Inhoudstafel samenvatting inleiding Ethiek
Les 1: inleiding in de ethiek
Uitgangspunt van ethisch handelen p.1
Link sociaal werk en ethisch handelen p.1
o Sociaal werk = waardenwerk p.1
Technisch-instrumentele professionaliteit p.1
Normatieve professionaliteit p.1
Persoonlijke professionaliteit p.2
o Sociaal werk = complex werk vol morele dilemma’s p.2
o Sociaal werk = reflectief & in dialoog met elkaar p.2
Basisidee van de sociaal werker in actie p.2
Verheldering morele taal p.3
Morele vragen & opvattingen p.3
4 intuïtieve moralen van Verplaetse p.3
o Hechtingsmoraal p.3
o Geweldmoraal p.3
o Reinigingsmoraal p.3
o Samenwerkingsmoraal p.3
Ethiek p.4
Meta-ethiek p.4
o Moreel relativisme vs moreel universalisme p.4
Les 2: morele ontwikkeling, normatieve theorieën en aanpak morele problemen
Normatieve theorieën p.5
Kohlberg p.5
o Pre-conventioneel niveau p.5
o Conventioneel niveau p.5
o Post-conventioneel nivea p.6
o Kritiek p.6
Gilligan
o Preconventioneel – egoïsme p.6
o Conventioneel – altruïsme p.6
o Postconventioneel – evenwichtig eigenbelang & belang ander p.6
Normatieve theorieën – gevolgenethiek (BENTHAM) p.6
Normatieve theorieën – deontologische ethiek (KANT) p.7
Normatieve theorieën – deugdethiek (ARISTOTELES) p.7
Normatieve theorieën – zorgethiek (TRONTO) p.8
In gesprek over morele problemen p.8
o Argumentieve dialoog p.8
o Open-mindedness p.9
o Legitimatie & macht p.9
Habermas p.9
1
, Van der Laen p.10
o Spelregels en drogredenen p.10
o 4 vormen van argumentatie p.11
o Stappenplan p.12
Les 3: beroepsethiek van het sociaal werk
Gespleten karakter van SW p.13
Van der Laan – prudentie p.14
Morele toepassing op concrete cliëntrelatie (recht op…) p.14
o Autonomie & eigen verantwoordelijkheid p.14
o Hulp p.15
o Transparantie/juiste informatie p.15
o Privacy p.16
o Gelijkwaardigheid p.17
o Als geheel gezien te worden p.17
Juridische omkadering beroepsgeheim p.17
o Doorbrekingsgronden p.18
o Schuldig verzuim p.19
o Rechten/plichten tov beroepsgeheim p.19
Les 4: relevante maatschappelijke ontwikkelingen in het SW
Ontwikkeling rond aanpak sociale ongelijkheid: van verzorgingsstaat naar
participatiesamenleving p.20
o Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving p.20
o Vermaatschappelijking van de zorg p.21
o Ontstaan veiligheidsstaat p.21
o Bureaucratisering & complexiteit p.22
o Tijd van individualisering & fragmentering p.22
o Psychopathologisering/psychologiseren p22
H5 #sociaalwerk
Examenvraag!!! P.24
o Een sociaal werker is meester van de verwondering p.24
o Het terrein van sociaal werk is al een moerassig landschap
o Sociaal werk is voortdurend balanceren op een slap koord
o Ethiek is het gist in het deeg
o Beroepsethische reflectie speelt zich af in de gloed van kampvuren
2
, Afkortingen:
Inleiding Ethiek: samenvatting SW(‘er)= sociaal werk(er)
Ve = van een
Vd = van de
Les 1: inleiding in de ethiek
Obv = op basis van
EHA = ethisch handelen
Uitganspunt van EHA: Tov = ten opzichte van
‘Een mens zonder ethiek is een wild beest dat op onze wereld is losgelaten’
- Mens is een dier dat de keuze heeft om moreel te handelen
- We zijn veroordeeld tot vrijheid en verantwoordelijkheid
Link sociaal werk & ethisch handelen (H1 handboek)
1. Sociaal werk = waardenwerk
a. Technisch-instrumentele professionaliteit
i. Beschikken over kennis, kunde & professionele vaardigheden efficiënt &
effectief
ii. Nadenken over handelen: draagt het bij tot de centrale waarden & daaraan
gekoppelde normen?
