Integratie van verschillende theorieën en modellen
Biedt inzicht in risico’s (preventie)
Risicofactoren:
1.1.1.1. Zowel in de persoon als in de omgeving
Indeling gedragsproblemen Van der Ploeg
Bij het meervoudige risicomodel is het zo dat het meer inzicht biedt in risico’s. Hierdoor kunnen risico
voorkomen worden.
Bij het MRM model zijn 4 risicofactoren in de persoon zelf en 5 risicofactoren in de omgeving.
, Internaliserende problemen zijn lastiger te herkennen. Hierbij gaat het om problemen zoals angst en
depressie. Aangezien ze binnen geworteld zitten. Het is moeilijk af te lezen of een persoon zit met
internaliserende problemen.
Externaliserende problemen zoals agressie en hyperactiviteit zijn wel vaak af te lezen.
- Externaliserend gedragsproblemen
- Internaliserende gedragsproblemen
Bij internaliserend gedrag kan het probleemgedrag opgekropt worden waardoor ze kunnen
uitbarsten.
Risicofactoren in de persoon:
Zelfbeeld de manier waarop je jezelf ziet
Zelfhandhaving je blijft ook overeind in een groep, je komt op voor jezelf. De wijze waarop
iemand omgaat met stressvolle omstandigheden (gedrag, cognitie, emoties). Er wordt ook
gekeken naar je voorbeelden/rolmodellen. In hoeverre je situaties kan inschatten is ook
belangrijk.
Zelfbeschikking (locus of control) Causaal verband tussen inspanning en behaalde prestatie.
Bij internaliserende problemen is het als volgt:
bij negatieve zelfbeschikking: Als er successen zijn komt dat door een externe attributie en bij
falen wordt het gezien als een interne attributie (leven = pech en geluk)
Bij externaliserende problemen: positieve zelfbeschikking komt succes door interne attributie en
falen komt door externe attributie (leven= resultaat van mijn inspanning)
Zelfcontrole de druk onderhouden, je ontremd niet helemaal. In hoeverre jij macht hebt over
je eigen driften en behoeften. Je weerstand tegen verleiding. Omgaan met behoeftebevrediging
en het beheersen van omgaan met impulsen.
Risicofactoren buiten de persoon:
School schoolbeleving, schooluitval, schoolklimaat en schoolkenmerken
Gezin de opvoedingsstijl, gezinsinteracties, gezin functioneren en problemen ouders (medisch
psychisch, sociaal en financieel)
Vrije tijd: vrijetijdsbesteding, leefstijl, riskant gedrag en vrienden
Trauma’s gaat het hierbij om een een trauma die eenmalig voorkwam of is het een
repeterende minder ernstige trauma?
Sociale steun In hoeverre kan je sociale steun krijgen uit je buurt, familie, direct betrokkenen
en instanties
Zelfbeeld: