1.Ademhalingsstelsel
Als we spreken over ademen spreken we over 2 processen:
1) Celademhaling/inwendige ademhaling of verbranding: dieren hebben zuurstof nodig om
alle cellen in hun lichaam voedsel te laten verbranden, energie komt uit het voedsel en zo
kunnen de cellen in ons lichaam functioneren
Er wordt zuurstof verbruikt en CO2 geproduceerd
2) Uitwendige ademhaling: levende wezens die gassen uitwisselen, het doel van ademen is dus
zorgen voor energie, voor elke cel en dus voor het volledige wezen
Ontstaan van ademhalingssystemen:
We nemen een kubusvormig dier dat alsmaar groter wordt.
Zijde Oppervlakte Volume Opp : volume
1 cm 6 cm2 1 cm3 6/cm
10 cm 600 cm2 1000 cm3 0,6/cm
100 cm 60 000 cm2 1000 000 cm3 0,006/cm
We beginnen met een dier dat van oppervlakte 6 vierkante centimeter heeft, en een volume van 1
kubieke centimeter heeft. Als het dier aan huidademhaling doet, dan neemt het zuurstof op via zijn
huidoppervlak voor alle cellen aan de oppervlakte en relatief weinig cellen die zuurstof moeten
krijgen via de huidcellen
Wanneer het dier 10x groter wordt, zijn oppervlakte wordt ook 100 keer groter, het volume neemt
1000 keer toe.
De cellen aan het oppervlak moeten dus relatief meer cellen zuurstof opnemen, aangezien er
relatief veel meer cellen aan de binnenkant zitten
Zie voorbeeld voor in het lager pg 449
Op een bepaald moment kunnen de buitenste cellen zich niet meer bol werken, omdat ze
met te weinig zijn
Hierbij zie je dat in beide gevallen ervoor gezorgd is dat er meer oppervlak ter beschikking is zonder
dat je veel volume toevoegt
Zo kan er veel zuurstof opgenomen worden
Zowel kieuwen als longen zorgen voor een groter uitwisselingsoppervlak
Om deze zuurstof te vervoeren naar alle cellen van het lichaam bloedvatenstelsel
Kieuwen: uitwendig, in het water
(water ondersteunt de kieuwen)
Longen: inwendig, op het land, in
een vochtige omgeving
, Longen
Longen zijn inwendige structuren waarlangs het dier ademhaalt
Lucht wordt opgenomen via de neus of
mondholte
- Haren en trilharen: zuiveren de
lucht
- Slijmvlies: bevinden zich bloedvaten
die de lucht verwarmen
- Daarna gaat de lucht via de
keelholte naar de luchtpijp
- Opwarmen en bevochtigen door
trilhaartjes (bewegen naar buiten
toe waardoor vuiltjes worden
tegengehouden)
Luchtpijp wordt ondersteund door hoefijzervormige kraakbeenringen, de bovenste 3 ringen vormen
het strottenhoofd, waarin de stembanden zich bevinden
- Binnenkant van luchtpijp: trilhaarslijmvlies, in het slijm worden stof en vuil gevangen
gehouden en door de opwaarste bewegingen van de trilharen worden deze verwijdert
- Ook wordt de ingeademde lucht bevochtigd
- Luchtpijp wordt vertakt in longtakken, deze longtakken vertakken een aantal keer in
longtakjes, deze eindigen op clusters van longblaasjes die omgeven zijn door
haarvatennetwerk
Luchtpijp longtakken longtakjes clusters longblaasjes
- Tussen de lucht in de longblaasjes en het bloed worden gassen uitgewisseld
- Zuurstof wordt opgenomen in het bloed, koolstofdioxide wordt afgegeven in de
longblaasjes
Hoe geraakt lucht nu in de longen?
Door een combinatie van borst- en buikademhaling
Inademen: trekken de tussenribspieren samen,
waardoor de ribben omhoog gaan (borstademhaling)
en trekt het middenrif samen, waardoor deze vlakker
komt te staan (samen zorgen ze ervoor dat de
borstholte vergroot en de longen opengetrokken
worden)
Uitademen: al de spieren ontspannen en de
borstholte verkleint, waardoor de lucht uit de longen
gaat
Als we spreken over ademen spreken we over 2 processen:
1) Celademhaling/inwendige ademhaling of verbranding: dieren hebben zuurstof nodig om
alle cellen in hun lichaam voedsel te laten verbranden, energie komt uit het voedsel en zo
kunnen de cellen in ons lichaam functioneren
Er wordt zuurstof verbruikt en CO2 geproduceerd
2) Uitwendige ademhaling: levende wezens die gassen uitwisselen, het doel van ademen is dus
zorgen voor energie, voor elke cel en dus voor het volledige wezen
Ontstaan van ademhalingssystemen:
We nemen een kubusvormig dier dat alsmaar groter wordt.
Zijde Oppervlakte Volume Opp : volume
1 cm 6 cm2 1 cm3 6/cm
10 cm 600 cm2 1000 cm3 0,6/cm
100 cm 60 000 cm2 1000 000 cm3 0,006/cm
We beginnen met een dier dat van oppervlakte 6 vierkante centimeter heeft, en een volume van 1
kubieke centimeter heeft. Als het dier aan huidademhaling doet, dan neemt het zuurstof op via zijn
huidoppervlak voor alle cellen aan de oppervlakte en relatief weinig cellen die zuurstof moeten
krijgen via de huidcellen
Wanneer het dier 10x groter wordt, zijn oppervlakte wordt ook 100 keer groter, het volume neemt
1000 keer toe.
De cellen aan het oppervlak moeten dus relatief meer cellen zuurstof opnemen, aangezien er
relatief veel meer cellen aan de binnenkant zitten
Zie voorbeeld voor in het lager pg 449
Op een bepaald moment kunnen de buitenste cellen zich niet meer bol werken, omdat ze
met te weinig zijn
Hierbij zie je dat in beide gevallen ervoor gezorgd is dat er meer oppervlak ter beschikking is zonder
dat je veel volume toevoegt
Zo kan er veel zuurstof opgenomen worden
Zowel kieuwen als longen zorgen voor een groter uitwisselingsoppervlak
Om deze zuurstof te vervoeren naar alle cellen van het lichaam bloedvatenstelsel
Kieuwen: uitwendig, in het water
(water ondersteunt de kieuwen)
Longen: inwendig, op het land, in
een vochtige omgeving
, Longen
Longen zijn inwendige structuren waarlangs het dier ademhaalt
Lucht wordt opgenomen via de neus of
mondholte
- Haren en trilharen: zuiveren de
lucht
- Slijmvlies: bevinden zich bloedvaten
die de lucht verwarmen
- Daarna gaat de lucht via de
keelholte naar de luchtpijp
- Opwarmen en bevochtigen door
trilhaartjes (bewegen naar buiten
toe waardoor vuiltjes worden
tegengehouden)
Luchtpijp wordt ondersteund door hoefijzervormige kraakbeenringen, de bovenste 3 ringen vormen
het strottenhoofd, waarin de stembanden zich bevinden
- Binnenkant van luchtpijp: trilhaarslijmvlies, in het slijm worden stof en vuil gevangen
gehouden en door de opwaarste bewegingen van de trilharen worden deze verwijdert
- Ook wordt de ingeademde lucht bevochtigd
- Luchtpijp wordt vertakt in longtakken, deze longtakken vertakken een aantal keer in
longtakjes, deze eindigen op clusters van longblaasjes die omgeven zijn door
haarvatennetwerk
Luchtpijp longtakken longtakjes clusters longblaasjes
- Tussen de lucht in de longblaasjes en het bloed worden gassen uitgewisseld
- Zuurstof wordt opgenomen in het bloed, koolstofdioxide wordt afgegeven in de
longblaasjes
Hoe geraakt lucht nu in de longen?
Door een combinatie van borst- en buikademhaling
Inademen: trekken de tussenribspieren samen,
waardoor de ribben omhoog gaan (borstademhaling)
en trekt het middenrif samen, waardoor deze vlakker
komt te staan (samen zorgen ze ervoor dat de
borstholte vergroot en de longen opengetrokken
worden)
Uitademen: al de spieren ontspannen en de
borstholte verkleint, waardoor de lucht uit de longen
gaat