Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Rechtsgeleerdheid
Lecture 1:
Materieel strafrecht
- Inhoud, werkelijkheid
- Strafbaarstelling van gedrag + straf
Formeel strafrecht
- Vorm, procedure
- Verwezenlijking materiële strafrecht
Wat is strafrechtelijke aansprakelijkheid?
> o.a: voorwaarden voor strafbaarheid”
- Menselijke gedraging
- Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
- Die wederrechtelijk is
- En aan schuld te wijten
Artikel 348-350 Sv:
Artikel 348: formele voorvragen
1. Is de dagvaarding geldig?
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is het OM ontvankelijk?
4. Dient de vervolging te worden geschorst?
Artikel 350 Sv:
1. Is bewezen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is
begaan? Niet? > vrijspraak art. 352 lid 1 Sv
2. Welk strafbaar feit levert het bewezenverklaarde volgens de wet op
(kwalificatie bewezenverklaring) – valt het ergens onder een
delictsomschrijving?
Loopt het hier stuk? > ontslag van alle rechtsvervolging art. 352 lid 2 Sv
3. Is de verdachte strafbaar (hier komen de strafuitsluitingsgronden aan bod)?
Indien niet-ideaaltypische delictsomschrijving (schuld/wederrechtelijkheid
opgenomen in de delictsomschrijving) dan bestanddeel en moet het
bewezen
worden > strafuitsluitingsgronden komen dan bij de 1e materiele vraag aan bod (dan
wordt schuld/wederrechtelijkheid veronderstelt aanwezig te zijn) > dan wel bij deze
vraag:
- Is het bewezenverklaarde wederrechtelijk?
- Is het bewezenverklaarde aan schuld te wijten?
Zo niet, dan OVAR art. 352 lid 2 Sv
4. Welke sanctie moet worden
opgelegd? Strafoplegging art. 351 Sv
,Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden (nemen de wederrechtelijkheid van de gedraging weg)
o Overmacht in de zin van noodtoestand, artikel 40 Sr
o Noodweer, artikel 41 lid 1 Sr
o Uitvoering wettelijk voorschrift, artikel 42 Sr
o Bevoegd gegeven ambtelijk bevel, artikel 43 lid 1 Sr
o Ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid, ongeschreven
Schulduitsluitingsgronden (nemen de verwijtbaarheid van de gedraging weg)
o Ontoerekenbaarheid, artikel 39 Sr
o Psychische overmacht, artikel 40 Sr
o Noodweerexces, artikel 41 lid 2 Sr
o Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel, artikel 43 lid 2 Sr
o Afwezigheid van alle schuld, ongeschreven
Strafrechtelijke aansprakelijkheid is veelal ruimer
Bijvoorbeeld:
- Mishandeling; SO dood in ambulance. Causal verband?
- Is er sprake van zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend?
- Omdat Piet pas in de ambulance pas dood is gegaan.
- Zware mishandeling: vrijspraak. Nieuwe vervolging wegens mishandeling mogelijk?
- De vraag is wel of Jan nogmaals mag worden vervolgd voor hetzelfde pak slaag?
- Alleen als dat mag, kan Jan strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden.
- Ne bis idem beginsel speelt hier een rol
- Moeder pleegt kindermoord (art. 291 Sr); OvJ legt art. 289 Sr ten laste. Kwalificatie?
- Zwanger van vader oppaskinderen
- Zwangerschap verborgen houden voor de omgeving
- Ze bevalt uiteindelijk helemaal alleen en is zo bang dat ze haar kind direct daarna
van het leven beroofd omdat ze bang is voor de gevolgen.
- Er staat op kindermoord 9 jaar straf
Legaliteitsbeginsel:
In de wet moet duidelijk omschreven staan welk gedrag precies strafbaar is. Gedrag moet
dus zo keurig mogelijk worden omschreven.
- Art. 1 lid 1 SrL geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling.
