Samenvatting motorische leren
4: informatie, feedback en motorisch leren
Feedback is terugkoppeling van informatie zodat leerprocessen verbeterd kun worden
Voor: instructies voor/ tijdens leerproces
Tijdens: over de beweging à intrinsiek of extrinsiek
Na: knowledge of results KR en knowledge of performance KP
Welke aspecten van de motorische vaardigheid leren we
Feedback mogelijkheid van motorische controlesysteem om aan te passen aan omgeving, maar
kernstructuur beweging blijft hetzelfde
Let op: verbetering van een specifieke parametrisatie is niet het aanleren v een nieuwe
bewegingsstructuur
Is feedback nodig om te leren?
Vorig hoofdstuk: visuele en proprioceptieve feedback à zeer belangrijk voor motorische controle en
leren
Thorndike stelde dat proefpersonen niet kunnen leren zonder KR
Niet volledig waar, met oefening zullen er steeds meer consistente antwoorden zijn
Noodzakelijkheid:
(1) Als proprioceptieve informatie niet voldoende is à feedback nodig
(2) Extrinsieke FB kan overbodig zijn (bv een basketter die scoort ziet al dat hij gescoord heeft)
(3) Extrinsieke FB kan leren bevorderen als leerproces complex is
(4) Extrinsieke FB kan hinderlijk zijn
Extrinsieke feedback
FB voor bewegingstuitvoering
Bv: verbaal, demonstratie
De proefpersoon zal relatieve bewegingen/informatie opnemen en de invariante karakteristieken
(bv relatieve positie van gewrichten is perfect kopieerbaar) op zichzelf projecteren (mirror
neuronen)
Een onderzoek toonde aan dat meer demonstratie beter prestatie voortbrengt
Kan leereffect zijn
Geen vaste conclusies mogelijk over het leren van d beweging
,Demonstratie bij verschillende personen:
- En ongeoefend persoon meer verschil in prestatie met demonstratie van collega
- Meer ervaren persoon minder verschil in prestatie met demo van leraar
Karakteristieken van taak:
- Gekende structuur (bv sneller leren wandelen) minder effect van demo
- Nieuwe structuur (bv leren stappen) meer effect van demo
Spiegelneuronen/mirror neuron system MNS (onderzoek bij apen):
Maken geen onderscheid tussen passief observeren en het actief uitvoeren van beweging
Waarnemende brein is een actief brein
MNS is basis voor imitatie/inlevingsvermogen
Imitatieleren is vroeg in ontwikkeling
Andermans gevoelens op jezelf projecteren
Probleem bij autisme (MNS heeft mogelijk rol)
Revalidatie:
Tot op zeker niveau kan functieherstel geholpen door observatie als ondersteuning
FB tijdens bewegingsuitvoering
Bij bewegingen met tijdsduur
Negatief leereffect
FB tijdens uitvoering:
Goed prestatie effect
Maar niet garantie op leren
FB na elke/enkele pogingen
Goed leereffect
Effecten:
- Geen aandacht voor intrinsieke FB
- Afhankelijkheid van extrinsieke FB
- FB is integraal onderdeel van wat geleerd is
Positief leereffect
We zoeken een evenwicht tussen genoeg leren en niet te afhankelijk worden van FB
Biofeedback:
Visueel/auditieve FB van spiercontractie
Bv: handig voor het trainen van bekkenbodemspieren
, FB na de bewegingsuitvoering
KR (kennis van resultaten):
Verbaliseren van eindresultaat van beweging
Effecten:
- KR is noodzakelijk (oud idee, niet altijd geldig: vooral handig bij complexe taken en fouten)
- KR is overbodig
- Is bevorderlijk
- Hinderlijk (guidance hypothese) (KR kan lerende afleiden van intrinsieke FB die belangrijk is
voor uitvoering zonder KR) (als FB nauwkeuriger is dan de correctiemogelijkheden
uitvoerder)
Guidance hypothese: experimentele evidentie over de leidende effecten van KR
- Relatieve frequentie KR:
=% pogingen waarbij KR wordt gegeven
Hypothese vermindering % KR is bevorderend leereffect (itt prestatie)
- Bandbreedte KR
=FB enkel als fout buiten een criterium van juistheid valt
Effecten:
antwoordconsistentie stijgt
minder variabiliteit in resultaten in retentietest als de deelnemers die constante KR hadden
- Samengevatte KR
= FB na de laatste poging over alle pogingen
Effecten:
in aanleerfase zal er slechter gepresteerd worden dan bij directe FB
in retentietest zal er beter gepresteerd worden dan bij directe FB
nog betere retentieprestaties voor verhoging aantal pogingen met samengevatte FB
afhankelijk van complexiteit, hoe complexer hoe minder pogingen voor sameng FB voor
meer leereffect
- Temporele positie van KR/uitstel van KR
KR zou een sterker leidend effect hebben met FB snel na uitvoering
Experiment: Er wordt gewacht met FB te geven en direct FB gegeven
uigestelde FB heeft beter leereffect
Onmiddelijke FB ontmoedigt verwerking van sensorische informatie (die noodzakelijk is om
de taak zonder FB uit te voeren)
Negatieve effecten van KR als
Lerende afhankelijk wordt van extrinsieke FB
Geen evaluatie van intrinsieke FB plaatsvindt
De extrinsieke FB nauwkeuriger is dan de mogelijkheden van de lerende
overcompensaties
Positieve effecten van KR als
Vermeden wordt dat lerende afhankeljk wordt van FB
4: informatie, feedback en motorisch leren
Feedback is terugkoppeling van informatie zodat leerprocessen verbeterd kun worden
Voor: instructies voor/ tijdens leerproces
Tijdens: over de beweging à intrinsiek of extrinsiek
Na: knowledge of results KR en knowledge of performance KP
Welke aspecten van de motorische vaardigheid leren we
Feedback mogelijkheid van motorische controlesysteem om aan te passen aan omgeving, maar
kernstructuur beweging blijft hetzelfde
Let op: verbetering van een specifieke parametrisatie is niet het aanleren v een nieuwe
bewegingsstructuur
Is feedback nodig om te leren?
