Kwanitatieve methoden: les 1
Waarom Methoden
- Zoeken naar, het vinden en creëren van antwoorden op problemen
o bv. zijn jongens beter in wiskunde dan meisjes? onderzoeken het dit komt dat het kan
zijn Zijn jongens beter in wiskunde dan meisjes?
o Hoe percipiëren kleuters negatieve vormen van straf?
o Wat is de impact van school sluitingen op de leerprestaties van kinderen?
o Heeft het gebruik van Facebook een negatieve invloed op het welbevinden van
adolescenten?
o Lezen kinderen met dyslexie beter met een aangepast lettertype?
o Kunnen we kinderen met autisme genezen door hen de eerste levensjaren te behandelen?
o Zijn jongens drukker dan meisjes?
o Heeft Rilatine een positieve invloed op het studeergedrag van studenten?
o Is noteren via een laptop efficiënter dan noteren op papier?
o ….
Hier moet als pedagoog een gefundamenteerd antwoord op moeten komen op
deze vragen Evidence-informed handelen
- Evidence-informed handelen: “wetenschappelijk” (vakbladen)
o “Er is geen enkel wetenschappelijk verband tussen kleine klassen en kwaliteitsvol
onderwijs”
- Hoe is men tot deze resultaten gekomen?
- Geldigheid: van deze resultaten: waarop kan ik de resultaten toepassen?
- Onderzoek niet altijd van toepassing op uw context kijken wat is gemeteen om te kijken of je
het kunt veralgemenen
- Methode (μετα – οδος)
o Weg van probleemstelling antwoord op het probleem
- Methodologie
o Leer van wetenschappelijke methoden (welke stappen ondernemen) leidt tot geldige
kennis
- Academische opleiding → wetenschap
o Activiteit onderzoek doen
o Competentie = het “bewijs” evalueren (t.g.v. kennisexplosie)
o 21ste centry skilss wetenschappelijke gerelateerd: vaardigheden nodig in onze
kennismaatschappij
- Kijken naar de zinvolle methode om toe te passen: hangt van onderzoek af kritisch zijn
- Onderzoek sociale media: zowel positieve als negatieve effect: blijven hangen in de negatieve
gedachte of een sociaal verbonden gevoel verkrijgen
Uit onderzoek blijkt dat
- Examen
o Hoe zou je dit onderzoek uitvoeren
o Welke steekproef past hier het beste
o Wat kan je aan het onderzoek verbeteren
o Zelf voorbeelden van concepten aangeven
o Weten welke techniek is toegepast
,Pedagogisch onderzoek
Kwantitatief, kwalitatief en gemengd onderzoek
-
- 3 tradities verschil in de manier hoe de tradities naar de mens kijken; verschilt in termen van
de mens; afhankelijk van de methode
- Kwalitatief (enkel hierop focussen)
o Focus: Natuurwetenschappen
o Hypothese toetsen en fenomen verklaren
o Gestructureerd te werk gaan (storrende invloeden vermijden/voorkomen)
o Onderzoekopzet: storrende factor buiten zetten om controle te behouden
o Toepassen bij grote groepen: zo wil men een algemeen wet verkrijgen
o Geen rekening houden met het unieke van de mens
- Kwalitatief
o Focus op het unieke van de mens
o Subjectief naar onderzoeksobject kijken
o Methode om met een unieke situatie rekening te houden
o Niet gestructureerd: unieke manier om info te verzamelen
o Toch tot een conclusie komen
o Kleine groep of 1 persoon onderzoek
- Gemengd
o Werkelijkheid moet veranderen
o Minderheidsgroepen krijgen een stem om gehoord te worden
o Veranderingen in de maatschappij aanbrengen
Probleemstelling
Het onderzoeksproces
1. Probleemstelling
o Toename rilatinegebruik studenten; helpt het?
o Algemeen onderwerp wordt verengd naar een specifiek onderwerp
2. Theoretisch kader
o Rilatine → neurotransmitter dopamine; amfetamine; werkt bij ADHD
3. Onderzoeksvragen en hypothesen
o Inname van rilatine verbetert geheugen en aandacht
4. Onderzoeksontwerp
o Steekproef: 20 studenten
o Instrumenten: Tests voor geheugen en aandacht – bloeddruk, hartslag
o Opzet: Experimenteel ontwerp - twee groepen rilatine/placebo manipuleren de teste om te
achterhalen wat ze effectief willen
o Randomnisatie= groepindeling gebeurt op willekeurige basis
5. Gegevensverzameling
6. Gegevensanalyse
, o Aandacht: 348 vs. 345ms; Geheugen: 85 vs. 85 woorden
7. Interpretatie
o Rilatine geen invloed op studeergedrag → hoe komt dit?