- Breed (internationaal) erkend beginsel:
• Art. 7 EVRM (vgl. EHRM NJ 1997/1)
• Art. 15 IVBPR
• Art. 16 Grondwet
• Art. 11 lid 2 Universele verklaring van de rechten van de mens
• Art. 49 Handvest van de grondrechten van de EU
- Wettelijk: wet in formele zin en wet in materiële zin
,Elementen van legaliteit:
- Aansprakelijkheid op grond van een wettelijke
bepaling Geen strafbaarheid zonder wet
• Nullum crimen sine lege (incl. lex certa-vereiste)
Strafwetgeving moet zo duidelijk mogelijk omschrijven welk gedrag precies
strafbaar is
• Nulla poena sine lege
Geen straf zonder
feit
- Geen terugwerkende kracht
Je kunt niet iemand bestraffen voor gedrag dat vandaag niet strafbaar is > dient
rechtszekerheid (betreft zowel strafbaarheid als straf)
• Nulla poena sine lege praevia
- Verbod van te extensieve interpretatie en analogieverbod
Je moet in de wet kunnen opzoeken onder welke omstandigheden je strafbaar bent.
Je moet weten waar je aan toe bent in strafrechtelijke zin
Het komt er dus steeds op neer dat je ten tijde van je handelen moet kunnen weten dat het
gedrag strafbaar was.
Rechtsbeschermende werking van het legaliteitsbeginsel
Als gedrag niet strafbaar is gesteld in de wet, kan je het straffeloos verrichten
- Stel je voor je pleegt een eenvoudige winkeldiefstal
- Maximaal 4 jaar straf, de rechter kan geen 5 jaar opleggen
Legaliteitsbeginsel:
- Legaliteitsbeginsel is instrumenteel en rechtsbeschermend; het legitimeert
en limiteert de mogelijkheid van strafrechtelijk optreden
- Fundamenten van legaliteit:
• Schuld en preventie: inzicht in de strafwaardigheid van
gedrag; vermijdbaarheid en verwijtbaarheid
• Rechtsstaat: binding van de overheid aan de democratisch gelegitimeerde
wet De overheid kan alleen optreden tegen gedrag dat duidelijk en vooraf als
strafbaar is beschreven en niet meer of een andere straf opleggen dan bij wet
is voorzien.
• Rechtszekerheid als overkoepelend
fundament Weten waar je aan toe bent.
- Lex certa dient kenbaarheid van het recht en daarmee rechtszekerheid
- Hoofdregel art. 1 lid 1 Sr: wet ten tijde van handelen
- Verbod van terugwerkende kracht betreft zowel de strafbaarheid als de straf
> verbod dient de kenbaarheid van het recht; rechtszekerheid
- Nuancering op hoofdregel van art. 1 lid 1 Sr: bij wetswijziging ten gunste van
de verdachte moet de nieuwe wet worden toegepast (art. 1 lid 2 Sr)
, HR Incest
HR Lex Metior
Wat wordt er bedoeld met verandering van wetgeving?
Verandering van wetgeving:
Wanneer is sprake van verandering van wetgeving (art. 1 lid 2 Sr)?
1. Wijzigingen die verband houden met delictsomschrijving:
• Veranderd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van
de onderwerpelijke gedraging
> beperkt materiële leer
• Materieel: niet alleen wetswijziging aangaande de stafbepaling maar
ook andere relevante wetswijzigingen die doorwerken in strafrechtelijke
normstelling (vgl. Incest-arrest)
Was gunstiger voor de verdachte omdat 19 jaar dus niet meer strafbaar was
• Beperkt: slechts veranderingen die voortvloeien uit veranderd inzicht
omtrent strafwaardigheid (vgl. wetgeving met tijdelijk karakter)
2. Wijzigingen in regels van sanctierecht (specifieke sanctienormen en algemene
regels van het sanctiestelsel)
• Een sedert het plegen van het delict opgetreden verandering [moet] door
de rechter met onmiddellijke ingang – en dus zonder toetsing aan de
maatstaf van het gewijzigd inzicht van de strafwetgever omtrent de
strafwaardigheid van de voor de wetswijziging begane strafbare feiten –
worden toegepast, indien en voor zover die verandering in de voorliggende
zaak ten gunste van de verdachte werkt
• Achtergrond: EHRM Scoppola: gebod om gunstigste bepalingen
met terugwerkende kracht toe te passen, ligt in 7 EVRM besloten
> proportionaliteit van straftoemeting
Rechtsmacht:
Macht om regels te maken, actie te ondernemen en dus indien Nederland geen rechtsmacht
heeft, leidt dat tot niet-ontvankelijkheid OvJ in vervolging.
Uitgangspunt: territorialiteit
Art. 2 Sr:
De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit
schuldig maakt.