Vorig hoofdstuk: visuele en proprioceptieve feedback à zeer belangrijk voor motorische controle en
leren
Thorndike stelde dat proefpersonen niet kunnen leren zonder KR
Niet volledig waar, met oefening zullen er steeds meer consistente antwoorden zijn
Noodzakelijkheid:
(1) Als proprioceptieve informatie niet voldoende is à feedback nodig
(2) Extrinsieke FB kan overbodig zijn (bv een basketter die scoort ziet al dat hij gescoord heeft)
(3) Extrinsieke FB kan leren bevorderen als leerproces complex is
(4) Extrinsieke FB kan hinderlijk zijn
Extrinsieke feedback
FB voor bewegingstuitvoering
Bv: verbaal, demonstratie
De proefpersoon zal relatieve bewegingen/informatie opnemen en de invariante karakteristieken
(bv relatieve positie van gewrichten is perfect kopieerbaar) op zichzelf projecteren (mirror
neuronen)
Een onderzoek toonde aan dat meer demonstratie beter prestatie voortbrengt
Kan leereffect zijn
Geen vaste conclusies mogelijk over het leren van d beweging
,Demonstratie bij verschillende personen:
- En ongeoefend persoon meer verschil in prestatie met demonstratie van collega
- Meer ervaren persoon minder verschil in prestatie met demo van leraar
Karakteristieken van taak:
- Gekende structuur (bv sneller leren wandelen) minder effect van demo
- Nieuwe structuur (bv leren stappen) meer effect van demo
Spiegelneuronen/mirror neuron system MNS (onderzoek bij apen):
Maken geen onderscheid tussen passief observeren en het actief uitvoeren van beweging
Waarnemende brein is een actief brein
MNS is basis voor imitatie/inlevingsvermogen
Imitatieleren is vroeg in ontwikkeling
Andermans gevoelens op jezelf projecteren
Probleem bij autisme (MNS heeft mogelijk rol)
Revalidatie:
Tot op zeker niveau kan functieherstel geholpen door observatie als ondersteuning
FB tijdens bewegingsuitvoering
Bij bewegingen met tijdsduur
Negatief leereffect
FB tijdens uitvoering:
Goed prestatie effect
Maar niet garantie op leren
FB na elke/enkele pogingen
Goed leereffect
Effecten:
- Geen aandacht voor intrinsieke FB
- Afhankelijkheid van extrinsieke FB
- FB is integraal onderdeel van wat geleerd is
Positief leereffect
We zoeken een evenwicht tussen genoeg leren en niet te afhankelijk worden van FB
Biofeedback:
Visueel/auditieve FB van spiercontractie
Bv: handig voor het trainen van bekkenbodemspieren
, FB na de bewegingsuitvoering
KR (kennis van resultaten):
Verbaliseren van eindresultaat van beweging
Effecten:
- KR is noodzakelijk (oud idee, niet altijd geldig: vooral handig bij complexe taken en fouten)
- KR is overbodig
- Is bevorderlijk
- Hinderlijk (guidance hypothese) (KR kan lerende afleiden van intrinsieke FB die belangrijk is
voor uitvoering zonder KR) (als FB nauwkeuriger is dan de correctiemogelijkheden
uitvoerder)
Guidance hypothese: experimentele evidentie over de leidende effecten van KR
- Relatieve frequentie KR:
=% pogingen waarbij KR wordt gegeven
Hypothese vermindering % KR is bevorderend leereffect (itt prestatie)
- Bandbreedte KR
=FB enkel als fout buiten een criterium van juistheid valt
Effecten:
antwoordconsistentie stijgt
minder variabiliteit in resultaten in retentietest als de deelnemers die constante KR hadden
- Samengevatte KR
= FB na de laatste poging over alle pogingen
Effecten:
in aanleerfase zal er slechter gepresteerd worden dan bij directe FB
in retentietest zal er beter gepresteerd worden dan bij directe FB
nog betere retentieprestaties voor verhoging aantal pogingen met samengevatte FB
afhankelijk van complexiteit, hoe complexer hoe minder pogingen voor sameng FB voor
meer leereffect
- Temporele positie van KR/uitstel van KR
KR zou een sterker leidend effect hebben met FB snel na uitvoering
Experiment: Er wordt gewacht met FB te geven en direct FB gegeven
uigestelde FB heeft beter leereffect
Onmiddelijke FB ontmoedigt verwerking van sensorische informatie (die noodzakelijk is om
de taak zonder FB uit te voeren)
Negatieve effecten van KR als
Lerende afhankelijk wordt van extrinsieke FB
Geen evaluatie van intrinsieke FB plaatsvindt
De extrinsieke FB nauwkeuriger is dan de mogelijkheden van de lerende
overcompensaties
Positieve effecten van KR als
Vermeden wordt dat lerende afhankeljk wordt van FB