OEFENEN
Stelling: e-business is breder dan e-commerce
o WAAR
Stelling: inkoop is een strategische bedrijfsfunctie
o WAAR
Vraag 1: Wat is een consequentie van e-business:
A. Toenemende concurrentie tussen organisaties die online producten verkopen
B. Het ontstaan van de supply chain
C. Samenwerking leveranciers en afnemers d.m.v. digitaal uitwisselen van data
D. Een groei van tussenhandel die de transacties tussen organisaties reguleren
Vraag 2: Via een online chat kan je verzekeringsmaatschappij advies geven over het beste pakket
voor jou. Waarvan is hier sprake?
A. Zelfbediening
B. Cocreatie
C. Community
D. Persoonlijke assistentie
Vraag 3: Strategieën binnen organisatie kennen enkele niveaus. Welk niveau hoort daar niet bij?
A. Operationeel niveau
B. Digitaal niveau
C. Corporate niveau
D. Bedrijfsniveau
Vraag 4: Wat is context- en locatiegebaseerde communicatie?
A. De opkomst van internet en social media
B. Gebruik van tablets en smartphones die meegnomen kunnen worden
C. Gegevens kunnen via internet worden benaderd, in de cloud
D. Het ontvangen van informatie die aansluit bij de situatie van het moment
Vraag 5: Een organisatie kan bij het uitvoeren van het inkoopproces gebruikmaken van internet
technologie. Dit noemen we:
A. Procurerment
B. E-business
C. E-procurement
D. E-inkoop
Vraag 6: Waarop heeft EDI betrekking”
A. E-procurement met betrekking tot de tactische inkoop
B. Elektronische uitwisseling documenten tussen leveranciers en opdrachtgever
C. Elektronische uitwisseling van bedrijfsdocumenten binnen een bedrijf
D. E-procurement met betrekking tot de secundaire inkoop
Stelling: e-business is breder dan e-commerce
o WAAR
Stelling: inkoop is een strategische bedrijfsfunctie
o WAAR
Vraag 1: Wat is een consequentie van e-business:
A. Toenemende concurrentie tussen organisaties die online producten verkopen
B. Het ontstaan van de supply chain
C. Samenwerking leveranciers en afnemers d.m.v. digitaal uitwisselen van data
D. Een groei van tussenhandel die de transacties tussen organisaties reguleren
Vraag 2: Via een online chat kan je verzekeringsmaatschappij advies geven over het beste pakket
voor jou. Waarvan is hier sprake?
A. Zelfbediening
B. Cocreatie
C. Community
D. Persoonlijke assistentie
Vraag 3: Strategieën binnen organisatie kennen enkele niveaus. Welk niveau hoort daar niet bij?
A. Operationeel niveau
B. Digitaal niveau
C. Corporate niveau
D. Bedrijfsniveau
Vraag 4: Wat is context- en locatiegebaseerde communicatie?
A. De opkomst van internet en social media
B. Gebruik van tablets en smartphones die meegnomen kunnen worden
C. Gegevens kunnen via internet worden benaderd, in de cloud
D. Het ontvangen van informatie die aansluit bij de situatie van het moment
Vraag 5: Een organisatie kan bij het uitvoeren van het inkoopproces gebruikmaken van internet
technologie. Dit noemen we:
A. Procurerment
B. E-business
C. E-procurement
D. E-inkoop
Vraag 6: Waarop heeft EDI betrekking”
A. E-procurement met betrekking tot de tactische inkoop
B. Elektronische uitwisseling documenten tussen leveranciers en opdrachtgever
C. Elektronische uitwisseling van bedrijfsdocumenten binnen een bedrijf
D. E-procurement met betrekking tot de secundaire inkoop