Rechtsgeleerdheid
Lecture 1:
Materieel strafrecht
- Inhoud, werkelijkheid
- Strafbaarstelling van gedrag + straf
Formeel strafrecht
- Vorm, procedure
- Verwezenlijking materiële strafrecht
Wat is strafrechtelijke aansprakelijkheid?
> o.a: voorwaarden voor strafbaarheid”
- Menselijke gedraging
- Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
- Die wederrechtelijk is
- En aan schuld te wijten
Artikel 348-350 Sv:
Artikel 348: formele voorvragen
1. Is de dagvaarding geldig?
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is het OM ontvankelijk?
4. Dient de vervolging te worden geschorst?
Artikel 350 Sv:
1. Is bewezen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is
begaan? Niet? > vrijspraak art. 352 lid 1 Sv
2. Welk strafbaar feit levert het bewezenverklaarde volgens de wet op
(kwalificatie bewezenverklaring) – valt het ergens onder een
delictsomschrijving?
Loopt het hier stuk? > ontslag van alle rechtsvervolging art. 352 lid 2 Sv
3. Is de verdachte strafbaar (hier komen de strafuitsluitingsgronden aan bod)?
Indien niet-ideaaltypische delictsomschrijving (schuld/wederrechtelijkheid
opgenomen in de delictsomschrijving) dan bestanddeel en moet het
bewezen
worden > strafuitsluitingsgronden komen dan bij de 1e materiele vraag aan bod (dan
wordt schuld/wederrechtelijkheid veronderstelt aanwezig te zijn) > dan wel bij deze
vraag:
- Is het bewezenverklaarde wederrechtelijk?
- Is het bewezenverklaarde aan schuld te wijten?
Zo niet, dan OVAR art. 352 lid 2 Sv
4. Welke sanctie moet worden
opgelegd? Strafoplegging art. 351 Sv
,Strafuitsluitingsgronden
Rechtvaardigingsgronden (nemen de wederrechtelijkheid van de gedraging weg)
o Overmacht in de zin van noodtoestand, artikel 40 Sr
o Noodweer, artikel 41 lid 1 Sr
o Uitvoering wettelijk voorschrift, artikel 42 Sr
o Bevoegd gegeven ambtelijk bevel, artikel 43 lid 1 Sr
o Ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid, ongeschreven
Schulduitsluitingsgronden (nemen de verwijtbaarheid van de gedraging weg)
o Ontoerekenbaarheid, artikel 39 Sr
o Psychische overmacht, artikel 40 Sr
o Noodweerexces, artikel 41 lid 2 Sr
o Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel, artikel 43 lid 2 Sr
o Afwezigheid van alle schuld, ongeschreven
Strafrechtelijke aansprakelijkheid is veelal ruimer
Bijvoorbeeld:
- Mishandeling; SO dood in ambulance. Causal verband?
- Is er sprake van zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend?
- Omdat Piet pas in de ambulance pas dood is gegaan.
- Zware mishandeling: vrijspraak. Nieuwe vervolging wegens mishandeling mogelijk?
- De vraag is wel of Jan nogmaals mag worden vervolgd voor hetzelfde pak slaag?
- Alleen als dat mag, kan Jan strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden.
- Ne bis idem beginsel speelt hier een rol
- Moeder pleegt kindermoord (art. 291 Sr); OvJ legt art. 289 Sr ten laste. Kwalificatie?
- Zwanger van vader oppaskinderen
- Zwangerschap verborgen houden voor de omgeving
- Ze bevalt uiteindelijk helemaal alleen en is zo bang dat ze haar kind direct daarna
van het leven beroofd omdat ze bang is voor de gevolgen.
- Er staat op kindermoord 9 jaar straf
Legaliteitsbeginsel:
In de wet moet duidelijk omschreven staan welk gedrag precies strafbaar is. Gedrag moet
dus zo keurig mogelijk worden omschreven.
- Art. 1 lid 1 SrL geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling.
