Sportpsychologie hoorcollege 3 - Motivatie in de sport (2) Goal setting en AGT
B&O paragraaf 2.5 en 9.3.1
Doel: een norm of standaard die je wil bereiken, in de regel binnen een bepaalde tijd (Locke)
niet alles wat je wil bereiken is een doel; aan het bereiken van een doel meet je af dat je succesvol
bent
Goal setting - het systematisch stellen van:
- uitdagende, moeilijke, haalbare, specifieke en concrete doelen
- onder eigen controle
- op de korte & lange termijn
- met regelmatige feedback
Principes bij het werken met doelstellingen (SMART)
1. uitdaging
2. haalbaarheid
3. verifieerbaar
4. controleerbaarheid
Typen doelen:
- prestatiedoelen (performance goals)
- procesdoelen (process goals)
- resultaatdoelen (outcome goals)
Werkingsmechanismen goal setting:
- versterken motivatie
- strategie ontwikkelen
- sturen aandacht
- geven gevoel van controle
Richtlijnen voor goal setting:
- formuleer doelen op verschillend gebied
- formuleer behalve resultaatdoelen ook prestatie- en procesdoelen
- ontwikkel strategie om de doelen te bereiken
- zie tabel 9.5 (blz 313)
Achievement Goal Theory (AGT) (Nicholls, Duda, Roberts)
fundamentele aanname: in prestatiesituatie
- laten zien wat je kunt (competentie, bekwaam, vaardig)
- voorkomen dat te zien is wat je niet kunt
Twee opvattingen over competentie:
- vooruitgang (gekoppeld aan taakdoelen)
- vermogen (vergelijking - resultaatdoelen)
Opvatting over competentie bepaalt perspectief (goal perspective)
Goal perspective: met welke doelen gaat iemand een situatie in waarin prestaties moeten worden
geleverd (vanuit welk perspectief bekijkt iemand de situatie?)
focus op taak
, Goal perspective
focus op vergelijking
Goal perspective:
-> hoe iemand cognitief en affectief reageert op en handelt in 'achievement settings'
-> hoe iemand zijn bekwaamheid beoordeelt en zijn succes definieert
Taak:
-> eigen bekwaamheid en succes zijn self-referenced
Wedijver (ego):
-> waargenomen bekwaamheid en succes zijn gerelateerd aan anderen
Doeloriëntatie (goal orientation)
Taakoriëntatie:
- leren
- persoonlijke verbetering
- aan de eisen van de taak voldoen
Wedijver- of winstoriëntatie (ego orientation)
- sterker/beter zijn dan anderen
- demonstreren van superieure vaardigheid
Waargenomen bekwaamheid en opvatting over eigen bekwaamheid -> motivatie
Belangrijk:
1. onafhankelijke dimensies, niet bipolair
2. taak- en wedijvergeoriënteerde sporters voelen zich aangetrokken tot wedstrijden; betekenis
van de wedstrijdervaring
3. beiden: winnen is belangrijk
Waargenomen motivatieklimaat
Leerklimaat (mastery climate)
- inspanning en samenwerking worden beloond
- iedereen heeft een belangrijke rol
- fouten horen erbij
Resultaatklimaat (ego involving/performance)
- erkenning van alleen de goeie
- rivaliteit tussen teamleden
- fouten worden bestraft
Resultaatklimaat en wedijverinstelling worden bevorderd als de sportomgeving:
- in hoge mate op competitie is gericht
- permanent onderlinge vergelijking plaatsvindt
- winnen sterk benadrukt wordt
- het om resultaat, niet om inspanning gaat
- alleen goeden erkenning krijgen
- echte bijdrage komt van de echte goeden
Leerklimaat en taakinstelling worden bevorderd als de sportomgeving:
- benadrukt dat hoe je speelt, net zo belangrijk is als winst of verlies
B&O paragraaf 2.5 en 9.3.1
Doel: een norm of standaard die je wil bereiken, in de regel binnen een bepaalde tijd (Locke)
niet alles wat je wil bereiken is een doel; aan het bereiken van een doel meet je af dat je succesvol
bent
Goal setting - het systematisch stellen van:
- uitdagende, moeilijke, haalbare, specifieke en concrete doelen
- onder eigen controle
- op de korte & lange termijn
- met regelmatige feedback
Principes bij het werken met doelstellingen (SMART)
1. uitdaging
2. haalbaarheid
3. verifieerbaar
4. controleerbaarheid
Typen doelen:
- prestatiedoelen (performance goals)
- procesdoelen (process goals)
- resultaatdoelen (outcome goals)
Werkingsmechanismen goal setting:
- versterken motivatie
- strategie ontwikkelen
- sturen aandacht
- geven gevoel van controle
Richtlijnen voor goal setting:
- formuleer doelen op verschillend gebied
- formuleer behalve resultaatdoelen ook prestatie- en procesdoelen
- ontwikkel strategie om de doelen te bereiken
- zie tabel 9.5 (blz 313)
Achievement Goal Theory (AGT) (Nicholls, Duda, Roberts)
fundamentele aanname: in prestatiesituatie
- laten zien wat je kunt (competentie, bekwaam, vaardig)
- voorkomen dat te zien is wat je niet kunt
Twee opvattingen over competentie:
- vooruitgang (gekoppeld aan taakdoelen)
- vermogen (vergelijking - resultaatdoelen)
Opvatting over competentie bepaalt perspectief (goal perspective)
Goal perspective: met welke doelen gaat iemand een situatie in waarin prestaties moeten worden
geleverd (vanuit welk perspectief bekijkt iemand de situatie?)
focus op taak
, Goal perspective
focus op vergelijking
Goal perspective:
-> hoe iemand cognitief en affectief reageert op en handelt in 'achievement settings'
-> hoe iemand zijn bekwaamheid beoordeelt en zijn succes definieert
Taak:
-> eigen bekwaamheid en succes zijn self-referenced
Wedijver (ego):
-> waargenomen bekwaamheid en succes zijn gerelateerd aan anderen
Doeloriëntatie (goal orientation)
Taakoriëntatie:
- leren
- persoonlijke verbetering
- aan de eisen van de taak voldoen
Wedijver- of winstoriëntatie (ego orientation)
- sterker/beter zijn dan anderen
- demonstreren van superieure vaardigheid
Waargenomen bekwaamheid en opvatting over eigen bekwaamheid -> motivatie
Belangrijk:
1. onafhankelijke dimensies, niet bipolair
2. taak- en wedijvergeoriënteerde sporters voelen zich aangetrokken tot wedstrijden; betekenis
van de wedstrijdervaring
3. beiden: winnen is belangrijk
Waargenomen motivatieklimaat
Leerklimaat (mastery climate)
- inspanning en samenwerking worden beloond
- iedereen heeft een belangrijke rol
- fouten horen erbij
Resultaatklimaat (ego involving/performance)
- erkenning van alleen de goeie
- rivaliteit tussen teamleden
- fouten worden bestraft
Resultaatklimaat en wedijverinstelling worden bevorderd als de sportomgeving:
- in hoge mate op competitie is gericht
- permanent onderlinge vergelijking plaatsvindt
- winnen sterk benadrukt wordt
- het om resultaat, niet om inspanning gaat
- alleen goeden erkenning krijgen
- echte bijdrage komt van de echte goeden
Leerklimaat en taakinstelling worden bevorderd als de sportomgeving:
- benadrukt dat hoe je speelt, net zo belangrijk is als winst of verlies