100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Sociologie - notities + boek

Rating
-
Sold
-
Pages
61
Uploaded on
03-12-2022
Written in
2020/2021

Eerst jaar met de nieuwe prof. Boek en college notities staan er beide in.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 3, 2022
Number of pages
61
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

SOCIOLOGIE

LES 1

Hoe best studeren:
NAMEN: 3 voorvaders, Ulrich Beck,
- Meevolgen in de les Ervin Goffmann, Robbert Merton
- Notities nemen
- Boek lezen thuis (verschillende structuur)

Basisvragen

- Hoe is geordende samenleving mogelijk? Welke factoren en processen zorgen voor orde en regelmaat
in sociale leven? (Regels, conflictbestrijding, ...)
- Welke invloed heeft samenleven op individuen? Hoe gaat de wisselwerking? (kinderenbeïnvloeden
leven van ouders en omgekeerd)
- Hoe ziet de hedendaagse maatschappij eruit en hoe verschilt die van andere maatschappijen?
(Grensgebonden, cultureel, verleden, toekomst, ...)
o Maar: grootste belangstelling gaat uit naar het sociale heden en de veranderingen die de
maatschappij nu ondergaat
- Hoe sociologische onderzoeksvragen op een wetenschappelijke manier verwerken en beantwoorden?
o Kwantitatief onderzoek: cijfers onderzochte sociale subjecten, analyse aan de hand van
statistische methoden (vb. enquête)
o Kwalitatief onderzoek: onderzoek van sociale fenomenen in de diepte (vb. niet-numerieke
enquête, participerende observatie1, diepte-interview)
=> deze bevindingen niet zomaar veralgemeend, want nogal persoonlijk; kwalitatief
onderzoek bezit vnl explorerend karakter

Sociologie: de wetenschap van het sociale

- Sociale verhoudingen: relatie tussen twee of meer personen (zowel positief als negatief geladen),
sociale handelingen tussen individuen met elkaar verweven (de ene handeling refereert naar de vorige
handeling, waarop weer georiënteerd wordt), komt tot stand door samenhandelen

- Sociaal handelen: handelen gericht op het handelen van anderen (TV kijken)
o Agency: veronderstelling dat actoren handelingsvermogen (handelsvrijheid) hebben (keuze
wat je doet)
o Zorgt voor sociale relatie/verhouding/betrekking: uitkomst van samenhandelen, sociale
handelingen van 2 of meer actoren geraken in elkaar verweven (+ of -) -> moet een minimum
wederzijdse oriëntatie zijn (niet TV kijken)

- Samenhandelen: iedere handeling van A gevormd door oriëntatie op handelen van B
o Zelfreferentieel: naar zichzelf verwijzend, eigen gedrag aanpassen aan reactie van anderen ,
verwijst naar toekomstige actie/ Actie in verleden
o Dynamisch: tijdsgebonden (speelt zicht af in de tijd), momentaan (van moment tot moment
evolueert de situatie)
o Contingent: elke situatie had anders kunnen verlopen -> door Agency
(voorspelbaar/onvoorspelbaar)
o Reflexief gemonitored: mate van bewustzijn nodig, situatie observeren en sturen

- Afhankelijkheidsverhoudingen/sociale bindingen (actoren hebben elkaar nodig) door samenhandelen
o Veralgemeende afhankelijkheid: iedereen afhankelijk van andere mensen
o Sociaal verband: het geheel van onderlinge afhankelijkheidsverhoudingen (algemene term
voor sociale groep -> veel versch.)



1

, o MOTIEF
 Cognitieve binding: kennisoverdracht (leraar-leerling)
 Economische binding: economische redenen (brood kopen: bakker - klant)
 Politieke binding: politieke gronding (wederzijdse afh. Burgers en staat)
 Affectieve binding: persoonsgebonden (vrienden, familie)


Veralgemeende afhankelijkheid

- Sociaal netwerk: lange ketting van afhankelijkheden
- Reïficatie: DE economie, DE maatschappij ~ in termen van bindingen of relaties
- Flobalisering, mondialisering: verruiming, verdieping en versnelling van wereldwijde
- verbondenheid in alle dimensies van het hedendaagse sociale leven
- wereldmaatschappij: momentane geheel van transactionale, mondiale sociale relaties, bindingen,
verbanden en netwerken (ontstaan kosmopolitisme)

- De samenleving/ de maatschappij
= Geheel van alle momentane sociale relaties, afhankelijkheden, verbanden, netwerken
o Nationalistisch VS kosmopolitisch
o Kenmerken samenhandelen
 Zellfdiferentieel
 Dynamisch: momentaan (continu evolutie) maar ook vaste kenmerken (19 e eeuwse
ms was zo)
 Contingent: geen wetten van maatschappij
 Gemonitored: in kern: ja, in geheel: nee -> geen controle over ms
o Ruimtelijke grenzen: Vlaamse maatschappij?
 Afhankelijkheid overschrijdt de grenzen

Moderne Maatschappij = FUNCTIONEEL GEDIFFERENTIEERDE WERELDMAATSCHAPPIJ

- Modernisering -> arbeidsindeling, taakspecialisatie -> functionele differentiatie (niet gwn dokter, maar
naar neuroloog) <-> gesegmenteerde maatschappij (leider stam is ook dokter)
- Mondialisering, globalisering: afh. Verhoudingen worden mondiaal
- Spanning: kosmopolitisme (in functie van heel de wereld) VS nationalisme (meer lokale maatschappij)

- Individualisering: model -> invloeden van sociaal op individu
o Niet sociologie, wordt gedacht vanuit standpunt individu
o Sociologische verbeeldingskracht : kijken naar grotere maatschappijen en verbanden er
tussen, individu niet centraal
- Sociologische verbeeldingskracht
o Gericht op 3 basisvragen
o Niet politiek geëngageerd in praktijk, gebeurd wel veel
- Sociologen zijn deel van maatschappij, zitten in eigen studie

Sociologische verbeeldingskracht

- Dominant egocentrisch maatschappijbeeld
o Samenleven als concentrische cirkels rond ‘ik’
o Nieuwe (grotere) cirkel als grotere afstand van individu en dus minder sociale betrokkenheid
o Sociale blindheid: niet erkennen van relaties en afhankelijkheden
- Decentrering
o Egocentrische bril af -> nu in de plaats: sociale verbeeldingskracht
o Sociale verbeeldingskracht: vermogen om zichzelf te zien als knooppunt van een waaier aan
sociale verbindingen die eigen handelen beïnvloeden -> persoonlijke problemen met sociale
verandering verbinden

2

, - Belang
o Depersonalisatie vh probleem: sociaal probleem niet individueel, maar met anderen gedeeld
o Ander perspectief op mogelijke oorzaken door verbinding met meerdere persoonlijke
relaties en verbanden waar probleem aan ligt, ipv persoonlijke oorzaken
o Persoonlijke moeilijkheden vertalen in sociale moeilijkheid
- Probleem: privézaken vaak geen onderwerp van debat
o Feminisme: laten merken -> wel onderwerp
o Victim blaming: verkrachte vrouwen
 Egocentrisch: mannen hebben hoog libido, vrouwen vragen erachter
 Sociologisch: vrouwen als lustobject in porno
o Defamilliarisering: eerder vertrouwde stukjes sociale realiteit blijken (na nieuw licht erop)
onvertrouwd; schijnbaar bekend terrein bevat blijkbaar toch meerdere dimensies
 Bv: kunst: zelfexpressie, maar alle medewerkers worden niet vermeld

- Waarderingsvrijheid <-> geëngageerde/kritische sociologiebehoefte
o Waarderingsvrijheid: gebaseerd op feiten, neutraal
o Kritisch: socioloog pas zicht op ongelijkheid als hij zelf punt van onderdrukte inneemt
o Standpunttheorie neemt afstand van waarderingsvrije kennis, kan nooit helemaal neutraal

- Waardebetrokkenheid vaak samen me sociaal reformisme (streven naar rechtvaardigheid)
o Druk uitoefenen ob beleidsvoerders door individuele moeilijkheden als sociale problemen

Onbedoelde gevolgen

- Resultaten van interventies moeilijk te schatten
o Onoverzichtelijkheid in verbanden
o Openheid afhankelijkheid kettingen
o Onvoorspelbare actor (agency)
- Bv: grond is vervuild -> overheid heeft geld voor gezondheidszorg -> hebben het door -> verhuizen ->
alle prijzen lager
- Perverse effecten

LES 2 (p33-70)

Armoede

- Orde, regelmaat: waar komt sociale orde vandaan
- Individu: wat doen wij er aan
- Maatschappijdiagnose : sociaal beleid helpt niet
- Samenhang met
o Gender
 Alleenstaande man minder financieel moeilijk dan vrouw met zelfde opleid
 Vrouwen verwacht om op kinderen te passen -> minder aangenomen
 Subsidiëren kinderopvang -> vrouwen wel werken -> kinderopvang: meer prestaties
kinderen
o Leeftijd, kinderen
 Neemt toe bij jongeren mensen -> krijgen kinderen
 Afnemen bij ouderen
o Opleiding

- Kinderopvang
o Mattheüs effect



3

,  Wie heeft zal nog meer krijgen in overvloed, hij die niets heeft zal nog steeds alles
worden ontnomen
 Gaat naar mensen die al voldoende bezitten dan naar mensen die te weinig bezitten
 Overheidsuitgaven voor cultuur, gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang
 Toenemende digitalisering (niet iedereen kan mee)
 Perverse effecten: krijgt het tegenstelde van wat beoogd
o België
 Veel kinderopvang, gesubsidieerd, maar nog steeds duur
 Sociaal oneerlijk: kinderopvang meest gebruikt door mensen die het goed hebben

o Onregelmatige uren voor armen -> opvang maar tot schooluren


Onbedoelde gevolgen van sociaal beleid

- Altijd onbedoelde gevolgen bij ingrijpen in sociale wereld
o Reden: complexe onafhankelijkheidskettingen
o Als je 1 iets niet kunt doen kun je meestal andere dingen ook niet doen -> alles verbonden
met elkaar
o Overheid test meerdere uitkomsten uit op bepaalde beleiden (weten niet hoe actor zal
handelen -> woning milieuonvriendelijk gebeid p40)
- Paradox van sociologische verbeeldingskracht
o Sociologie niet ‘social engineering’
o Ingenomen in ms. Naar socioloog: weten welke afhankelijk kettingen er zijn
o Meer bewust van afhankelijkheid -> bescheidener met ingrepen, bewust fragiliteit
o Oplossing: verzorgingsstaat -> nu zelf probleem door onbedoelde gevolgen

- Zichzelf weerleggende voorspelling (self-denynig prophecy)
= Een correcte voorspelling zorgt onbedoeld voor handelen die de voorspelling teniet doet
o Regels krijgen van experten -> iedereen luistert -> geen verandering, gebeurt niks van de
voorspelling -> geen overheidsgeld voor preventie
o Knelpunt beroep -> veel mensen die studie -> Werkeloosheid
- Zichzelf bevestigende voorspelling (self-fulfilling prophecy) => MERTON
= Voorspelling maken die fout is, maar door je de voorspelling maakt zal het gebeuren
o Geen wc papier, zwarte woensdag
o ‘Dit gaat gebeuren’ -> iedereen gelooft het en neemt actie
o Thomas-theorema
 Wanneer mensen de situatie reëel definiëren, hebben die reële gevolgen
<-> Situatiedefinitie (Interpretatie van verschijnsel die zegt ‘wat het geval is’)
 Mensen handelen op partiele zienswijze, niet op onderbouwde waarheden
 vb: zwarte woensdag (beurscrash) -> gerucht banken failliet -> banken leeg

- Stereotypes
o Zijn vaak zichzelf waarmakende voorspellingen (onderwijs)
o Vrouwen zijn minder goed in business, moeten huishouden doen

- Influencers
o Meesleur effect = Bandwagon effect (de een handelt omdat die in een bepaalde handeling
gelooft en sleurt zo anderen mee)
o Voorspelling krijgt navolging -> voorspelling klopt -> geloofwaardig -> invloedrijk -> …
o Sociale geloofscirkel: onbewijsbare def van een toekomstige situatie is geloofwaardig omdat
ze van geloofwaardige voorspellers komt, leidt daarom ook tot handelen dat de voorspelling
bevestigt, waardoor de geloofwaardigheid weer toeneemt

4

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
PsychologieStudent1303 Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
72
Member since
3 year
Number of followers
47
Documents
42
Last sold
1 week ago
Samenvattingen alle vakken Psychologie KUL

Hier staan samenvattingen van alle vakken van Psychologie aan de KUL (optie klinische volwassenen en ouderen). Wat mijn samenvattingen uniek maakt, is het feit dat altijd ALLE VERPLICHTE TEKSTEN ook verwerkt worden!

3.3

9 reviews

5
1
4
2
3
5
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions