HC 01/03: De historisering van het wetenschapsbeeld
dinsdag 2 februari 2016 11:18
Samenvatting voorgaande
• Historisering van het wetenschapsbeeld: wending binnen de wetenschap dat gaat kijken naar de ontwikkeling van wetenschap
○ Logisch empirisme levert kennis op dat in feite tijdloos is. Het is universeel en altijd waar
○ Poppers wetenschap is ook tijdloos, alleen andere manier van tot wetenschap komen
○ Nu gaan we kijken naar wetenschappers die wetenschap behandelen als fenomeen dat zich historisch ontwikkelt
• Als logisch empiristen kijken naar wetenschap uit het verleden, dan is dat vaak een normatief beeld
○ Het is niet goed, niet verifieerbaar, niet te reduceren tot waarnemingsuitspraken
• Kuhn: wetenschap in verschillende perioden kan aan verschillende normen voldoen
○ Historisering van de normen van wat goede wetenschap is
○ In het verleden kon wetenschap op heel andere aannames gebaseerd zijn
• Aannames, normen en structuur zijn niet universeel, maar historisch variabel
Historisering
• Filosofische adequaatheid
○ Eis dat een wetenschapstheorie gebaseerd moet zijn op filosofisch verdedigbare opvattingen/denkbeelden
○ In logisch empirisme en Popper worden filosofische argumenten gegeven wat goede wetenschap is
• Historische adequaatheid
○ Eis dat een wetenschapstheorie overeenkomt met hoe wetenschap zich feitelijk ontwikkeld heeft en hoe het feitelijk
werkt
○ Hier ligt bij Kuhn en Foucault de nadruk op
○ Beeld van wetenschap schetsen dat overeenkomt met feitelijke historie
• Internalisme
○ Gaat ervan uit dat de ontwikkeling van wetenschap van binnen uit moet beschrijven, op basis van argumenten en visies
die zich intern in de wetenschap hebben voorgedaan
○ Logisch empiristen en Popper zijn primair internalistisch. Testen en verwerpen van theorieën, dingen die zich binnen in
de wetenschap afspelen
• Externalisme
○ Benadert ontwikkeling van wetenschap van buiten
○ Probeert ontwikkelingen te verklaren door te wijzen naar sociale factoren, of cultuurhistorische context, of
machtsverhoudingen in de maatschappij
○ Kuhn en Foucault zijn een beetje het midden tussen internalisme en externalisme maar vooral externalisme maar niet
enkel externalisme
• Vorige keer ontwikkeling besproken van empirisme naar pragmatisme
○ Theoriegeladenheid van waarneming
Empiristen maken gaan uit van het bestaan van elementaire zuivere waarnemingsuitspraken
Popper benadrukt sterk dat waarneming altijd gekleurd is door een vraag of verwachting
○ Conventionalisme
Popper: we toetsen theorieën niet aan waarnemingen (dat is heel moeilijk want zijn theorie geladen) maar aan
basiszinnen
○ Empirische onderbepaaldheid
Het idee dat je met dezelfde waarneming kun je meerdere theorieën formuleren
Dit idee vind je sterk bij Quine
Welke theorie je kiest is uiteindelijk niet afhankelijk van de waarneming
○ Betekenisholisme
Betekenis van theoretische termen die je gebruikt hangt af van theorie in het geheel die je aanhangt
Het is niet meer mogelijk om uitspraken één op één aan de werkelijkheid te relateren en daar het fundament van
wetenschappelijke kennis in te lokaliseren. Je moet theorieën in zijn geheel benaderen
○ Theoriekeuze is iets dat voortkomt uit een conventie of bepaalde wetenschappelijke praktijk. De werkelijkheid is geen
scheidsrechter voor de keuze van een theorie. Je kiest een theorie op basis van instrumentele waarde.
• Wending van empirisme naar pragmatisme is al wending naar wetenschappelijke praktijk
○ Hoe wetenschap in de praktijk keuzes maakt
○ Wending in praktijk is bij Popper nog vrij minimaal, alleen van waarnemingen naar basiszinnen
Strikt filosofische normen creëren voor wat goede wetenschap is
○ Quine doet dit al sterker
○ Historisering van de wetenschap is nog sterker naar de praktijk
Historisering van wetenschap is op bepaalde manier misschien wel toepassing van Duhem -Quine stelling. Dat zie
je sterk in de wetenschapsfilosofie van Kuhn
Thomas Kuhn (1922-1996)
WF Pagina 1
, Thomas Kuhn (1922-1996)
• Boek The Structure of Scientific Revolutions (1962)
○ Boek was op bepaalde manier zelf ook revolutie in wetenschap
• Niet zoeken naar normen voor goede wetenschap, maar hoe wetenschap in de praktijk werkt en in het verleden in de praktijk
gewerkt heeft
• Verwerpt logisch empirisme en Popper op basis van historische adequaatheid
○ Wetenschap werkt niet feitelijk zoals die het hadden beschreven, zoeken niet naar falsificatie
• Wetenschapshistorisch en sociologisch element
• Kuhn gaat zich bezighouden met geschiedenis van natuurwetenschappen. Daar stuit hij op een nieuwe ervaring als hij
wetenschap van Aristoteles bestudeert
○ Aristoteles' wetenschap zouden we nu niet meer geloofwaardig vinden
○ Kuhn: hoe kan dat? Was Aristoteles geen goede wetenschapper, maakte hij fouten? Of is er iets anders aan de hand?