- Breed (internationaal) erkend beginsel:
• Art. 7 EVRM (vgl. EHRM NJ 1997/1)
• Art. 15 IVBPR
• Art. 16 Grondwet
• Art. 11 lid 2 Universele verklaring van de rechten van de mens
• Art. 49 Handvest van de grondrechten van de EU
- Wettelijk: wet in formele zin en wet in materiële zin
,Elementen van legaliteit:
- Aansprakelijkheid op grond van een wettelijke
bepaling Geen strafbaarheid zonder wet
• Nullum crimen sine lege (incl. lex certa-vereiste)
Strafwetgeving moet zo duidelijk mogelijk omschrijven welk gedrag precies
strafbaar is
• Nulla poena sine lege
Geen straf zonder
feit
- Geen terugwerkende kracht
Je kunt niet iemand bestraffen voor gedrag dat vandaag niet strafbaar is > dient
rechtszekerheid (betreft zowel strafbaarheid als straf)
• Nulla poena sine lege praevia
- Verbod van te extensieve interpretatie en analogieverbod
Je moet in de wet kunnen opzoeken onder welke omstandigheden je strafbaar bent.
Je moet weten waar je aan toe bent in strafrechtelijke zin
Het komt er dus steeds op neer dat je ten tijde van je handelen moet kunnen weten dat het
gedrag strafbaar was.
Rechtsbeschermende werking van het legaliteitsbeginsel
Als gedrag niet strafbaar is gesteld in de wet, kan je het straffeloos verrichten
- Stel je voor je pleegt een eenvoudige winkeldiefstal
- Maximaal 4 jaar straf, de rechter kan geen 5 jaar opleggen
Legaliteitsbeginsel:
- Legaliteitsbeginsel is instrumenteel en rechtsbeschermend; het legitimeert
en limiteert de mogelijkheid van strafrechtelijk optreden
- Fundamenten van legaliteit:
• Schuld en preventie: inzicht in de strafwaardigheid van
gedrag; vermijdbaarheid en verwijtbaarheid
• Rechtsstaat: binding van de overheid aan de democratisch gelegitimeerde
wet De overheid kan alleen optreden tegen gedrag dat duidelijk en vooraf als
strafbaar is beschreven en niet meer of een andere straf opleggen dan bij wet
is voorzien.
• Rechtszekerheid als overkoepelend
fundament Weten waar je aan toe bent.
- Lex certa dient kenbaarheid van het recht en daarmee rechtszekerheid
- Hoofdregel art. 1 lid 1 Sr: wet ten tijde van handelen
- Verbod van terugwerkende kracht betreft zowel de strafbaarheid als de straf
> verbod dient de kenbaarheid van het recht; rechtszekerheid
- Nuancering op hoofdregel van art. 1 lid 1 Sr: bij wetswijziging ten gunste van
de verdachte moet de nieuwe wet worden toegepast (art. 1 lid 2 Sr)
, HR Incest
HR Lex Metior
Wat wordt er bedoeld met verandering van wetgeving?
Verandering van wetgeving:
Wanneer is sprake van verandering van wetgeving (art. 1 lid 2 Sr)?
1. Wijzigingen die verband houden met delictsomschrijving:
• Veranderd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van
de onderwerpelijke gedraging
> beperkt materiële leer
• Materieel: niet alleen wetswijziging aangaande de stafbepaling maar
ook andere relevante wetswijzigingen die doorwerken in strafrechtelijke
normstelling (vgl. Incest-arrest)
Was gunstiger voor de verdachte omdat 19 jaar dus niet meer strafbaar was
• Beperkt: slechts veranderingen die voortvloeien uit veranderd inzicht
omtrent strafwaardigheid (vgl. wetgeving met tijdelijk karakter)
2. Wijzigingen in regels van sanctierecht (specifieke sanctienormen en algemene
regels van het sanctiestelsel)
• Een sedert het plegen van het delict opgetreden verandering [moet] door
de rechter met onmiddellijke ingang – en dus zonder toetsing aan de
maatstaf van het gewijzigd inzicht van de strafwetgever omtrent de
strafwaardigheid van de voor de wetswijziging begane strafbare feiten –
worden toegepast, indien en voor zover die verandering in de voorliggende
zaak ten gunste van de verdachte werkt
• Achtergrond: EHRM Scoppola: gebod om gunstigste bepalingen
met terugwerkende kracht toe te passen, ligt in 7 EVRM besloten
> proportionaliteit van straftoemeting
Rechtsmacht:
Macht om regels te maken, actie te ondernemen en dus indien Nederland geen rechtsmacht
heeft, leidt dat tot niet-ontvankelijkheid OvJ in vervolging.
Uitgangspunt: territorialiteit
Art. 2 Sr:
De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit
schuldig maakt.