatsvindt;
• kan door toepassing van de ABCDE methode risicovolle
moedervlekken herkennen;
• de anatomie van de vrouwelijke geslachtsorganen beschrijven;
• de fysiologie van de vrouwelijke geslachtsorganen beschrijven;
• uitleggen welke verstoringen er ontstaan in het functioneren
van de geslachtsorganen door gynaecologische kanker en de
bijbehorende behandelingen;
• uitleggen hoe gynaecologische kanker ontstaat;
• uitleggen hoe de diagnostiek van gynaecologische kanker
plaatsvindt;
• benoemen welke behandelmethoden van gynaecologische
kanker toegeapst worden afhankelijk van de patientsituatie;
• uitleggen welke rol preventie speelt bij het verminderen van
risico op gynaecologische kanker.
• op basis van de celcyclus de werking van medicamenteuze
behandeling (klassieke chermotherapie en targeted therapy) van
kanker uitleggen;
• kan de verschillen benoemen tussen klassieke chemotherapie
en targeted therapy;
, • de anatomie van de prostaat beschrijven;
• de fysiologie van de prostaat beschrijven;
• uitleggen welke verstoringen er ontstaan door prostaatkanker
en de bijbehorende behandelingen in het functioneren van de
prostaat en het mannelijk lichaam;
• uitleggen hoe de diagnostiek van prostaatkanker plaatsvindt;
• uitleggen waarop keuzes voor bepaalde behandelingen
gemaakt worden aan de hand van het stadium en de situatie;
• uitleggen wanneer screening middels een bevolkingsonderzoek
wel en niet zinvol is aan de hand van het voorbeeld prostaatkanker;
• kan uitleggen wat de psychosociale gevolgen zijn van de
behandeling van prostaatkanker met hormoontherapie.
• Je kunt de belangrijkste voedingsaanbevelingen noemen voor
de preventie van een oncologische aandoening;
• Je kunt de voedingsgerelateerde klachten en bijwerkingen bij
de diagnose en behandeling van oncologische aandoeningen
uiteenzetten;
• Je kunt (het risico op) ondervoeding bij een patiënt met een
oncologische aandoening herkennen, kunt de gevolgen benoemen
en weet welke interventies ingezet kunnen worden.
• de anatomie van de long beschrijven;
• de fysiologie van de long beschrijven;
• uitleggen hoe longkanker ontstaat ;
• uitleggen hoe de diagnostiek van longkanker plaatsvindt;
• uitleggen waarop keuzes voor bepaalde behandelingen
gemaakt worden aan de hand van het stadium en de situatie;
• uitleggen wat het verband is tussen leefstijl en het ontstaan
van longkanker
• Kan de verschillen tussen curatieve en palliatieve zorg en zorg
rondom het levenseinde uileggen;
• Kent de fasen van palliatieve zorg;
• Weet wat proactieve zorgplanning inhoudt;
• Kan het verschil tussen pallitatieve zorg, terminale zorg en zorg
in de stervensfase uitleggen;
• Kan het verschil tussen palliatieve sedatie en euthanasie
uitleggen;
• Kent de anatomie en de fysiologie van de hersenen en het
zenuwstelsel;
• Kan uitleggen hoe kanker in de hersenen ontstaat;
• Kan uitleggen hoe diagnostiek van hersentumoren plaatsvindt;
• Kan benoemen welke behandelmethoden van hersentumoren
toegepast worden afhankelijk van het stadium en patientsituatie;