MGZ Q6 samenvatting
MGZ - Beeldvormende
technieken
HC Beeldvorming met MRI
Wat zie je op medische beelden?
Kernspin
• Kern 'tolt' om zijn as → is een klein
magneetje
• Pijl geeft 'noordpool' aan
• Net als kompasnaald richt kern zich in een
extern magnetisch veld langs dat veld.
Principe NMR
Op een CT is het bot wit → Patiënt in sterk magnetisch veld
Op een MRI is het onderhuids vet wit → Het stuk rondom is een hele grote spoel, die
door helium wordt koel gehouden
Verschillende technieken laten verschillende → De spinnende waterstofkernen richten zich
eigenschappen zien volgens dat veld
Beeldvorming met MRI Een spinnend proton in een magneetveld gedraagt
zich zoals een tol in een zwaartekrachtveld.
Welk weefseleigenschap zie ik?
Een tol draait om zijn as, maar de as heeft zelf een
Algemeen: beelden worden geconstueerd op basis wiebeling. Deze wiebeling noemen we precessie.
van gemeten interactie met een of andere soort Het zal blijken dat deze precessie essentieel is voor
straling. de MRI.
Interactie straling/object: Een tol "wiebelt" om de richting van de
• Reflectie zwaartekracht = precessie
• Transmissie Een waterstofkern precedeert om de richting van
• Emissie het externe magneetveld
Bij MRI is er sprake van emissie. Frequentie van presessie
De soort straling zijn de radiogolven die door het
lichaam zelf worden uitgezonden.
De weefseleigenschap van MRI is iets als B: Sterkte magnetisch veld (Tesla)
waterstofdichtheid y/2pi: gyromagnetische verhouden (hangt af van
soort kern; 42,6 Mz/T voor waterstof)
Principe nucleaire magnetische resonantie
Typisch voor MRI: B= 3T
Magnetisme van atoomkernen (Vergelijking: aardmagnetisch veld 50 µT)
→ Precessie van waterstofkernen in MRI: ca. 130
Waterstofatoom bestaat uit een kern (proton) en MHz (dit ligt in de frequentie van radiofrequentie)
een elektron. Bij MRI gaat het om de kern, namelijk
het tollen van de kern (kernspin). Als je een Radiogolven van precies Larmourfrequentie
positieve lading hebt die rondjes draait, dan heb je kunnen spinnende atoomkernen een "schop"
een stroom die rondjes draait. Als je stroom hebt geven.
die rondjes draait, dan heb je een magneet. Als je
dat magneetje in een extern meetveld stopt, dat Als je een magneet hebt die draait met een hoge
gaat net zoals een kompas alle waterstofatomen frequentie, dan worden radiogolven uitgezonden.
naar die magneet staan. Alle kernen doen dit samen. De antennes in de MRI
7
MGZ - Beeldvormende
technieken
HC Beeldvorming met MRI
Wat zie je op medische beelden?
Kernspin
• Kern 'tolt' om zijn as → is een klein
magneetje
• Pijl geeft 'noordpool' aan
• Net als kompasnaald richt kern zich in een
extern magnetisch veld langs dat veld.
Principe NMR
Op een CT is het bot wit → Patiënt in sterk magnetisch veld
Op een MRI is het onderhuids vet wit → Het stuk rondom is een hele grote spoel, die
door helium wordt koel gehouden
Verschillende technieken laten verschillende → De spinnende waterstofkernen richten zich
eigenschappen zien volgens dat veld
Beeldvorming met MRI Een spinnend proton in een magneetveld gedraagt
zich zoals een tol in een zwaartekrachtveld.
Welk weefseleigenschap zie ik?
Een tol draait om zijn as, maar de as heeft zelf een
Algemeen: beelden worden geconstueerd op basis wiebeling. Deze wiebeling noemen we precessie.
van gemeten interactie met een of andere soort Het zal blijken dat deze precessie essentieel is voor
straling. de MRI.
Interactie straling/object: Een tol "wiebelt" om de richting van de
• Reflectie zwaartekracht = precessie
• Transmissie Een waterstofkern precedeert om de richting van
• Emissie het externe magneetveld
Bij MRI is er sprake van emissie. Frequentie van presessie
De soort straling zijn de radiogolven die door het
lichaam zelf worden uitgezonden.
De weefseleigenschap van MRI is iets als B: Sterkte magnetisch veld (Tesla)
waterstofdichtheid y/2pi: gyromagnetische verhouden (hangt af van
soort kern; 42,6 Mz/T voor waterstof)
Principe nucleaire magnetische resonantie
Typisch voor MRI: B= 3T
Magnetisme van atoomkernen (Vergelijking: aardmagnetisch veld 50 µT)
→ Precessie van waterstofkernen in MRI: ca. 130
Waterstofatoom bestaat uit een kern (proton) en MHz (dit ligt in de frequentie van radiofrequentie)
een elektron. Bij MRI gaat het om de kern, namelijk
het tollen van de kern (kernspin). Als je een Radiogolven van precies Larmourfrequentie
positieve lading hebt die rondjes draait, dan heb je kunnen spinnende atoomkernen een "schop"
een stroom die rondjes draait. Als je stroom hebt geven.
die rondjes draait, dan heb je een magneet. Als je
dat magneetje in een extern meetveld stopt, dat Als je een magneet hebt die draait met een hoge
gaat net zoals een kompas alle waterstofatomen frequentie, dan worden radiogolven uitgezonden.
naar die magneet staan. Alle kernen doen dit samen. De antennes in de MRI
7