"
Wat is scheikunde?
"
Scheikunde houdt zich bezig met stoffen. Alles om je heen bestaat uit stoffen. Lucht
bijvoorbeeld die bestaat uit stikstof en zuurstof. Een stof is alles wat massa heeft.
In de scheikunde kijk je niet alleen naar de eigenschappen van deze stoffen, maar ben
"
je ook bezig met het omzetten van stoffen in andere stoffen.
Stofeigenschappen.
"
Als je stoffen voor een bepaald doel wilt gebruiken, kijk je naar de eigenschappen van
de stof en als je nieuwe stoffen wilt maken, bedenk je van tevoren welke
eigenschappen de stof moet hebben.
Zo moet een snowboard sterk zijn, maar ook kunnen buigen. Je noemt deze
eigenschappen stofeigenschappen.
"
VB: kleur, smaak, oplosbaarheid, brandbaarheid en de fase bij kamertemperatuur.
Stofconstanten
"
Smeltpunt en kookpunt van een stof zijn stofeigenschappen. De temperatuur waarbij
een stof kookt is het kookpunt van die stof. Omdat je deze stofeigenschappen met
een getal kunt weergeven, gevolgd door een eenheid, noem je ze stofconstanten.
VB: water: Smeltpunt is 0 °C en kookpunt is 100 °C.
Een andere belangrijke stofconstante is dichtheid. De massa en het volume zijn geen
stofeigenschappen, maar de dichtheid wel.
Formule dichtheid (Veel oefenopgaves maken!)
Dichtheid = massa : volume
Dichtheid is in g/cm3
Massa in g
Volume is in cm3 of ml
, "
Eenheden en grootheden.
"
Eigenschappen die je kunt meten zoals massa en volume, noem je grootheden. De
eenheid is de maat waarmee je een grootheid meet, zoals kilogram voor massa of
liter voor volume.
"
Samenvatting paragraaf 1
"
• Scheikunde gaat over stoffen en het veranderen van stoffen in andere stoffen.
• Een stof kun je herkennen aan zijn stofeigenschappen.
• Stofeigenschappen die je kunt weergeven met een getal noem je
stofconstanten.
• Dichtheid = massa: volume. Dichtheid is g/cm3. Massa is in g. volume is in cm3
of in ml.
• Eigenschappen die je kunt meten noem je grootheden. De eenheid is de maat
waarmee je een grootheid meet.
Wat is scheikunde?
"
Scheikunde houdt zich bezig met stoffen. Alles om je heen bestaat uit stoffen. Lucht
bijvoorbeeld die bestaat uit stikstof en zuurstof. Een stof is alles wat massa heeft.
In de scheikunde kijk je niet alleen naar de eigenschappen van deze stoffen, maar ben
"
je ook bezig met het omzetten van stoffen in andere stoffen.
Stofeigenschappen.
"
Als je stoffen voor een bepaald doel wilt gebruiken, kijk je naar de eigenschappen van
de stof en als je nieuwe stoffen wilt maken, bedenk je van tevoren welke
eigenschappen de stof moet hebben.
Zo moet een snowboard sterk zijn, maar ook kunnen buigen. Je noemt deze
eigenschappen stofeigenschappen.
"
VB: kleur, smaak, oplosbaarheid, brandbaarheid en de fase bij kamertemperatuur.
Stofconstanten
"
Smeltpunt en kookpunt van een stof zijn stofeigenschappen. De temperatuur waarbij
een stof kookt is het kookpunt van die stof. Omdat je deze stofeigenschappen met
een getal kunt weergeven, gevolgd door een eenheid, noem je ze stofconstanten.
VB: water: Smeltpunt is 0 °C en kookpunt is 100 °C.
Een andere belangrijke stofconstante is dichtheid. De massa en het volume zijn geen
stofeigenschappen, maar de dichtheid wel.
Formule dichtheid (Veel oefenopgaves maken!)
Dichtheid = massa : volume
Dichtheid is in g/cm3
Massa in g
Volume is in cm3 of ml
, "
Eenheden en grootheden.
"
Eigenschappen die je kunt meten zoals massa en volume, noem je grootheden. De
eenheid is de maat waarmee je een grootheid meet, zoals kilogram voor massa of
liter voor volume.
"
Samenvatting paragraaf 1
"
• Scheikunde gaat over stoffen en het veranderen van stoffen in andere stoffen.
• Een stof kun je herkennen aan zijn stofeigenschappen.
• Stofeigenschappen die je kunt weergeven met een getal noem je
stofconstanten.
• Dichtheid = massa: volume. Dichtheid is g/cm3. Massa is in g. volume is in cm3
of in ml.
• Eigenschappen die je kunt meten noem je grootheden. De eenheid is de maat
waarmee je een grootheid meet.