iii. Deugden van belang = goede eigenschappen die de handelwijze van de sw’er
bealen
iv. Draait niet enkel om efficiency (= mate waarin de sw’er zijn doelen bereikt),
sw’er moet ook morele competenties ontwikkelen
Wat mag/moet ik doen? (doelgericht)
Wat kan ik doen? (efficientiegericht)
b. Normatieve professionaliteit
i. = Bewust zijn van de normen, waarden & deugden en in een open dialoog
kunnen toetsen aan de argumenten van anderen centraal: respect voor
anderen
ii. Waardegebonden werken: levert helderheid + helpt om prioriteiten &
keuzes te maken die bijdragen aan optimaliseren van cliënt
iii. Bewust zijn van morele vragen + hoe je hiermee omgaat kennis van eigen
moraal noodzakelijk
iv. Voortdurend leerproces
v. Kritisch zijn als sw’er nadenken over de waarden & normen
vi. Kenmerken van sw:
o Kwetsbaarheid vd mensen met wie je werkt
o Werken met gevoelige informatie
o Omgaan met macht
o Krachtenveld met verschillende belangen
o Werken met ouders, kinderen & jongeren
vii. 3 vragen bij waarden & normen
o Wat mag ik? (wetgeving/contractuele afspraken)
o Wat kan ik? (deskundigheidsnormen)
o Waar sta ik voor? (waarden, deugden)
Wat is wenselijk om te doen? (normgericht)
3
Les 1: inleiding in de ethiek
Uitgangspunt van ethisch handelen p.1
Link sociaal werk en ethisch handelen p.1
o Sociaal werk = waardenwerk p.1
Technisch-instrumentele professionaliteit p.1
Normatieve professionaliteit p.1
Persoonlijke professionaliteit p.2
o Sociaal werk = complex werk vol morele dilemma’s p.2
o Sociaal werk = reflectief & in dialoog met elkaar p.2
Basisidee van de sociaal werker in actie p.2
Verheldering morele taal p.3
Morele vragen & opvattingen p.3
4 intuïtieve moralen van Verplaetse p.3
o Hechtingsmoraal p.3
o Geweldmoraal p.3
o Reinigingsmoraal p.3
o Samenwerkingsmoraal p.3
Ethiek p.4
Meta-ethiek p.4
o Moreel relativisme vs moreel universalisme p.4
Les 2: morele ontwikkeling, normatieve theorieën en aanpak morele problemen
Normatieve theorieën p.5
Kohlberg p.5
o Pre-conventioneel niveau p.5
o Conventioneel niveau p.5
o Post-conventioneel nivea p.6
o Kritiek p.6
Gilligan
o Preconventioneel – egoïsme p.6
o Conventioneel – altruïsme p.6
o Postconventioneel – evenwichtig eigenbelang & belang ander p.6
Normatieve theorieën – gevolgenethiek (BENTHAM) p.6
Normatieve theorieën – deontologische ethiek (KANT) p.7
Normatieve theorieën – deugdethiek (ARISTOTELES) p.7
Normatieve theorieën – zorgethiek (TRONTO) p.8
In gesprek over morele problemen p.8
o Argumentieve dialoog p.8
o Open-mindedness p.9
o Legitimatie & macht p.9
Habermas p.9
1
, Van der Laen p.10
o Spelregels en drogredenen p.10
o 4 vormen van argumentatie p.11
o Stappenplan p.12
Les 3: beroepsethiek van het sociaal werk
Gespleten karakter van SW p.13
Van der Laan – prudentie p.14
Morele toepassing op concrete cliëntrelatie (recht op…) p.14
o Autonomie & eigen verantwoordelijkheid p.14
o Hulp p.15
o Transparantie/juiste informatie p.15
o Privacy p.16
o Gelijkwaardigheid p.17
o Als geheel gezien te worden p.17
Juridische omkadering beroepsgeheim p.17
o Doorbrekingsgronden p.18
o Schuldig verzuim p.19
o Rechten/plichten tov beroepsgeheim p.19
Les 4: relevante maatschappelijke ontwikkelingen in het SW
Ontwikkeling rond aanpak sociale ongelijkheid: van verzorgingsstaat naar
participatiesamenleving p.20
o Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving p.20
o Vermaatschappelijking van de zorg p.21
o Ontstaan veiligheidsstaat p.21
o Bureaucratisering & complexiteit p.22
o Tijd van individualisering & fragmentering p.22
o Psychopathologisering/psychologiseren p22
H5 #sociaalwerk
Examenvraag!!! P.24
o Een sociaal werker is meester van de verwondering p.24
o Het terrein van sociaal werk is al een moerassig landschap
o Sociaal werk is voortdurend balanceren op een slap koord
o Ethiek is het gist in het deeg
o Beroepsethische reflectie speelt zich af in de gloed van kampvuren
2
, Afkortingen:
Inleiding Ethiek: samenvatting SW(‘er)= sociaal werk(er)
Ve = van een
Vd = van de
Les 1: inleiding in de ethiek
Obv = op basis van
EHA = ethisch handelen
Uitganspunt van EHA: Tov = ten opzichte van
‘Een mens zonder ethiek is een wild beest dat op onze wereld is losgelaten’
- Mens is een dier dat de keuze heeft om moreel te handelen
- We zijn veroordeeld tot vrijheid en verantwoordelijkheid
Link sociaal werk & ethisch handelen (H1 handboek)
1. Sociaal werk = waardenwerk
a. Technisch-instrumentele professionaliteit
i. Beschikken over kennis, kunde & professionele vaardigheden efficiënt &
effectief
ii. Nadenken over handelen: draagt het bij tot de centrale waarden & daaraan
gekoppelde normen?
iii. Deugden van belang = goede eigenschappen die de handelwijze van de sw’er
bealen
iv. Draait niet enkel om efficiency (= mate waarin de sw’er zijn doelen bereikt),
sw’er moet ook morele competenties ontwikkelen
Wat mag/moet ik doen? (doelgericht)
Wat kan ik doen? (efficientiegericht)
b. Normatieve professionaliteit
i. = Bewust zijn van de normen, waarden & deugden en in een open dialoog
kunnen toetsen aan de argumenten van anderen centraal: respect voor
anderen
ii. Waardegebonden werken: levert helderheid + helpt om prioriteiten &
keuzes te maken die bijdragen aan optimaliseren van cliënt
iii. Bewust zijn van morele vragen + hoe je hiermee omgaat kennis van eigen
moraal noodzakelijk
iv. Voortdurend leerproces
v. Kritisch zijn als sw’er nadenken over de waarden & normen
vi. Kenmerken van sw:
o Kwetsbaarheid vd mensen met wie je werkt
o Werken met gevoelige informatie
o Omgaan met macht
o Krachtenveld met verschillende belangen
o Werken met ouders, kinderen & jongeren
vii. 3 vragen bij waarden & normen
o Wat mag ik? (wetgeving/contractuele afspraken)
o Wat kan ik? (deskundigheidsnormen)
o Waar sta ik voor? (waarden, deugden)
Wat is wenselijk om te doen? (normgericht)
3