8. Rapportering
De empirische cyclus (De Groot) = hypothethische deductief
model
1. Observatie
o Binnen theorethische kader observeren
2. Inductie
o Theorethische kader die er zijn onderzoeken
3. Deductie
o Hypothese dat we kunnen toetsten vaststellen
o Operationaliseren= begrippen omzetten naar empirisch
4. Toetsing
o Onderzoek uitvoeren
5. Evaluatie
o Hypothese weerleggen of bevestigen
o Zorgt ervoor dat er een nieuw onderzoek mogelijk is
- Grondstrategie in het voeren van een onderzoek
- Sprake van een cyclisch proces
- Stellen van een hypothese staat centraal
De empirische cyclus=inductief model (exploratief model)
- Wanner men geen theoriie heeft voor het handelen gaat men eerst een observatie verrichten om
een theorie zelf te gaan verzamelen
- Vertrekt vanuit de Werkelijkheid theorie (bottom-up)
1. Observatie
2. Onderzoeksvaardigheden
3. Dataverzameling
4. Theorie –> terug naar observatie en onderzoeksstrategie om theorie te toetsen
Samenvatting
Probleemstelling
- Observatie
• Het onderwerp/probleem
• Hoe kom ik aan een onderwerp/probleem?
• Uitvoerbaar en onderzoekbaar (ethische commissie)
• Doelstelling (Waarom? Waartoe?)
• Relevantie
• Deductief vs. inductief?
• Vraagstelling (wat?)
• Op welk soort onderzoeksvraag wil ik een antwoord geven?
• Beschrijvend – relationeel – causaal – evaluerend
, - Design bepaalt mee welke conslusie je kan trekken
- Vraag bepaalt het onderzoeksdesign kijken of dit past bij de onderzoeksvraag
- Soorten vraagstellingen/onderzoeken
o Beschrijvend:
o Relationeel: samenhang
Bovenste 2: corrationele design
o Causaal: oorzaak-gevolg
o Evaluerend: effect van interventie
Boven 2: Experimentele design
- Impliceert steeds ook de vorige
Theorethische kader
- Bekijk oefeningen in de pwp
- Via literatuurstudie wordt het probleem theorethisch uitgewerkt
-
Boek samenvatting
Hoofdstuk 1: het onderzoeksproces
Voorbeeld
- Verschillende wetenschappers kunnen een verschillend onderzoek uitvoeren, maar dezelfde
gegevens verkrijgen
- Indien onderzoeker geen specifieke definitie heeft voor een begrip maghij hier ookgeen uitspraak
over doen
- Experimenteel onderzoek: kenmerk X in tijd een kenmerk Y vooraf moet gaan manipuleert X
om Y na te gaan
o Alternatieve verklaringen niet plausibel zijn
- Correlationele onderzoek: nagaan samenhand tussen X en Y geen manipulatie mogelijk
o Verschillen in Y kan mogelijk door X zijn, maar ook kan er sprake zijn van andere factoren
o Waarom deze manier
Soms ethisch niet verantwoord om kenmerken te manipuleren
Gebruik van deze omdat er in onderzoek veel verschijnselen multicausaal zijn:
meer dan 1 factor aanwezig interesse in invloed van verscheidene factoren op
een bepaald verschijnsel
Resultaten zijn op een grotere mensen van toepassing (hoeft wel niet altijd te zijn)
- Kans dat derde factor een invloed heeft op Y is veel groter bij een correlationele onderzoek dan
bij een experimentele
- Samenhang zwak of sterk is afhankelijk van de onderzoeker geen objectief citerium voor
- Statische significant: verschil in een kleine groep is waarschijnlijk ook voor een grote groep
nooit 100% zeker
- Hoe groter het verschil in een vergelijking is, des te meer waarde men eraan kan hechten
Fasen in het onderzoeksproces
- Onderzoek begint bij het probleem
- Doel: behulp van empirische gegevens inzicht in het probleem
Waarom Methoden
- Zoeken naar, het vinden en creëren van antwoorden op problemen
o bv. zijn jongens beter in wiskunde dan meisjes? onderzoeken het dit komt dat het kan
zijn Zijn jongens beter in wiskunde dan meisjes?
