Sheets + opdrachten GNGT2
Les 1
CONGRUENTIE: inleiding
Congruentie van werkwoorden in gesproken talen en gebarentalen:
Congruentie = ‘overeenkomst’
Definitie:
Overeenkomst van de werkwoordsvorm met één of meer zinsdelen in de zin. (werkwoord aanpassen aan
de tijd in de zin (bestaan doet dit niet, dus niet-congruerend)).
Functie:
De vorm van het werkwoord laat zien wat het onderwerp (en lijdend voorwerp/meewerkend
voorwerp/e.d.) van de zin is:
“Wie doet wat tegen wie? = SYNTAXIS (*)
Vorm, middel:
vervoeging (*) = MORFOLOGIE (*)
DUS: CONGRUENTIE =
MORFOLOGIE én SYNTAXIS !
(vorm) (functie)
(*) Zie herhalingsstof!
CONGRUENTIE = ‘overeenkomst’
Congruentie = ‘overeenkomst’ Waarom?
Nederlands:
‘Jij loop-t’, ‘Jij plaag-t’:
* ‘-t’ = 2e of 3e persoon enkelvoud;
* het onderwerp is 2e persoon enkelvoud;
Dus: OVEREENKOMST tussen de werkwoordsvorm en het Onderwerp.
NGT:
INDEX2 INDEX1 2PLAGEN1/
‘Jij plaagt mij.’
,* ‘2’ = 2e persoon enkelvoud;
* het Onderwerp is 2e persoon enkelvoud;
* ‘1’ = 1e persoon enkelvoud;
* LV is 1e persoon enkelvoud;
Dus: OVEREENKOMST tussen de werkwoordsvorm, en het Onderwerp en het LV.
CONGRUENTIE IN DE NGT: Morfologie (vorm)
TWEE SOORTEN WERKWOORDEN in de NGT:
1. Congruerende werkwoorden (= Variante werkwoorden)
2. Niet-congruerende werkwoorden (= Invariante werkwoorden)
Niet-congruerende werkwoorden: verklaring?
plaats: vaak ‘lichaams-gebonden’
(vaak iconisch, soms toevallig)
geen duidelijke reden bijv. GEBAREN
, Les 2
CONGRUENTIE IN DE NGT: VORM soorten vormveranderingen (morfologie)
Drie soorten vormveranderingen bij congruentie in gebarentalen/NGT:
Vormverandering Betreft Voorbeeld
1. Locatief Plaats AANWEZIG-ZIJN
2. Directioneel Bewegingsrichting GEVEN
ROEPEN
PLAGEN
3. Oriëntationeel Oriëntatie handpalm ROEPEN
Oriëntatie vingers PLAGEN
NB:
Vaak meerdere vormveranderingen tegelijk! (bijvoorbeeld ROEPEN en PLAGEN);
Voorbeelden soms anders dan in ‘Groene Boek’!
CONGRUENTIE IN DE NGT: VORM locatief
LOCATIEF:
Verandering van de plaats van het werkwoord:
vaak bij werkwoorden die in de basisvorm op één locatie gemaakt worden, en dus geen horizontale
beweging (verplaatsing) hebben;
congruentie: het werkwoord wordt gemaakt op/bij de locatie van het Onderwerp, van het Lijdend
Voorwerp, of van een Plaatsbepaling;
congruentie met maar één zinsdeel.
Voorbeeld:
GISTEREN, SCHOOL INDEX3a/
? + ont
INDEX2 AANWEZIG-ZIJN3a/
‘Was jij gisteren niet op school?’
= congruentie met de Plaatsbepaling,
want 3a = ‘school’, in deze zin een Plaatsbepaling.
Les 1
CONGRUENTIE: inleiding
Congruentie van werkwoorden in gesproken talen en gebarentalen:
Congruentie = ‘overeenkomst’
Definitie:
Overeenkomst van de werkwoordsvorm met één of meer zinsdelen in de zin. (werkwoord aanpassen aan
de tijd in de zin (bestaan doet dit niet, dus niet-congruerend)).
Functie:
De vorm van het werkwoord laat zien wat het onderwerp (en lijdend voorwerp/meewerkend
voorwerp/e.d.) van de zin is:
“Wie doet wat tegen wie? = SYNTAXIS (*)
Vorm, middel:
vervoeging (*) = MORFOLOGIE (*)
DUS: CONGRUENTIE =
MORFOLOGIE én SYNTAXIS !
(vorm) (functie)
(*) Zie herhalingsstof!
CONGRUENTIE = ‘overeenkomst’
Congruentie = ‘overeenkomst’ Waarom?
Nederlands:
‘Jij loop-t’, ‘Jij plaag-t’:
* ‘-t’ = 2e of 3e persoon enkelvoud;
* het onderwerp is 2e persoon enkelvoud;
Dus: OVEREENKOMST tussen de werkwoordsvorm en het Onderwerp.
NGT:
INDEX2 INDEX1 2PLAGEN1/
‘Jij plaagt mij.’
,* ‘2’ = 2e persoon enkelvoud;
* het Onderwerp is 2e persoon enkelvoud;
* ‘1’ = 1e persoon enkelvoud;
* LV is 1e persoon enkelvoud;
Dus: OVEREENKOMST tussen de werkwoordsvorm, en het Onderwerp en het LV.
CONGRUENTIE IN DE NGT: Morfologie (vorm)
TWEE SOORTEN WERKWOORDEN in de NGT:
1. Congruerende werkwoorden (= Variante werkwoorden)
2. Niet-congruerende werkwoorden (= Invariante werkwoorden)
Niet-congruerende werkwoorden: verklaring?
plaats: vaak ‘lichaams-gebonden’
(vaak iconisch, soms toevallig)
geen duidelijke reden bijv. GEBAREN
, Les 2
CONGRUENTIE IN DE NGT: VORM soorten vormveranderingen (morfologie)
Drie soorten vormveranderingen bij congruentie in gebarentalen/NGT:
Vormverandering Betreft Voorbeeld
1. Locatief Plaats AANWEZIG-ZIJN
2. Directioneel Bewegingsrichting GEVEN
ROEPEN
PLAGEN
3. Oriëntationeel Oriëntatie handpalm ROEPEN
Oriëntatie vingers PLAGEN
NB:
Vaak meerdere vormveranderingen tegelijk! (bijvoorbeeld ROEPEN en PLAGEN);
Voorbeelden soms anders dan in ‘Groene Boek’!
CONGRUENTIE IN DE NGT: VORM locatief
LOCATIEF:
Verandering van de plaats van het werkwoord:
vaak bij werkwoorden die in de basisvorm op één locatie gemaakt worden, en dus geen horizontale
beweging (verplaatsing) hebben;
congruentie: het werkwoord wordt gemaakt op/bij de locatie van het Onderwerp, van het Lijdend
Voorwerp, of van een Plaatsbepaling;
congruentie met maar één zinsdeel.
Voorbeeld:
GISTEREN, SCHOOL INDEX3a/
? + ont
INDEX2 AANWEZIG-ZIJN3a/
‘Was jij gisteren niet op school?’
= congruentie met de Plaatsbepaling,
want 3a = ‘school’, in deze zin een Plaatsbepaling.