Niet waarschijnlijk dat A simpelweg allemaal fouten maakte. In zijn tijd was hij een goede wetenschapper.
Kuhn gebruikt deze ervaring om op andere manier naar wetenschap te kijken
○ Kuhn: toen werd wetenschap op basis van heel andere aannames en normen gedaan
• Ontwikkeling van wetenschap is geen constante methodische vooruitgang, maar evolutie met plotselinge revoluties
○ Term van wetenschappelijke revolutie is ter vergelijking met politieke revoluties. In korte tijd komt alles op scherp te
staan
Na Copernicaanse revolutie was de wetenschap een heel ander vak, zoals Frankrijk na de Franse revolutie een
heel ander land was
• Kernbegrip is paradigma: soort raamwerk waarbinnen wetenschap beoefend wordt
• Wetenschappen ontwikkelen zich volgens dezelfde strategie
○ Preparadigmatische periode
Wetenschappers, maar nog geen wetenschap
Allerlei dingen worden bestudeerd, maar binnen verschillende scholen die allemaal verschillende uitgangspunten
en methoden gebruiken. Discussies tussen deze scholen zijn filosofisch van aard. Eeuwen voor Christus: studie van
de natuur was in feite strijd tussen verschillende filosofische scholen. Je had natuurfilosofen die vonden dat alle
materie uiteindelijk bestond uit water, of uit vier elementen, of uit heel kleine deeltjes. Discussies ertussen
filosofisch van aard.
□ Dus empirisch element van "kijk dan naar de werkelijkheid" speelt in feite geen rol
□ Ideeën komen niet voort uit gestandaardiseerde praktijk van onderzoek, maar uit filosofische aannames
Uiteindelijk verlaat volgens Kuhn één school de discussie. Eén school begint wetenschappelijke problemen op te
lossen op basis van eigen uitgangspunten. Stopt met discussie.
□ In 5e eeuw voor Christus was dat de school die vond dat de wereld uit vier elementen bestond. Die school
verliet discussie en begon op basis hiervan de wereld te analyseren en verklaren. Ideeën van andere scholen
waren op dat moment verouderde filosofische aannames. Tot aan 17e eeuw was de wereld als vier
elementen het beeld
○ Normal science
Twee belangrijke elementen spelen een rol
□ Wetenschappelijke groep
Wetenschap vindt plaats binnen een gemeenschap van wetenschappers die bepaald wat goede
wetenschap is en wat de aannames achter wetenschap zijn
□ Paradigma (disciplinaire matrix)
Voorbeeld/raamwerk voor de beoefening van wetenschap, met aantal elementen
Verzameling wetten
◊ Klassieke natuurkunde: Wetten van Newton
Metafysica
◊ Bepaald idee over hoe de wereld in laatste instantie in elkaar zit
◊ Kan je niet wetenschappelijk onderzoeken, neem je aan. Zoals dat de wereld uit vier elementen
bestaat.
◊ Aannames over wat een oorzaak is; verschil tussen vier oorzaken van Aristoteles en de ene
bewerkingsoorzaak van nu
Waarden
◊ Ideeën over wat goede wetenschap is
◊ Dat je niet in moet grijpen in de natuur, of juist experimenten moet opleggen
Voorbeelden
◊ Van wat goede wetenschap is
◊ Newton is een paradigmatische wetenschapper. Einstein ook.
◊ Bevat ook klassieke boeken die je kan lezen als voorbeeld
Wat wetenschappers uiteindelijk doen in tijden van normal science = puzzels oplossen
□ Houden bezig met concrete problemen die een concrete oplossing hebben
□ Zo gaat wetenschap vooruit, je lost steeds meer puzzels op
In hoeverre passen geestes- en sociale wetenschappen in dit schema? Kuhns analyse kan je heel goed toepassen
op de natuurwetenschappen. Kuhn heeft het eigenlijk niet over sociologie of cultuurwetenschappen. Misschien is
er op sommige delen van sociale wetenschappen wel sprake tussen filosofische discussie, zoals interpretatieve
WF Pagina 2
dinsdag 2 februari 2016 11:18
Samenvatting voorgaande
• Historisering van het wetenschapsbeeld: wending binnen de wetenschap dat gaat kijken naar de ontwikkeling van wetenschap
○ Logisch empirisme levert kennis op dat in feite tijdloos is. Het is universeel en altijd waar
○ Poppers wetenschap is ook tijdloos, alleen andere manier van tot wetenschap komen
○ Nu gaan we kijken naar wetenschappers die wetenschap behandelen als fenomeen dat zich historisch ontwikkelt
• Als logisch empiristen kijken naar wetenschap uit het verleden, dan is dat vaak een normatief beeld
○ Het is niet goed, niet verifieerbaar, niet te reduceren tot waarnemingsuitspraken
• Kuhn: wetenschap in verschillende perioden kan aan verschillende normen voldoen
○ Historisering van de normen van wat goede wetenschap is
○ In het verleden kon wetenschap op heel andere aannames gebaseerd zijn
• Aannames, normen en structuur zijn niet universeel, maar historisch variabel
Historisering
• Filosofische adequaatheid
○ Eis dat een wetenschapstheorie gebaseerd moet zijn op filosofisch verdedigbare opvattingen/denkbeelden
○ In logisch empirisme en Popper worden filosofische argumenten gegeven wat goede wetenschap is
• Historische adequaatheid
○ Eis dat een wetenschapstheorie overeenkomt met hoe wetenschap zich feitelijk ontwikkeld heeft en hoe het feitelijk
werkt
○ Hier ligt bij Kuhn en Foucault de nadruk op
○ Beeld van wetenschap schetsen dat overeenkomt met feitelijke historie
• Internalisme
○ Gaat ervan uit dat de ontwikkeling van wetenschap van binnen uit moet beschrijven, op basis van argumenten en visies
die zich intern in de wetenschap hebben voorgedaan
○ Logisch empiristen en Popper zijn primair internalistisch. Testen en verwerpen van theorieën, dingen die zich binnen in
de wetenschap afspelen
• Externalisme
○ Benadert ontwikkeling van wetenschap van buiten
○ Probeert ontwikkelingen te verklaren door te wijzen naar sociale factoren, of cultuurhistorische context, of
machtsverhoudingen in de maatschappij
○ Kuhn en Foucault zijn een beetje het midden tussen internalisme en externalisme maar vooral externalisme maar niet
enkel externalisme
• Vorige keer ontwikkeling besproken van empirisme naar pragmatisme
○ Theoriegeladenheid van waarneming
Empiristen maken gaan uit van het bestaan van elementaire zuivere waarnemingsuitspraken
Popper benadrukt sterk dat waarneming altijd gekleurd is door een vraag of verwachting
○ Conventionalisme
Popper: we toetsen theorieën niet aan waarnemingen (dat is heel moeilijk want zijn theorie geladen) maar aan
basiszinnen
○ Empirische onderbepaaldheid
Het idee dat je met dezelfde waarneming kun je meerdere theorieën formuleren
Dit idee vind je sterk bij Quine
Welke theorie je kiest is uiteindelijk niet afhankelijk van de waarneming
○ Betekenisholisme
Betekenis van theoretische termen die je gebruikt hangt af van theorie in het geheel die je aanhangt
Het is niet meer mogelijk om uitspraken één op één aan de werkelijkheid te relateren en daar het fundament van
wetenschappelijke kennis in te lokaliseren. Je moet theorieën in zijn geheel benaderen
○ Theoriekeuze is iets dat voortkomt uit een conventie of bepaalde wetenschappelijke praktijk. De werkelijkheid is geen
scheidsrechter voor de keuze van een theorie. Je kiest een theorie op basis van instrumentele waarde.
• Wending van empirisme naar pragmatisme is al wending naar wetenschappelijke praktijk
○ Hoe wetenschap in de praktijk keuzes maakt
○ Wending in praktijk is bij Popper nog vrij minimaal, alleen van waarnemingen naar basiszinnen
Strikt filosofische normen creëren voor wat goede wetenschap is
○ Quine doet dit al sterker
○ Historisering van de wetenschap is nog sterker naar de praktijk
Historisering van wetenschap is op bepaalde manier misschien wel toepassing van Duhem -Quine stelling. Dat zie
je sterk in de wetenschapsfilosofie van Kuhn
Thomas Kuhn (1922-1996)
WF Pagina 1
, Thomas Kuhn (1922-1996)
• Boek The Structure of Scientific Revolutions (1962)
○ Boek was op bepaalde manier zelf ook revolutie in wetenschap
• Niet zoeken naar normen voor goede wetenschap, maar hoe wetenschap in de praktijk werkt en in het verleden in de praktijk
gewerkt heeft
• Verwerpt logisch empirisme en Popper op basis van historische adequaatheid
○ Wetenschap werkt niet feitelijk zoals die het hadden beschreven, zoeken niet naar falsificatie
• Wetenschapshistorisch en sociologisch element
• Kuhn gaat zich bezighouden met geschiedenis van natuurwetenschappen. Daar stuit hij op een nieuwe ervaring als hij
wetenschap van Aristoteles bestudeert
○ Aristoteles' wetenschap zouden we nu niet meer geloofwaardig vinden
○ Kuhn: hoe kan dat? Was Aristoteles geen goede wetenschapper, maakte hij fouten? Of is er iets anders aan de hand?
