Week 2: Autismespectrumstoornis (ASS)
College autisme spectrum stoornis (ASS)
Doelstellingen
1. De student kan beschrijven wat ASS (pervasive development disorder, ook wel bekend als
autisme en aan autisme verwante stoornissen) inhoudt.
ASS is een informatieverwerkingsstoornis. De informatie wordt anders verwerkt dan bij mensen
zonder autisme. Het speelt zich al op jonge leeftijd voor en het zal het gehele leven een rol spelen.
Autisme heeft gevolgen voor vele aspecten voor het leven, bijvoorbeeld de omgeving: voor broertje
en zusje kan het lastig zijn dat er voor aandacht gaat naar degene met autisme. Daarom wordt het
ook wel een pervasive ontwikkelingsstoornis genoemd, omdat het op veel aspecten van het leven
van invloed is.
2. De student kan beschrijven wat de specifieke zorgvraag is van mensen die bekend zijn met ASS,
vanuit de theorie ‘geef me de 5’.
Zorgvraag 1: problemen zijn op de sociale interactie: iedereen lacht om dat grapje, maar ik weet niet
wat er zo grappig is. Die sarcastische opmerking neem ik letterlijk. Als ik mag zeggen dat ik verkouden
ben, waarom mag ik dan niet zeggen dat ik een soa heb. Het aanvoelen van sociale regels in
moeilijker voor iemand met autisme.
3. De student kan beschrijven welke eisen qua houdings- en samenwerkingsaspecten dit stelt aan
de individuele verpleegkundige maar ook aan de samenwerking binnen het team, vanuit de
theorie ‘geef me de 5’.
-verdiep je in de theorie van autisme en in het persoon.
-respect.
-warmte.
-geduld.
-niet: roddelen/ over grenzen gaan.
-breng samenhang aan: wie, wat, waar, wanneer en hoe.
-executieve functies: dag structuur en taken aanleren.
-theory of mind: sociale regels aanleren.
-auti-communicatie: zakelijk communiceren, emoties vertellen: ik merk dat ik nu boos wordt.
-rekening houden met zintuigen/ overprikkeling.
24
College autisme spectrum stoornis (ASS)
Doelstellingen
1. De student kan beschrijven wat ASS (pervasive development disorder, ook wel bekend als
autisme en aan autisme verwante stoornissen) inhoudt.
ASS is een informatieverwerkingsstoornis. De informatie wordt anders verwerkt dan bij mensen
zonder autisme. Het speelt zich al op jonge leeftijd voor en het zal het gehele leven een rol spelen.
Autisme heeft gevolgen voor vele aspecten voor het leven, bijvoorbeeld de omgeving: voor broertje
en zusje kan het lastig zijn dat er voor aandacht gaat naar degene met autisme. Daarom wordt het
ook wel een pervasive ontwikkelingsstoornis genoemd, omdat het op veel aspecten van het leven
van invloed is.
2. De student kan beschrijven wat de specifieke zorgvraag is van mensen die bekend zijn met ASS,
vanuit de theorie ‘geef me de 5’.
Zorgvraag 1: problemen zijn op de sociale interactie: iedereen lacht om dat grapje, maar ik weet niet
wat er zo grappig is. Die sarcastische opmerking neem ik letterlijk. Als ik mag zeggen dat ik verkouden
ben, waarom mag ik dan niet zeggen dat ik een soa heb. Het aanvoelen van sociale regels in
moeilijker voor iemand met autisme.
3. De student kan beschrijven welke eisen qua houdings- en samenwerkingsaspecten dit stelt aan
de individuele verpleegkundige maar ook aan de samenwerking binnen het team, vanuit de
theorie ‘geef me de 5’.
-verdiep je in de theorie van autisme en in het persoon.
-respect.
-warmte.
-geduld.
-niet: roddelen/ over grenzen gaan.
-breng samenhang aan: wie, wat, waar, wanneer en hoe.
-executieve functies: dag structuur en taken aanleren.
-theory of mind: sociale regels aanleren.
-auti-communicatie: zakelijk communiceren, emoties vertellen: ik merk dat ik nu boos wordt.
-rekening houden met zintuigen/ overprikkeling.
24