Omgevingsanalyse
H6 Conjunctuur
Paragraaf 6.1 Conjunctuur en conjunctuurbeweging
Conjunctuur is de golfbeweging/afwisseling van toenemende en afnemende
economische groei.
Belangrijk kerncijfer binnen de economie BBP Bruto Binnenlands Product
Dit is de totale geldwaarde van de in een land geproduceerde goederen en
diensten in een bepaalde periode.
Reële economische groei = de economische groei gecorrigeerd voor
prijsstijgingen of prijsdalingen.
In de praktijk blijkt dat de economische groei behoorlijk kan fluctueren (wisselen),
waarom:
- Export
- Vraag en aanbod
Negatieve economische groei, daling productie en welvaart Depressie
Economische groei wordt voor een belangrijk deel bepaald door de bestedingen
die in de economie worden gedaan. Hierbij worden meestal de volgende groepen
onderscheiden: consumenten, bedrijven, overheid en het buitenland.
Het gaat goed met de economische groei hoogconjunctuur meer vertrouwen
door consumenten en bedrijven in de economische ontwikkeling bedrijvigheid
en productie neemt toe mensen hebben meer inkomen nieuwe bestedingen.
In economisch mindere tijden laagconjunctuur bestedingen groeien
minder/nemen af productie wordt minder minder bedrijvigheid dit kan
leiden tot het ontslaan van werknemers.
Bij een economische teruggang wordt ook wel gesproken van recessie.
Recessie = als er in een economie twee kwartalen achtereen sprake is van
dalende productie.
De hoog- en laagconjunctuur worden in een cyclus aangegeven. In de cyclus
komt de Trend ook altijd voor. Dit geeft de gemiddelde groei van de productie
weer. Als de productie zich onder de trendlijn bevindt laagconjunctuur. Boven
de trendlijn hoogconjunctuur.
Ook wordt er in de cyclus gesproken van opleving (na een slechtere periode er
weer boven opkomen) en neergang (na een betere periode dalen).
Mogelijkheden in de economie worden bepaald door de hoeveelheid en kwaliteit
van de productiefactoren. Als alle productiefactoren worden ingeschakeld kan de
maximale productie worden gerealiseerd. Dan spreek je van productiecapaciteit.
De productiecapaciteit kan daarna altijd nog toenemen. Doordat bijvoorbeeld het
aantal arbeidskrachten toeneemt of omdat de gemiddelde arbeidsproductiviteit
toeneemt.
Ook kan de productiecapaciteit toenemen door technologische ontwikkelingen
waardoor er snellere en efficiëntere machines ingezet kunnen worden. De
kapitaalproductiviteit van de kapitaalgoederen zal dan stijgen.
H6 Conjunctuur
Paragraaf 6.1 Conjunctuur en conjunctuurbeweging
Conjunctuur is de golfbeweging/afwisseling van toenemende en afnemende
economische groei.
Belangrijk kerncijfer binnen de economie BBP Bruto Binnenlands Product
Dit is de totale geldwaarde van de in een land geproduceerde goederen en
diensten in een bepaalde periode.
Reële economische groei = de economische groei gecorrigeerd voor
prijsstijgingen of prijsdalingen.
In de praktijk blijkt dat de economische groei behoorlijk kan fluctueren (wisselen),
waarom:
- Export
- Vraag en aanbod
Negatieve economische groei, daling productie en welvaart Depressie
Economische groei wordt voor een belangrijk deel bepaald door de bestedingen
die in de economie worden gedaan. Hierbij worden meestal de volgende groepen
onderscheiden: consumenten, bedrijven, overheid en het buitenland.
Het gaat goed met de economische groei hoogconjunctuur meer vertrouwen
door consumenten en bedrijven in de economische ontwikkeling bedrijvigheid
en productie neemt toe mensen hebben meer inkomen nieuwe bestedingen.
In economisch mindere tijden laagconjunctuur bestedingen groeien
minder/nemen af productie wordt minder minder bedrijvigheid dit kan
leiden tot het ontslaan van werknemers.
Bij een economische teruggang wordt ook wel gesproken van recessie.
Recessie = als er in een economie twee kwartalen achtereen sprake is van
dalende productie.
De hoog- en laagconjunctuur worden in een cyclus aangegeven. In de cyclus
komt de Trend ook altijd voor. Dit geeft de gemiddelde groei van de productie
weer. Als de productie zich onder de trendlijn bevindt laagconjunctuur. Boven
de trendlijn hoogconjunctuur.
Ook wordt er in de cyclus gesproken van opleving (na een slechtere periode er
weer boven opkomen) en neergang (na een betere periode dalen).
Mogelijkheden in de economie worden bepaald door de hoeveelheid en kwaliteit
van de productiefactoren. Als alle productiefactoren worden ingeschakeld kan de
maximale productie worden gerealiseerd. Dan spreek je van productiecapaciteit.
De productiecapaciteit kan daarna altijd nog toenemen. Doordat bijvoorbeeld het
aantal arbeidskrachten toeneemt of omdat de gemiddelde arbeidsproductiviteit
toeneemt.
Ook kan de productiecapaciteit toenemen door technologische ontwikkelingen
waardoor er snellere en efficiëntere machines ingezet kunnen worden. De
kapitaalproductiviteit van de kapitaalgoederen zal dan stijgen.