100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Natuurkunde hoofdstuk 7 materialen 3 Vwo

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
17-10-2022
Written in
2022/2023

Natuurkunde hoofdstuk 7 materialen 3 Vwo. Natuurkunde hoofdstuk 7 materialen 3 Vwo. Natuurkunde hoofdstuk 7 materialen 3 Vwo. Natuurkunde hoofdstuk 7 materialen 3 Vwo.

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
3

Document information

Uploaded on
October 17, 2022
Number of pages
5
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

7.1 Stofeigenschappen
Bouwstenen van stoffen
Moleculen zijn zeer kleine deeltjes. De moleculen van een stof bepalen de stofeigenschappen. Zo
bepalen zuurstofmoleculen het kook- en smeltpunt van zuurstof.

Zuivere stof bestaat uit een soort moleculen.

Mengsel bestaat uit verschillende soorten moleculen.

Eigenschappen van moleculen:

1. Erg klein.
2. Altijd in beweging en kunnen tegen elkaar botsen.
3. Bewegen sneller als de temperatuur hoger is.
4. Trekken elkaar aan als ze dichtbij elkaar zitten.
5. Er zit niks tussen die moleculen.

Kleiner dan de moleculen zijn de atomen. Moleculen zijn opgebouwd uit twee of meer atomen. Er
zijn 94 soorten atomen. Deze atomen zijn de bouwstoffen voor alle moleculen op de aarde. Een
atoomsoort heet ook wel een element.

Dichtheid
De dichtheid geeft aan hoeveel massa van een stof in een bepaald volume zit. Dichtheid is een
stofeigenschap. Betekent wel dat de dichtheid van de stof niet onder alle omstandigheden gelijk is.

Voorbeeld van een ballon:
Als de temperatuur stijgt, gaan de luchtmoleculen in de ballon sneller bewegen --> ontstaan van
meer ruimte tussen die moleculen. Moleculen blijven gelijk, dus massa verandert niet. Wel een
groter volume, wat de dichtheid neemt af.

Dichtheid berekenen:
ρ = m: V

ρ --> Dichtheid in gram per kubieke centimeter (g/cm3)
m --> De massa in gram
V --> Het volume in kubieke centimeter (cm3)


Zinken, zweven en drijven
Een voorwerp dat dezelfde dichtheid heeft als water blijft zweven: Het blijft op dezelfde hoogte.

De relatieve dichtheid geeft tevens de verhouding van het volume van een voorwerp dat deels is
ondergedompeld en zich deels boven de oppervlakte bevindt. Het is de verhouding tussen de
dichtheid van het voorwerp en de dichtheid van de stof waar in het voorwerp wordt
ondergedompeld.

, 7.2 Warmte
Warmte en temperatuur
Temperatuur is een maat voor de snelheid van de moleculen. Er geldt: Hoe hoger de temperatuur,
hoe sneller de moleculen bewegen. Om de temperatuur te verhogen is er energie nodig. De energie
die er nodig is heet warmte. Eenheid van warmte is joule (J)

Bij 100 °C gaat de faseverandering van waterdamp. Ook al voeg je meer warmte toe verandert de
temperatuur niet. Die warmte wordt gebruikt om de bindingen tussen de moleculen te verbreken.
Bindingen in vloeistof zijn relatief sterk: moleculen zitten dicht op elkaar. Bindingen in gas veel
zwakker: afstand tussen moleculen is een stuk groter. De bindingen tussen moleculen moeten bij
een faseovergang dus verbroken worden.

Verwarmen en soortelijke warmte
De hoeveelheid warmte die je aan een stof moet toevoeren om de temperatuur te laten stijgen
hangt af van de massa van de te verwarmen stof, van de temperatuurverandering en van de
soortelijke warmte. De soortelijke warmte is de warmte die nodig is om 1 g van een stof 1 °C in
temperatuur te laten stijgen. De soortelijke warmte is ook een stofeigenschap. Water heeft een
grotere soortelijke warmte dan olijfolie. Dat betekent dat je meer warmte nodig hebt om 1 g water 1
°C in temperatuur te laten stijgen dan je nodig hebt voor 1 g olijfolie.

Nodige hoeveelheid warmte berekenen:
Q = c • m • ΔT

Q --> De warmte in joule (J)
c --> De soortgelijke warmte in joule per gram per graad Celsius (J/ (g • °C)
m --> de massa in gram (g)
ΔT --> (ΔT = Tbegin - Teind) Temperatuurverandering in graden Celsius (°C)
Afkoelen
Hoeveelheid warmte die een stof afgeeft bij het afkoelen bereken je met dezelfde formule als die
van het opwarmen. Temperatuurverandering is dan negatief. Eindtemperatuur is namelijk lager dan
de begintemperatuur --> betekent dus dat de warmte die je berekent ook negatief is. Negatieve Q =
Warmte komt vrij. Positieve Q = Warmte is toegevoegd.

Warmte-uitwisseling
Zodra 2 stoffen met verschillende temperaturen bij elkaar komen, wisselen ze warmte met elkaar uit
totdat hun temperatuur hetzelfde is. (Negatieve) warmte die ene stof afstaat, is gelijk aan de
(positieve) warmte die de andere stof opneemt.

Warmte-uitwisseling uitrekenen:
Qopwarmen = -Qafkoelen

Q --> de warmte in joule (J)

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Bernietarsha09
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
58
Member since
3 year
Number of followers
37
Documents
37
Last sold
1 month ago

3.4

5 reviews

5
1
4
1
3
2
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions