Veeteelt
Hoofdstuk 1: Wat is veeteelt?
1. Situering basisbegrippen
1.1. Veeteelt in de brede zin
- Dierlijke productie van
• Voedsel (melk, vlees, eieren, vis, insecten)
• Arbeid (trekkracht)
• Kleding (wol, leder, zijde, bont)
1.2. Veeteelt in de nauwe zin
Fokkerij = veeverbetering → selectie
1.3. Is de productie van (sommige) dierlijk eiwit nog verantwoord?
• Rundvee en schapen
– Gebruik van plantaardig voedsel dat niet door de mens te gebruiken is
• Varkens en pluimvee
– Omnivoor
– Gebruik van voedsel dat concurreert met voedingsmiddelen voor de
mens (granen bijv.)
• Insecten
– Kweek op (plantaardige) reststromen
• Veel dieren/ha
• Dikwijls niet grondgebonden
Antwoord: intensifiëring blijft nodig
• In kader van milieu:
meer produceren met minder dieren → minder mest
• In kader van verzekerd inkomen:
meer produceren per veehouder → alleen grote bedrijven kunnen overleven
• In kader van voedselveiligheid:
meer produceren per wereldburger → dalende vleesproductie/wereldburger
,1.4. Hoe dierlijke productie beïnvloeden?
• Nutritioneel
– Voedingsstof kennen
– Optimale samenstelling van de voeders (formulering)
• Genetische selectie en vruchtbaarheid
• Opdrijven van de hygiëne
– Minder energieverlies
– Minder ziekten
• Gezondheidsbegeleiding
– Genezen van zieke dieren (antibiotica → werkt alleen tegen bacteriën)
– Preventie
, Hoofdstuk 2: Varkensteelt
1. Anatomie van het geslachtsapparaat
1.5. Vrouwelijk geslachtsapparaat
1.5.1. Eierstok = ovarium
• Eierstok: vrouwelijke geslachtsklier.
– Vanaf de geboorte
– Veel primaire follikels
• Vanaf de puberteit → follikels afrijpen
(hormonen) zullen de primaire follikels.
Tertiaire
• Naargelang van het stadium follikel
Springen
van de cyclus bevat de van follikel
eierstok (een) follikel(s) of (een) geel
lichaam (lichamen).
Secundaire
follikel
• De eierstok van de zeug is
druiventrosvormig, die van de koe
langwerpig.
Geel
Primaire
lichaam
follikel
1.5.2. Eileider = oviduct (tuba
uterina)
• Dunne gekronkelde buis (zeug 20 cm)
die uitloopt op een trechtervormige verwijding met franjes (infundibulum), om
de rijpe eicel op te vangen.
• De bevruchting gebeurt normaal gezien in de eileider
1.5.3. Baarmoeder = uterus en baarmoederhoornen = cornua uteri
Baarmoeder-
• De zeug heeft een uterus bicornis (twee hoornen) hoorn
• Beide baarmoederhoornen versmelten tot een
baarmoederlichaam dat vrij klein is. eierstokken
• De lengte verschilt naarmate van het Cervix
drachtstadium Vagina Blaas
Clitoris
, 1.5.4. Baarmoederhals (-ring; -mond) = cervix
• Overgang tussen baarmoeder en vagina (schede)
• Kraakbeenachtige structuur
• Gesloten tijdens dracht, enigszins geopend tijdens bronst
• In elkaar grijpende plooien van kraakbeenachtige structuur
• Kurketrekkervormig kanaal
• Beer = cervixbezaaier
1.5.5. Schede = vagina
• Verbinding tussen baarmoederhals en uitwendige
geslachtsdelen
• Eigenlijke vagina of gewelf
• Voorhof of vestibulum
• Gescheiden door maagdenvlies of hymen (restant
vergroeiing kanaal van Müller en kanaal van Wolff)
1.5.6. Schaamspleet = …vulva = kling (vooral bij
koeien)
• Omringd door de schaamlippen (uitwendige geslachtsorganen)
• Toegangspoort tot de schede
1.6. Mannelijk geslachtsapparaat
zaadblaasjes Terugtrek-spieren Vibro-elastische penis:
• S- bocht wordt gevormd
• Wordt niet in de breedte
groter
1.6.1. Teelbal = testis (mv.: testes)
• Normaal 2 teelballen in het scrotum
• Ligging diersoortafhankelijk
1.6.2. Bijbal of epidydimis
• In het scrotum
• Hier gebeurt de rijping van het sperma
Hoofdstuk 1: Wat is veeteelt?
1. Situering basisbegrippen
1.1. Veeteelt in de brede zin
- Dierlijke productie van
• Voedsel (melk, vlees, eieren, vis, insecten)
• Arbeid (trekkracht)
• Kleding (wol, leder, zijde, bont)
1.2. Veeteelt in de nauwe zin
Fokkerij = veeverbetering → selectie
1.3. Is de productie van (sommige) dierlijk eiwit nog verantwoord?
• Rundvee en schapen
– Gebruik van plantaardig voedsel dat niet door de mens te gebruiken is
• Varkens en pluimvee
– Omnivoor
– Gebruik van voedsel dat concurreert met voedingsmiddelen voor de
mens (granen bijv.)
• Insecten
– Kweek op (plantaardige) reststromen
• Veel dieren/ha
• Dikwijls niet grondgebonden
Antwoord: intensifiëring blijft nodig
• In kader van milieu:
meer produceren met minder dieren → minder mest
• In kader van verzekerd inkomen:
meer produceren per veehouder → alleen grote bedrijven kunnen overleven
• In kader van voedselveiligheid:
meer produceren per wereldburger → dalende vleesproductie/wereldburger
,1.4. Hoe dierlijke productie beïnvloeden?
• Nutritioneel
– Voedingsstof kennen
– Optimale samenstelling van de voeders (formulering)
• Genetische selectie en vruchtbaarheid
• Opdrijven van de hygiëne
– Minder energieverlies
– Minder ziekten
• Gezondheidsbegeleiding
– Genezen van zieke dieren (antibiotica → werkt alleen tegen bacteriën)
– Preventie
, Hoofdstuk 2: Varkensteelt
1. Anatomie van het geslachtsapparaat
1.5. Vrouwelijk geslachtsapparaat
1.5.1. Eierstok = ovarium
• Eierstok: vrouwelijke geslachtsklier.
– Vanaf de geboorte
– Veel primaire follikels
• Vanaf de puberteit → follikels afrijpen
(hormonen) zullen de primaire follikels.
Tertiaire
• Naargelang van het stadium follikel
Springen
van de cyclus bevat de van follikel
eierstok (een) follikel(s) of (een) geel
lichaam (lichamen).
Secundaire
follikel
• De eierstok van de zeug is
druiventrosvormig, die van de koe
langwerpig.
Geel
Primaire
lichaam
follikel
1.5.2. Eileider = oviduct (tuba
uterina)
• Dunne gekronkelde buis (zeug 20 cm)
die uitloopt op een trechtervormige verwijding met franjes (infundibulum), om
de rijpe eicel op te vangen.
• De bevruchting gebeurt normaal gezien in de eileider
1.5.3. Baarmoeder = uterus en baarmoederhoornen = cornua uteri
Baarmoeder-
• De zeug heeft een uterus bicornis (twee hoornen) hoorn
• Beide baarmoederhoornen versmelten tot een
baarmoederlichaam dat vrij klein is. eierstokken
• De lengte verschilt naarmate van het Cervix
drachtstadium Vagina Blaas
Clitoris
, 1.5.4. Baarmoederhals (-ring; -mond) = cervix
• Overgang tussen baarmoeder en vagina (schede)
• Kraakbeenachtige structuur
• Gesloten tijdens dracht, enigszins geopend tijdens bronst
• In elkaar grijpende plooien van kraakbeenachtige structuur
• Kurketrekkervormig kanaal
• Beer = cervixbezaaier
1.5.5. Schede = vagina
• Verbinding tussen baarmoederhals en uitwendige
geslachtsdelen
• Eigenlijke vagina of gewelf
• Voorhof of vestibulum
• Gescheiden door maagdenvlies of hymen (restant
vergroeiing kanaal van Müller en kanaal van Wolff)
1.5.6. Schaamspleet = …vulva = kling (vooral bij
koeien)
• Omringd door de schaamlippen (uitwendige geslachtsorganen)
• Toegangspoort tot de schede
1.6. Mannelijk geslachtsapparaat
zaadblaasjes Terugtrek-spieren Vibro-elastische penis:
• S- bocht wordt gevormd
• Wordt niet in de breedte
groter
1.6.1. Teelbal = testis (mv.: testes)
• Normaal 2 teelballen in het scrotum
• Ligging diersoortafhankelijk
1.6.2. Bijbal of epidydimis
• In het scrotum
• Hier gebeurt de rijping van het sperma