Pedagogiek
Hoorcollege samenvatting
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Wat is opvoeding?.................................................................................................................. 3
Hoorcollege 2: Hoe voed je op?...................................................................................................................... 4
Hoorcollege 3: Opvoeding en gender.............................................................................................................. 6
Hoorcollege 4: Opvoeding en psychologie...................................................................................................... 8
Hoorcollege 5: Opvoeding en cultuur........................................................................................................... 11
Hoorcollege 6: Opvoeding en sociale omgeving............................................................................................ 15
Hoorcollege 7: Opvoeding en pedagogische wetenschappen........................................................................19
Hoorcollege 8: Opvoeding en opvoedadvies................................................................................................. 21
Hoorcollege 9: De pedagogische relaties...................................................................................................... 24
, Hoorcollege 1: Wat is opvoeding?
Ron Scholte & Jan Bransen
Dynamische opvoeding
Accommodatie en assimilatie
Hoe wij opvoeding zien is dynamisch. Onze definities staan niet vast, maar kunnen
aangepast worden aan veranderende informatie en/of culturen.
Accommodatie houdt in dat nieuwe ervaringen hebben geleid tot een verandering van een
bestaande opvatting, oftewel een bestaand cognitief schema wordt aangepast. Bij
assimilatie worden nieuwe ervaringen ingepast in een bestaand cognitief schema.
Voorbeeld:
Jantje ziet zijn hele leven al simpele stoeltjes op school. Zodra hij thuiskomt ziet hij ineens
een stoel die hij niet kent: een bureaustoel. Hij heeft al het schema (een mentaal beeld) van
hoe een stoel er uit ziet. Daarom kan Jantje de bureaustoel plaatsen in dit schema. Hij
assimileert. De nieuwe stoel in een bestaand schema. Vervolgens ziet Jantje een bank. Jantje
weet dat het geen stoel is, maar je er wel op kan zitten, dus hij moet een nieuw schema
maken: bank past niet in het schema stoel. Jantje accommodeert.
Definities van opvoeding
Volgens Renee Dieksttra (1946) is opvoeding iedere invloed die mensen, bedoeld of
onbedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling van een kind.
Volgens het Nederlands Jeugdinsituut houdt opvoeding in dat ouders hun kind begeleiden
bij zijn of haar ontwikkeling tot iemand die zelfstandig kan meedoen aan de samenleving.
Martinus J. Langeveld vindt dat iemand die invloed wil uitoefenen op jongeren, niet per
definitie een opvoeder is. Het typische van de opvoeder is dat heel zijn opvoedend gedrag
erop gericht is het kind helpen mondig te worden, dat wil zeggen in staat tot bekwaam en
moreel betrouwbaar deelnemen aan samenleving en zelfvorming. Opvoeden is dus het
uitoefenen van die soort invloeden.
Langeveld vindt dat het gebied waar de opvoeding gezocht moet worden, is dat van de
omgang tussen volwassenen en kinderen. Ook vindt hij dat het gezag van de opvoeder moet
gelden en vanuit de opvoedeling erkent moet worden. De opvoeder is intentioneel op de
opvoedeling gericht: doelgericht en doelbewust, met opzet oefent hij invloed op het kind uit.
Het uiteindelijke doel van de opvoeding moet zelfverantwoordelijke zelfbepaling zijn.
Antinomie
Een antinomie is een spanningsvolle verhouding tussen twee polen. De spanning moet
blijven, beide polen moeten in balans blijven; als de één aan de ander wordt ‘opgeofferd’
verdwijnt de antinomie en daarmee verdwijnt de opvoeding. Beide polen (vrijheid en
binding) moeten erkend worden wil er van een ‘opvoedingsverhouding’, een pedagogische
relatie, sprake zijn (Meijer, 1996, p. 44).