Levensfasen
9. De oudere volwassene
9.1 De fysieke veranderingen bij de oudere volwassene
Tegenwoordig wordt de lichamelijke conditie van oudere volwassenen door
verschillende factoren verklaard: biologische verklaring, sociale factoren, en bijv
levensstijl en lichamelijke verzorging.
De biologische veroudering verloopt volgens een ingebouwde dynamiek, waarbij
je gaande weg merkt dat de lichaamsreserves en de weerstand tegen ziekte
kleiner worden. Hierbij zijn grote interindividueel verschillen te herkennen.
Primary aging: normale verouderinsprocessen.
Secundairy aging: versnelde veroudering ten gevolge van ziekte, stress of een
trauma.
Verouderingsverschijnselen
Functieverlies van organen en zintuigen door beschadiging van cellen en
weefsels.
Functioneren wordt minder.
Neemt toe met de leeftijd: kwantitatief verlies.
De huid
Rimpels, dunner worden huid, bloedcirculatie neemt af.
Tastgevoeligheid wordt minder, pijndrempel wordt hoger.
Lichaamslengte
Neemt af. Botten worden dunner en brozer.
De ogen
Zeker 75% van de oudere volwassenen heeft een hulpmiddel nodig om te kunnen
zien.
Het gehoor
Bij 17% van de oudere volwassenen is er sprake van toenemende
hardhorendheid.
Bij 10%: oorsuizen of tinnitus.
Slechthorendheid heeft grote sociaal-emotionele gevolgen, omdat mensen zich
buitengesloten voelen als ze de andere mensen niet kunnen verstaan.
9. De oudere volwassene
9.1 De fysieke veranderingen bij de oudere volwassene
Tegenwoordig wordt de lichamelijke conditie van oudere volwassenen door
verschillende factoren verklaard: biologische verklaring, sociale factoren, en bijv
levensstijl en lichamelijke verzorging.
De biologische veroudering verloopt volgens een ingebouwde dynamiek, waarbij
je gaande weg merkt dat de lichaamsreserves en de weerstand tegen ziekte
kleiner worden. Hierbij zijn grote interindividueel verschillen te herkennen.
Primary aging: normale verouderinsprocessen.
Secundairy aging: versnelde veroudering ten gevolge van ziekte, stress of een
trauma.
Verouderingsverschijnselen
Functieverlies van organen en zintuigen door beschadiging van cellen en
weefsels.
Functioneren wordt minder.
Neemt toe met de leeftijd: kwantitatief verlies.
De huid
Rimpels, dunner worden huid, bloedcirculatie neemt af.
Tastgevoeligheid wordt minder, pijndrempel wordt hoger.
Lichaamslengte
Neemt af. Botten worden dunner en brozer.
De ogen
Zeker 75% van de oudere volwassenen heeft een hulpmiddel nodig om te kunnen
zien.
Het gehoor
Bij 17% van de oudere volwassenen is er sprake van toenemende
hardhorendheid.
Bij 10%: oorsuizen of tinnitus.
Slechthorendheid heeft grote sociaal-emotionele gevolgen, omdat mensen zich
buitengesloten voelen als ze de andere mensen niet kunnen verstaan.