§1 DNA compact verpakt in chromosomen
-DNA
Cel DNA info voor maken eiwitten
DNA dubbelstrengs spiraalvorm in dubbele helix.
Deoxyribonucleotiden = bouwstenen DNA moleculen fosfaat + suiker +
nucleïnebase
Uiteinde met hydroxylgroep = 3’-einde
Uitiende met vrije fosfaatgroep = 5’ einde
Richting beide strengen tegengesteld 5’ en 3’ liggen zo tegenover
elkaar
Fosfaat + suiker zijkanten wenteltrap daartussen traptreden van
nucleïnbasen (ACGT)
Tussen A-T 2 H-bruggen, tussen C-G 3 H-bruggen
Door deze vaste combi’s zijn beide strengen complementair
-Chromosomen
Histonen = verpakkingseiwitten DNA
streng van 146 basenparen 2x om bol, bestaande uit 8 histonen
extra histon houdt het geheel als een veiligheidsspeld bijeen lukt
doordat zure fosfaatgroepen v/h DNA hechten aan basische histonen
Nucleosoom = 8 histoneiwitten, 146 basenparen DNA
vormen dikke chromatinedraad spiraliseert samen met spiralen
andere chromosmen
vormt het chromatine i/d kern.
In profase v/d mitose wikkelen in de S-fase de verdubbelde
chromatinedraden zich met mbv andere eiwitten tot nog compactere
structuren onder microscoop zien als compacte verdubbelde
chromosomen
voorkomt dat chromatinedraden v/d verschillende DNA moleculen met
elkaar verstrikt raken + breken
elk chromosoom vaste lengte + plaats in centromeer + bandenpatroon
-Lichte en donkere gebieden i/d celkern
Met elektronenmicroscoop kun je in niet-delende cel lichte/donkere
gebieden zien in kern
Donker: compact gespiraliseerde chromatinedraden
Licht: minder compact
gen. Info voor aanmaken eiwit makkelijk af te lezen
Genen in lichte kunnen tot expressie komen. In donkere geen
genexpressie.
In midden v/d celkern donker deel = kernlichaampje = actieve plek rond
kernDNA met genen voor vormen ribosomaal RNA rRNA.
rRNA + ribosomale eiwitten ontstaan ribosomen die nodig zijn bij
translatie.
In centromeer & uiteinde (telomeren) chromatinedraad sterk
gespiraliseerd geen genen
-Mitichondriaal DNA
, mitochondriën bevatten: mitochondriaal DNA mtDNA 37 genen, 13
hebben info voor vorming enzymen nodig bij laatste stap dissimilatie
glucose = oxidatieve fosforylering.
Andere genen coderen voor: aminozuurtransp.moleculen betrokken bij
eiwitsynthese i/h mitochondrium
mtDNA = aant. Cirkelvormige DNA moleculen elkaars kopie
Reactieve O2 die tijdens oxidatieve fosforylering ontstaan
makkelijk mtDNA beschadigen
Leeftijd hoger aant. Mutaties in mtDNA neemt toe.
Als het boven drempelwaarde komt
cellen onvoldoende E maken mogelijk oorzaak veroudering.
§2 DNA-Verdubbeling
-DNA-mutataties als gevolg van dissimilatie
Veroudering mogelijk door toename mutaties
O2 in mitochondriën reageren met kernDNA nucleïnebasen
beschadigd
DNA-herstelsystemen: repareren geen 100%
In delende cel kan beschadigde nucleïnebasen leiden tot inbouwen andere
base in DNA dochtercellen
= subsititie
Puntmutatie = verandering van 1 base i/h DNA
Deletie = puntmuatie 1 basenpaar uit DNA verdwijnt.
Insertie = 1 extra basenpaar in DNA
-DNA-mutaties door milieufactoren
Röntgenstraling, UV, chemische stoffen verhogen kans mutaties =
mutageen
Chromosoommutaties = veranderingen van grote gebieden in DNA
deleties, inserties, duplicaties (verdubbeling DNA delen),
inversies ( omdraaien), translocaties.
-Verdubbeling DNA-moleculen
Voor celdeling S-fase DNA verdubbelt = DNA-replicatie
1) Helicase verbreekt H-bruggen DNA breekt ontstaan
replicatievorken
2) Primase plaatst RNA primer startpunt voor synthese nieuwe
DNA streng DNA-polymerase kan vanaf de primer maar 1 kant
opwerken: 3’ 5’
Bij ene streng kan nieuwe DNA continu groeien: 5’ 3’
Andere streng groeit DNA in stukjes (Okazaki fragmenten) in
tegenovergestelde richting (achterwaarste synthese) vanaf een
nieuwe primer.
Enzymen plakken de stukjes aan elkaar.
3) 2e Okazaki fragment groeit tot primer 1e Okazaki fragment
DNA-polymerase vervangt RNA-primer door DNA
DNA-ligase verbindt losse stukken DNA
4) Streng die in andere richting groeit met Okazaki levert ook complete
DNA-streng.
5) Nieuw DNA bevat 1 oude + 1 nieuwe streng semi-conservatief
Replicatie: 100 plaatsen tegelijk in paar uur klaar