o Hoe percipiëren kleuters negatieve vormen van straf?
o Wat is de impact van school sluitingen op de leerprestaties van kinderen?
o Heeft het gebruik van Facebook een negatieve invloed op het welbevinden van
adolescenten?
o Lezen kinderen met dyslexie beter met een aangepast lettertype?
o Kunnen we kinderen met autisme genezen door hen de eerste levensjaren te behandelen?
o Zijn jongens drukker dan meisjes?
o Heeft Rilatine een positieve invloed op het studeergedrag van studenten?
o Is noteren via een laptop efficiënter dan noteren op papier?
o ….
Hier moet als pedagoog een gefundamenteerd antwoord op moeten komen op
deze vragen Evidence-informed handelen
- Evidence-informed handelen: “wetenschappelijk” (vakbladen)
o “Er is geen enkel wetenschappelijk verband tussen kleine klassen en kwaliteitsvol
onderwijs”
- Hoe is men tot deze resultaten gekomen?
- Geldigheid: van deze resultaten: waarop kan ik de resultaten toepassen?
- Onderzoek niet altijd van toepassing op uw context kijken wat is gemeteen om te kijken of je
het kunt veralgemenen
- Methode (μετα – οδος)
o Weg van probleemstelling antwoord op het probleem
- Methodologie
o Leer van wetenschappelijke methoden (welke stappen ondernemen) leidt tot geldige
kennis
- Academische opleiding → wetenschap
o Activiteit onderzoek doen
o Competentie = het “bewijs” evalueren (t.g.v. kennisexplosie)
o 21ste centry skilss wetenschappelijke gerelateerd: vaardigheden nodig in onze
kennismaatschappij
- Kijken naar de zinvolle methode om toe te passen: hangt van onderzoek af kritisch zijn
- Onderzoek sociale media: zowel positieve als negatieve effect: blijven hangen in de negatieve
gedachte of een sociaal verbonden gevoel verkrijgen
Uit onderzoek blijkt dat
- Examen
o Hoe zou je dit onderzoek uitvoeren
o Welke steekproef past hier het beste
o Wat kan je aan het onderzoek verbeteren
o Zelf voorbeelden van concepten aangeven
o Weten welke techniek is toegepast
,Pedagogisch onderzoek
Kwantitatief, kwalitatief en gemengd onderzoek
-
- 3 tradities verschil in de manier hoe de tradities naar de mens kijken; verschilt in termen van
de mens; afhankelijk van de methode
- Kwalitatief (enkel hierop focussen)
o Focus: Natuurwetenschappen
o Hypothese toetsen en fenomen verklaren
o Gestructureerd te werk gaan (storrende invloeden vermijden/voorkomen)
o Onderzoekopzet: storrende factor buiten zetten om controle te behouden
o Toepassen bij grote groepen: zo wil men een algemeen wet verkrijgen
o Geen rekening houden met het unieke van de mens
- Kwalitatief
o Focus op het unieke van de mens
o Subjectief naar onderzoeksobject kijken
o Methode om met een unieke situatie rekening te houden
o Niet gestructureerd: unieke manier om info te verzamelen
o Toch tot een conclusie komen
o Kleine groep of 1 persoon onderzoek
- Gemengd
o Werkelijkheid moet veranderen
o Minderheidsgroepen krijgen een stem om gehoord te worden
o Veranderingen in de maatschappij aanbrengen
Probleemstelling
Het onderzoeksproces
1. Probleemstelling
o Toename rilatinegebruik studenten; helpt het?
o Algemeen onderwerp wordt verengd naar een specifiek onderwerp
2. Theoretisch kader
o Rilatine → neurotransmitter dopamine; amfetamine; werkt bij ADHD
3. Onderzoeksvragen en hypothesen
o Inname van rilatine verbetert geheugen en aandacht
4. Onderzoeksontwerp
o Steekproef: 20 studenten
o Instrumenten: Tests voor geheugen en aandacht – bloeddruk, hartslag
o Opzet: Experimenteel ontwerp - twee groepen rilatine/placebo manipuleren de teste om te
achterhalen wat ze effectief willen
o Randomnisatie= groepindeling gebeurt op willekeurige basis
5. Gegevensverzameling
6. Gegevensanalyse
, o Aandacht: 348 vs. 345ms; Geheugen: 85 vs. 85 woorden
7. Interpretatie
o Rilatine geen invloed op studeergedrag → hoe komt dit?
