Ondersteuningsplan client B:
1. Beginsituatie m.b.v. 3 ordeningsprincipes
Fysiologisch/lichamelijk (in kernwoorden):
46 jarige vrouw
Licht verstandelijke beperking
Gezond
Zeer zelfstandig
Psychisch/mentaal (in kernwoorden)
Moeite met emoties uiten
Moeite met emoties reguleren
Woedebuien
Situaties verkeert inschatten
Kan niet goed tegen haar zin niet krijgen
Lastig vinden om de waarheid te vertellen
Vast blijven hangen in situaties
Sociaal/interpersoonlijk (in kernwoorden)
Goed contact met familie (met name zus)
Woont op haarzelf met begeleiding
Gaat naar dagbesteding/werk
Heeft een relatie
Moeder overleden
2. PES formule met argumentatie
NB. Hier kan de student diverse keuzes maken. De onderbouwing is belangrijk. Waar legt de
student de prioriteit en waarom daar? En waar kan de student iets mee doen als begeleider?
Fysiologisch: Keuze om regelmatig gesprekken te voeren, om vanuit daar te werken
aan omgaan met emoties, vanuit een ‘stabiele gezondheid’
Mentaal: Keuze om aan de slag te gaan met emotieregulering, omgaan met
prikkelverwerking, of werken aan vergroten van zelfbeeld, om zo verder te kunnen
werken aan haar ‘dromen en ambities’.
Interpersoonlijk: Keuze om te starten met aanpakken van activiteiten, werk en uitjes
om vanuit daar motivatie voor aanpakken van haar gedrag te stimuleren.
1. Beginsituatie m.b.v. 3 ordeningsprincipes
Fysiologisch/lichamelijk (in kernwoorden):
46 jarige vrouw
Licht verstandelijke beperking
Gezond
Zeer zelfstandig
Psychisch/mentaal (in kernwoorden)
Moeite met emoties uiten
Moeite met emoties reguleren
Woedebuien
Situaties verkeert inschatten
Kan niet goed tegen haar zin niet krijgen
Lastig vinden om de waarheid te vertellen
Vast blijven hangen in situaties
Sociaal/interpersoonlijk (in kernwoorden)
Goed contact met familie (met name zus)
Woont op haarzelf met begeleiding
Gaat naar dagbesteding/werk
Heeft een relatie
Moeder overleden
2. PES formule met argumentatie
NB. Hier kan de student diverse keuzes maken. De onderbouwing is belangrijk. Waar legt de
student de prioriteit en waarom daar? En waar kan de student iets mee doen als begeleider?
Fysiologisch: Keuze om regelmatig gesprekken te voeren, om vanuit daar te werken
aan omgaan met emoties, vanuit een ‘stabiele gezondheid’
Mentaal: Keuze om aan de slag te gaan met emotieregulering, omgaan met
prikkelverwerking, of werken aan vergroten van zelfbeeld, om zo verder te kunnen
werken aan haar ‘dromen en ambities’.
Interpersoonlijk: Keuze om te starten met aanpakken van activiteiten, werk en uitjes
om vanuit daar motivatie voor aanpakken van haar gedrag te stimuleren.