Inleiding recht
H1 1.8.2 en 1.8.3 niet leren
Rechtsbronnen:
- Wetten
Het geschreven of voorgeschreven recht zijn regels die letterlijk op
papier staan
- Verdragen
Afspraken tussen landen
- Jurisprudentie
De uitspraak van de rechter (rechtsspraak)
- Gewoonten
In Nederland weinig omdat we graag alles vastleggen)
- Rechtsleer/doctrine (stukken van een prof of hoogleraar etc.
waarin hij uitleg geeft over een wet)
Uit de regelgeving vloeien nationale regels, Europese regels en
verdragen voort. Door de verschillende partijen die wetten maken heb je
rangorde:
1. Hogere regel boven lagere regel
2. Bijzondere regel gaat boven algemene regel
3. Jongste regel gaat voor oudere regel
Wetten in formele zin wetten zijn opgesteld door de regering en de
staten generaal en zijn
Wet in materiele zin wat geldt voor iedereen
Formeel recht gaat over proces (gaat over wat voor straf erop staat)
Materieel recht gaat over de inhoud (gaat over wat wel en niet mag)
Dwingend recht moet men zich aan houden (wet zegt dat proeftijd
schriftelijk vastgesteld moet worden)
Aanvullend recht mag men van afwijken als het maar niet in strijd is met
de wet (het mondelijk vaststellen van een proeftijd is hiermee dus niet
geldig)
Objectief recht geldt voor iedereen (het eigendomsrecht van een
gekochte auto)
Subjectief recht is slecht voor een persoon (inhoud van
koopovereenkomst van de auto is alleen tussen koper en verkoper)
Het recht bestaat uit Europees-internationaal recht en nationaal recht.
H1 1.8.2 en 1.8.3 niet leren
Rechtsbronnen:
- Wetten
Het geschreven of voorgeschreven recht zijn regels die letterlijk op
papier staan
- Verdragen
Afspraken tussen landen
- Jurisprudentie
De uitspraak van de rechter (rechtsspraak)
- Gewoonten
In Nederland weinig omdat we graag alles vastleggen)
- Rechtsleer/doctrine (stukken van een prof of hoogleraar etc.
waarin hij uitleg geeft over een wet)
Uit de regelgeving vloeien nationale regels, Europese regels en
verdragen voort. Door de verschillende partijen die wetten maken heb je
rangorde:
1. Hogere regel boven lagere regel
2. Bijzondere regel gaat boven algemene regel
3. Jongste regel gaat voor oudere regel
Wetten in formele zin wetten zijn opgesteld door de regering en de
staten generaal en zijn
Wet in materiele zin wat geldt voor iedereen
Formeel recht gaat over proces (gaat over wat voor straf erop staat)
Materieel recht gaat over de inhoud (gaat over wat wel en niet mag)
Dwingend recht moet men zich aan houden (wet zegt dat proeftijd
schriftelijk vastgesteld moet worden)
Aanvullend recht mag men van afwijken als het maar niet in strijd is met
de wet (het mondelijk vaststellen van een proeftijd is hiermee dus niet
geldig)
Objectief recht geldt voor iedereen (het eigendomsrecht van een
gekochte auto)
Subjectief recht is slecht voor een persoon (inhoud van
koopovereenkomst van de auto is alleen tussen koper en verkoper)
Het recht bestaat uit Europees-internationaal recht en nationaal recht.