Niet waarschijnlijk dat A simpelweg allemaal fouten maakte. In zijn tijd was hij een goede wetenschapper.
Kuhn gebruikt deze ervaring om op andere manier naar wetenschap te kijken
○ Kuhn: toen werd wetenschap op basis van heel andere aannames en normen gedaan
• Ontwikkeling van wetenschap is geen constante methodische vooruitgang, maar evolutie met plotselinge revoluties
○ Term van wetenschappelijke revolutie is ter vergelijking met politieke revoluties. In korte tijd komt alles op scherp te
staan
Na Copernicaanse revolutie was de wetenschap een heel ander vak, zoals Frankrijk na de Franse revolutie een
heel ander land was
• Kernbegrip is paradigma: soort raamwerk waarbinnen wetenschap beoefend wordt
• Wetenschappen ontwikkelen zich volgens dezelfde strategie
○ Preparadigmatische periode
Wetenschappers, maar nog geen wetenschap
Allerlei dingen worden bestudeerd, maar binnen verschillende scholen die allemaal verschillende uitgangspunten
en methoden gebruiken. Discussies tussen deze scholen zijn filosofisch van aard. Eeuwen voor Christus: studie van
de natuur was in feite strijd tussen verschillende filosofische scholen. Je had natuurfilosofen die vonden dat alle
materie uiteindelijk bestond uit water, of uit vier elementen, of uit heel kleine deeltjes. Discussies ertussen
filosofisch van aard.
□ Dus empirisch element van "kijk dan naar de werkelijkheid" speelt in feite geen rol
□ Ideeën komen niet voort uit gestandaardiseerde praktijk van onderzoek, maar uit filosofische aannames
Uiteindelijk verlaat volgens Kuhn één school de discussie. Eén school begint wetenschappelijke problemen op te
lossen op basis van eigen uitgangspunten. Stopt met discussie.
□ In 5e eeuw voor Christus was dat de school die vond dat de wereld uit vier elementen bestond. Die school
verliet discussie en begon op basis hiervan de wereld te analyseren en verklaren. Ideeën van andere scholen
waren op dat moment verouderde filosofische aannames. Tot aan 17e eeuw was de wereld als vier
elementen het beeld
○ Normal science
Twee belangrijke elementen spelen een rol
□ Wetenschappelijke groep
Wetenschap vindt plaats binnen een gemeenschap van wetenschappers die bepaald wat goede
wetenschap is en wat de aannames achter wetenschap zijn
□ Paradigma (disciplinaire matrix)
Voorbeeld/raamwerk voor de beoefening van wetenschap, met aantal elementen
Verzameling wetten
◊ Klassieke natuurkunde: Wetten van Newton
Metafysica
◊ Bepaald idee over hoe de wereld in laatste instantie in elkaar zit
◊ Kan je niet wetenschappelijk onderzoeken, neem je aan. Zoals dat de wereld uit vier elementen
bestaat.
◊ Aannames over wat een oorzaak is; verschil tussen vier oorzaken van Aristoteles en de ene
bewerkingsoorzaak van nu
Waarden
◊ Ideeën over wat goede wetenschap is
◊ Dat je niet in moet grijpen in de natuur, of juist experimenten moet opleggen
Voorbeelden
◊ Van wat goede wetenschap is
◊ Newton is een paradigmatische wetenschapper. Einstein ook.
◊ Bevat ook klassieke boeken die je kan lezen als voorbeeld
Wat wetenschappers uiteindelijk doen in tijden van normal science = puzzels oplossen
□ Houden bezig met concrete problemen die een concrete oplossing hebben
□ Zo gaat wetenschap vooruit, je lost steeds meer puzzels op
In hoeverre passen geestes- en sociale wetenschappen in dit schema? Kuhns analyse kan je heel goed toepassen
op de natuurwetenschappen. Kuhn heeft het eigenlijk niet over sociologie of cultuurwetenschappen. Misschien is
er op sommige delen van sociale wetenschappen wel sprake tussen filosofische discussie, zoals interpretatieve
WF Pagina 2