Inleiding Bedrijfseconomie – college 1 (15-3)
Accounting: verwerken gegevens als beslissingssupport
Micro-economie: producenten, consumentengedrag. Hoe iemand economisch rationeel beslissingen
maakt.
Wat is bedrijfseconomie
• Specialisatie binnen micro-economie die verschijnselen in en rondom bedrijven probeert te
verklaren en voorspellen
• De economische kant van de bedrijfskunde / de bedrijfskundige kant van de economie
• Economische calculaties: bepalen kostprijs, haalbaarheid investering & financiering
Maar bedrijfseconomie kan niet zonder:
o Bedrijfsadministratie / boekhouding / accounting (informatiesysteem)
o Andere gedragswetenschappen zoals psychologie en sociologie
Economie is het bestuderen van keuzes die mensen maken bij de productie, consumptie en verdeling
van schaarse goederen en diensten
Administreren: verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens
voor het bestuderen van de organisatie
Boekhouden: Financiële gegevensverwerking en informatievoorziening
Accounting: Gebruik van (financiële) gegevens voor verslaglegging en
planning en beheersing van bedrijfsprocessen
Organisatie: Samenwerkingsverband waarin mensen samen iets gaan doen met middelen en (vaak)
gezamenlijk doel, dus ook stichting of vereniging
Bedrijfshuishoudingen: Financieel-economisch zelfstandige productieorganisatie
o Onderneming of profitorganisatie
o Maatschappelijke onderneming
o Non-profitorganisatie
Huishouding: een organisatie waarin het economische principe
als leidraad voor de ontplooide activiteiten fungeert
Economische principe: elk individu zal ernaar streven om met
zo weinig mogelijk offers een gewenst niveau van bevrediging
van de behoeften probeert te bereiken
,Doelen diverse organisaties
• Onderneming of profitorganisatie
o Continuïteit door winst te maken
• Non-profitorganisatie
o Maatschappelijk doel zoals verminderen aantal verslaafden, bedrijfseconomische
doelen als nevenvoorwaarden
• Maatschappelijke onderneming
o Maatschappelijk doel met bedrijfseconomische doelen, deze laatste zijn vanwege het
maatschappelijk doel op een lager ambitieniveau gesteld
Strategisch management: investeren / werknemers
ontslaan. Nadenken voor 10+ jaar
Tactisch management: aannemen personeel,
grondstoffen inkopen. Nadenken voor 1 jaar
Operationeel management: Hoe stuur ik mijn team het
beste aan. Hoe gebruik ik mijn machine het beste?
Krachten in de keten
• Verticale integratie
o Fusie, overname,
samenwerking
• Differentiatie
o Verticale specialisatie
• Parallellisatie
(diversificatie)
o Horizontale specialisatie
Balans: Overzicht van kapitaal (bezittingen of activa) en vermogen (passiva) op
een bepaald moment
Links staat bezit (kapitaal, activa) en rechts staat vermogen (passiva)
Winst kan toename zijn eigen vermogen
Winst: puur opbrengsten – kosten
Resultatenrekening: Overzicht van kosten en opbrengsten, en winst (of verlies) over een bepaalde
periode
Gebruikt voor winst berekening
Jaarrekening: balans, resultatenrekening en toelichting
, Kosten: definitie, functies en begrippen – college 2 (16-3)
Balans
Activa Passiva
Vreemd vermogen
Eigen vermogen
Variabele kosten: salaris
Vaste / constante kosten: huur
Kosten: opofferingen van productiemiddelen tijdens het productieproces
Uitgaven: investeren in machine, geen daling in waarde
Kosten: reflecteren de geldswaarde van de voor het produceren en verkopen van goederen of
diensten noodzakelijkerwijze opgeofferde productiemiddelen.
• Eng (zonder verspilling, daar wil je mee
werken) versus ruim kostenbegrip
Productie in:
• Technische zin (als technisch proces
zoals weergegeven →)
• Economische zin (als
waardevermeerdering)
• Waarde opgeofferde
productiemiddelen bepaald door:
o Hoeveelheidgrondslag X
o Prijsgrondslag =
o Kosten per productiemiddel (kostprijs)
• Vermogenskosten = geïnvesteerd vermogen X rentevoet
• Leningen (vreemd vermogen) versus eigen vermogen (vermogen ligt vast, dus moet je een
soort vergoeding voor krijgen, kan je berekenen met opportunity costs)
• Opportunity costs
o Stel je investeert 500.000, kijken naar alternatief.
o Vermogen en risico: bank stelt verdeling vreemd en eigen vermogen
Kosten en uitgaven (opbrengsten en ontvangsten)
• Korte termijn, financiële rapportage
• Uitgaven: betalingen van liquide middelen
• Kosten: opofferingen van productiemiddelen tijdens het
productieproces
o Aflossing
o Onderhoud
o Brandstof
o Rente: over vreemd (uitgave) en eigen vermogen
o Belasting
o Verzekering
o Afschrijving: kosten van het gebruik van productiemiddelen
Accounting: verwerken gegevens als beslissingssupport
Micro-economie: producenten, consumentengedrag. Hoe iemand economisch rationeel beslissingen
maakt.
