Week 6: acute buik
College: pijnbestrijding
Doelstellingen
1. De student kan verschillende indelingen en vormen van pijn beschrijven.
Het is pijn als de patiënt zegt dat het pijn doet.
Indeling pijn:
Acute pijn: tot 3 maanden.
Chronische pijn: vanaf 3 tot 6 maanden.
Nociceptieve pijn: weefselschade (ontsteking) -> prikkeling nociceptoren (prostaglandines).
-duidelijk aanwijsbaar.
-perioden geen of nauwelijks pijn.
-meestal belastingsafhankelijk (denk aan fractuur).
-2 soorten: somatische pijn (weefselpijn) en viscerale pijn (orgaanpijn) pijnbeleving is diffuus.
Neuropathische pijn: beschadiging of dysfunctie van zenuwweefsel.
-bij beschadiging centrale zenuwstelsel spreekt men van centrale pijn.
-altijd aanwezig, ongeacht spontane aanvallen.
Nociceptieve en neuropathische pijn:
-vasculaire pijn: veroorzaakt door ateriele insufficiëntie/ afsluiting. Zowel Nociceptieve pijn
(weefselbeschadiging) als neuropathische pijn (hypoxie en daardoor dysfunctie zenuwweefsel).
Nociceptieve, neuropathische en viscerale pijn.
-oncologische pijn: veroorzaakt door tumorproces.
2. De student kan voorbeelden geven van meetinstrumenten om pijn in kaart te brengen.
VAS-score/NRS-score: pijnscore 1-10. Vanaf een score van 3 moet er gekeken worden naar zo
nodig pijnmedicatie.
Klinische blik: een patiënt kan aangeven dat het nog gaat, maar de verpleegkundige kan zichtbaar
zien dat de patiënt pijn heeft.
Bloeddruk en hartslag: een hoge bloeddruk en hartslag is een indicatie voor pijn.
Pijnmodel van Loeser: pijnprikkel -> pijngewaarwording -> pijnbeleving -> pijngedrag.
3. De student kan voorbeelden geven van niet-medicamenteuze en medicamenteuze
behandelingen van pijn.
Niet-medicamenteus
Net zoals pijn meer is dan de medische verklaring ervan, is ook de behandeling ervan meer dan
medicijnen!
Pijn wordt negatief beïnvloed door:
-stress, angst, depressiviteit, frustratie, overbelasting.
Pijn wordt verlicht door:
-gezonde leefwijze met voldoende afleiding, ontspanning, beweging.
-lichaamseigen opioïden (endorfine e.d.).
Medicamenteus
WHO pijnladder:
-stap 1: paracetamol + NSAID.
-stap 2: zwak opioid (tramadol).
-stap 3: stap 1 + sterk opioid (oraal, per pleister of injectie).
75
College: pijnbestrijding
Doelstellingen
1. De student kan verschillende indelingen en vormen van pijn beschrijven.
Het is pijn als de patiënt zegt dat het pijn doet.
Indeling pijn:
Acute pijn: tot 3 maanden.
Chronische pijn: vanaf 3 tot 6 maanden.
Nociceptieve pijn: weefselschade (ontsteking) -> prikkeling nociceptoren (prostaglandines).
-duidelijk aanwijsbaar.
-perioden geen of nauwelijks pijn.
-meestal belastingsafhankelijk (denk aan fractuur).
-2 soorten: somatische pijn (weefselpijn) en viscerale pijn (orgaanpijn) pijnbeleving is diffuus.
Neuropathische pijn: beschadiging of dysfunctie van zenuwweefsel.
-bij beschadiging centrale zenuwstelsel spreekt men van centrale pijn.
-altijd aanwezig, ongeacht spontane aanvallen.
Nociceptieve en neuropathische pijn:
-vasculaire pijn: veroorzaakt door ateriele insufficiëntie/ afsluiting. Zowel Nociceptieve pijn
(weefselbeschadiging) als neuropathische pijn (hypoxie en daardoor dysfunctie zenuwweefsel).
Nociceptieve, neuropathische en viscerale pijn.
-oncologische pijn: veroorzaakt door tumorproces.
2. De student kan voorbeelden geven van meetinstrumenten om pijn in kaart te brengen.
VAS-score/NRS-score: pijnscore 1-10. Vanaf een score van 3 moet er gekeken worden naar zo
nodig pijnmedicatie.
Klinische blik: een patiënt kan aangeven dat het nog gaat, maar de verpleegkundige kan zichtbaar
zien dat de patiënt pijn heeft.
Bloeddruk en hartslag: een hoge bloeddruk en hartslag is een indicatie voor pijn.
Pijnmodel van Loeser: pijnprikkel -> pijngewaarwording -> pijnbeleving -> pijngedrag.
3. De student kan voorbeelden geven van niet-medicamenteuze en medicamenteuze
behandelingen van pijn.
Niet-medicamenteus
Net zoals pijn meer is dan de medische verklaring ervan, is ook de behandeling ervan meer dan
medicijnen!
Pijn wordt negatief beïnvloed door:
-stress, angst, depressiviteit, frustratie, overbelasting.
Pijn wordt verlicht door:
-gezonde leefwijze met voldoende afleiding, ontspanning, beweging.
-lichaamseigen opioïden (endorfine e.d.).
Medicamenteus
WHO pijnladder:
-stap 1: paracetamol + NSAID.
-stap 2: zwak opioid (tramadol).
-stap 3: stap 1 + sterk opioid (oraal, per pleister of injectie).
75