8. Rapportering
De empirische cyclus (De Groot) = hypothethische deductief
model
1. Observatie
o Binnen theorethische kader observeren
2. Inductie
o Theorethische kader die er zijn onderzoeken
3. Deductie
o Hypothese dat we kunnen toetsten vaststellen
o Operationaliseren= begrippen omzetten naar empirisch
4. Toetsing
o Onderzoek uitvoeren
5. Evaluatie
o Hypothese weerleggen of bevestigen
o Zorgt ervoor dat er een nieuw onderzoek mogelijk is
- Grondstrategie in het voeren van een onderzoek
- Sprake van een cyclisch proces
- Stellen van een hypothese staat centraal
De empirische cyclus=inductief model (exploratief model)
- Wanner men geen theoriie heeft voor het handelen gaat men eerst een observatie verrichten om
een theorie zelf te gaan verzamelen
- Vertrekt vanuit de Werkelijkheid theorie (bottom-up)
1. Observatie
2. Onderzoeksvaardigheden
3. Dataverzameling
4. Theorie –> terug naar observatie en onderzoeksstrategie om theorie te toetsen
Samenvatting
Probleemstelling
- Observatie
• Het onderwerp/probleem
• Hoe kom ik aan een onderwerp/probleem?
• Uitvoerbaar en onderzoekbaar (ethische commissie)
• Doelstelling (Waarom? Waartoe?)
• Relevantie
• Deductief vs. inductief?
• Vraagstelling (wat?)
• Op welk soort onderzoeksvraag wil ik een antwoord geven?
• Beschrijvend – relationeel – causaal – evaluerend
, - Design bepaalt mee welke conslusie je kan trekken
- Vraag bepaalt het onderzoeksdesign kijken of dit past bij de onderzoeksvraag
- Soorten vraagstellingen/onderzoeken
o Beschrijvend:
o Relationeel: samenhang
Bovenste 2: corrationele design
o Causaal: oorzaak-gevolg
o Evaluerend: effect van interventie
Boven 2: Experimentele design
- Impliceert steeds ook de vorige
Theorethische kader
- Bekijk oefeningen in de pwp
- Via literatuurstudie wordt het probleem theorethisch uitgewerkt
-
Boek samenvatting
Hoofdstuk 1: het onderzoeksproces
Voorbeeld
- Verschillende wetenschappers kunnen een verschillend onderzoek uitvoeren, maar dezelfde
gegevens verkrijgen
- Indien onderzoeker geen specifieke definitie heeft voor een begrip maghij hier ookgeen uitspraak
over doen
- Experimenteel onderzoek: kenmerk X in tijd een kenmerk Y vooraf moet gaan manipuleert X
om Y na te gaan
o Alternatieve verklaringen niet plausibel zijn
- Correlationele onderzoek: nagaan samenhand tussen X en Y geen manipulatie mogelijk
o Verschillen in Y kan mogelijk door X zijn, maar ook kan er sprake zijn van andere factoren
o Waarom deze manier
Soms ethisch niet verantwoord om kenmerken te manipuleren
Gebruik van deze omdat er in onderzoek veel verschijnselen multicausaal zijn:
meer dan 1 factor aanwezig interesse in invloed van verscheidene factoren op
een bepaald verschijnsel
Resultaten zijn op een grotere mensen van toepassing (hoeft wel niet altijd te zijn)
- Kans dat derde factor een invloed heeft op Y is veel groter bij een correlationele onderzoek dan
bij een experimentele
- Samenhang zwak of sterk is afhankelijk van de onderzoeker geen objectief citerium voor
- Statische significant: verschil in een kleine groep is waarschijnlijk ook voor een grote groep
nooit 100% zeker
- Hoe groter het verschil in een vergelijking is, des te meer waarde men eraan kan hechten
Fasen in het onderzoeksproces
- Onderzoek begint bij het probleem
- Doel: behulp van empirische gegevens inzicht in het probleem