Wat is bedrijfseconomie
• Specialisatie binnen micro-economie die verschijnselen in en rondom bedrijven probeert te
verklaren en voorspellen
• De economische kant van de bedrijfskunde / de bedrijfskundige kant van de economie
• Economische calculaties: bepalen kostprijs, haalbaarheid investering & financiering
Maar bedrijfseconomie kan niet zonder:
o Bedrijfsadministratie / boekhouding / accounting (informatiesysteem)
o Andere gedragswetenschappen zoals psychologie en sociologie
Economie is het bestuderen van keuzes die mensen maken bij de productie, consumptie en verdeling
van schaarse goederen en diensten
Administreren: verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens
voor het bestuderen van de organisatie
Boekhouden: Financiële gegevensverwerking en informatievoorziening
Accounting: Gebruik van (financiële) gegevens voor verslaglegging en
planning en beheersing van bedrijfsprocessen
Organisatie: Samenwerkingsverband waarin mensen samen iets gaan doen met middelen en (vaak)
gezamenlijk doel, dus ook stichting of vereniging
Bedrijfshuishoudingen: Financieel-economisch zelfstandige productieorganisatie
o Onderneming of profitorganisatie
o Maatschappelijke onderneming
o Non-profitorganisatie
Huishouding: een organisatie waarin het economische principe
als leidraad voor de ontplooide activiteiten fungeert
Economische principe: elk individu zal ernaar streven om met
zo weinig mogelijk offers een gewenst niveau van bevrediging
van de behoeften probeert te bereiken
,Doelen diverse organisaties
• Onderneming of profitorganisatie
o Continuïteit door winst te maken
• Non-profitorganisatie
o Maatschappelijk doel zoals verminderen aantal verslaafden, bedrijfseconomische
doelen als nevenvoorwaarden
• Maatschappelijke onderneming
o Maatschappelijk doel met bedrijfseconomische doelen, deze laatste zijn vanwege het
maatschappelijk doel op een lager ambitieniveau gesteld
Strategisch management: investeren / werknemers
ontslaan. Nadenken voor 10+ jaar
Tactisch management: aannemen personeel,
grondstoffen inkopen. Nadenken voor 1 jaar
Operationeel management: Hoe stuur ik mijn team het
beste aan. Hoe gebruik ik mijn machine het beste?
Krachten in de keten
• Verticale integratie
o Fusie, overname,
samenwerking
• Differentiatie
o Verticale specialisatie
• Parallellisatie
(diversificatie)
o Horizontale specialisatie
Balans: Overzicht van kapitaal (bezittingen of activa) en vermogen (passiva) op
een bepaald moment
Links staat bezit (kapitaal, activa) en rechts staat vermogen (passiva)
Winst kan toename zijn eigen vermogen
Winst: puur opbrengsten – kosten
Resultatenrekening: Overzicht van kosten en opbrengsten, en winst (of verlies) over een bepaalde
periode
Gebruikt voor winst berekening
Jaarrekening: balans, resultatenrekening en toelichting
, Kosten: definitie, functies en begrippen – college 2 (16-3)
Balans
Activa Passiva
Vreemd vermogen
Eigen vermogen
Variabele kosten: salaris
Vaste / constante kosten: huur
Kosten: opofferingen van productiemiddelen tijdens het productieproces
Uitgaven: investeren in machine, geen daling in waarde
Kosten: reflecteren de geldswaarde van de voor het produceren en verkopen van goederen of
diensten noodzakelijkerwijze opgeofferde productiemiddelen.
• Eng (zonder verspilling, daar wil je mee
werken) versus ruim kostenbegrip
Productie in:
• Technische zin (als technisch proces
zoals weergegeven →)
• Economische zin (als
waardevermeerdering)
• Waarde opgeofferde
productiemiddelen bepaald door:
o Hoeveelheidgrondslag X
o Prijsgrondslag =
o Kosten per productiemiddel (kostprijs)
• Vermogenskosten = geïnvesteerd vermogen X rentevoet
• Leningen (vreemd vermogen) versus eigen vermogen (vermogen ligt vast, dus moet je een
soort vergoeding voor krijgen, kan je berekenen met opportunity costs)
• Opportunity costs
o Stel je investeert 500.000, kijken naar alternatief.
o Vermogen en risico: bank stelt verdeling vreemd en eigen vermogen
Kosten en uitgaven (opbrengsten en ontvangsten)
• Korte termijn, financiële rapportage
• Uitgaven: betalingen van liquide middelen
• Kosten: opofferingen van productiemiddelen tijdens het
productieproces
o Aflossing
o Onderhoud
o Brandstof
o Rente: over vreemd (uitgave) en eigen vermogen
o Belasting
o Verzekering
o Afschrijving: kosten van het gebruik van productiemiddelen