11: Het bloed
Geef het schema van de volledige samenstelling van vol bloed (geen percenten m.u.v. bloedcellen). (zie extra blad)
Geef de functie van elk onderdeel van het bloed (op basis van schema keypoint hierboven). (zie extra blad)
Bloed bevat plasma, cellen en celfragmenten (45%) - erytrocyten, leukocyten en bloedplaatjes (trombocyten).
De functies van bloed :
- Transport van opgeloste stoffen, voedingsstoffen, hormonen en afvalproducten.
- De stabilisering van pH en ionensamenstelling van de interstitiële vloeistof van het hele lichaam.
- Beperking van het vloeistofverlies bij verwondingen.
- Verdediging tegen gifstoffen en ziekteverwekkers.
- Stabilisering van de lichaamstemperatuur.
Verklaar de termen serum en hematocriet.
Serum is de vloeistof die overblijft als men bloedplasma laat stollen en het stolsel afcentrifugeert. De samenstelling is in grote trekken vergelijkbaar
met die van bloedplasma, behalve dat de stollingseiwitten grotendeels verwijderd zijn.
Hematocriet : of hematocrietwaarde is het volume van het bloed dat door de rode bloedcellen (erytrocyten) wordt ingenomen.
De hematocriet wordt bepaald door een buisje bloed te centrifugeren. Onderin verzamelen zich dan de rode bloedcellen, daarbovenop de witte bloedcellen en boven
in de buis het plasma.
, Waar worden erytrocyten, leukocyten en trombocyten aangemaakt?
Hemopoëse : proces waarbij alle vaste bloedbestanddelen worden gevormd.
Myeloïde en lymfoïde stamcellen delen zich, zodat alle drie typen vaste bloedbestanddelen worden gevormd.
In het rode beenmerg (myeloïde weefsel).
Bespreek het fysiologisch systeem van hergebruik van hemoglobine.
Geef het schema van de volledige samenstelling van vol bloed (geen percenten m.u.v. bloedcellen). (zie extra blad)
Geef de functie van elk onderdeel van het bloed (op basis van schema keypoint hierboven). (zie extra blad)
Bloed bevat plasma, cellen en celfragmenten (45%) - erytrocyten, leukocyten en bloedplaatjes (trombocyten).
De functies van bloed :
- Transport van opgeloste stoffen, voedingsstoffen, hormonen en afvalproducten.
- De stabilisering van pH en ionensamenstelling van de interstitiële vloeistof van het hele lichaam.
- Beperking van het vloeistofverlies bij verwondingen.
- Verdediging tegen gifstoffen en ziekteverwekkers.
- Stabilisering van de lichaamstemperatuur.
Verklaar de termen serum en hematocriet.
Serum is de vloeistof die overblijft als men bloedplasma laat stollen en het stolsel afcentrifugeert. De samenstelling is in grote trekken vergelijkbaar
met die van bloedplasma, behalve dat de stollingseiwitten grotendeels verwijderd zijn.
Hematocriet : of hematocrietwaarde is het volume van het bloed dat door de rode bloedcellen (erytrocyten) wordt ingenomen.
De hematocriet wordt bepaald door een buisje bloed te centrifugeren. Onderin verzamelen zich dan de rode bloedcellen, daarbovenop de witte bloedcellen en boven
in de buis het plasma.
, Waar worden erytrocyten, leukocyten en trombocyten aangemaakt?
Hemopoëse : proces waarbij alle vaste bloedbestanddelen worden gevormd.
Myeloïde en lymfoïde stamcellen delen zich, zodat alle drie typen vaste bloedbestanddelen worden gevormd.
In het rode beenmerg (myeloïde weefsel).
Bespreek het fysiologisch systeem van hergebruik van hemoglobine.