2. What influence do outliers and strategy use have? How can you
control for them?
Outliers kunnen je hele data vertekenen, daarom is het waarschijnlijk beter naar
de hele verdeling te kijken. Strategy use -> speed/accuracy trade-off which can
have an impact on your RT data. Door op een ander punt dan de theoretische
punt te zijn is niet erg zolang alle deelnemers dezelfde strategie gebruiken (snel
en niet heel accuraat of accuraat en langzaam) en dit ook hetzelfde blijft bij een
en dezelfde deelnemer doordat iedereen in elke trial dezelfde instructie krijgt dan
is dit geen probleem, maar het is wel een probleem zodra een PP zich op
verschillende punten bevindt tijdens verschillende trials. Als je door de trials heen
een verschillende RT hebt en je strategie dus veranderd dan heeft dit niets te
maken met het verschil in RT tussen de taken, maar met onaandachtighed,
ervaring, etc. Door het verwijderen van errors bevindt je je toch nog op deze
curve en is er een andere RT als je veel errors maakt.
Gazzaniga – Chapter 4 - Methods of cognitive Neuroscience:
What is cognitive psychology?
Cognitive psychology rust op de assumptie dat we niet direct waarnemen en
handelen in de wereld, maar eerder dat onze waarnemingen, gedachten en
handelingen afhankelijk zijn van interne
transformaties of computaties.
Mental representations and transformations:
Two key concepts underlie the cognitive approach:
The information processing depends on
internal representations (bijv. Als je aan
iemand het concept ‘bal’ moet uitleggen kan
dat op verschillende manieren zoals verbaal of
met een tekening)
Mental representations undergo
transformations.
(bijv. perceptuele representaties moeten
omgevormd worden in actie representaties om
een doel te bereiken. Het geheugen wijzigt
hoe we iets waarnemen en de manier waarop
informatie wordt verwerkt) Cognitive
psychology is all about how we manipulate
representations.
Letter-matching task van Posner proefpersonen
moeten onderscheiden of twee letters identisch zijn
(bijv. AA), hetzelfde (bijv. Aa), beide vowels (bijv.
AU), beide consonanten (bijv. SC) of van
,verschillende categorieen (bijv. AS) bij identisch waren ze het snelste en als
het beide consonanten waren het langzaamste.
De resultaten suggereren dat we meerdere representaties van stimuli afleiden;
veel stimuli corresponderen met dezelfde letter. De verschillende response
latencies reflecteren de graad van verwerking die vereist is om de letter-
matching task te doen; fysieke representaties worden als eerste geactiveerd
(laagste RT), daarna phonetische representaties, en als laatste de categorische
(hoogste RT).
So, even with simple stimuli, the mind derives multiple
representations.
How are representations transformed from one form to another?
manipulation of Posners experiment – sequential mode of presentation:
De twee letters werden getoond met een kort interval ertussen (stimulus onset
asynchrony: the time between the two stimuli). Het verschil in RT van de fysieke
identiteit en phonetische identiteit werden verminderd als de stimulus onset
asynchrony langer werd.
Dus: de interne representatie van de eerste letter wordt getransformeerd
tijdens het interval.
De afhankelijke variabele van deze experimenten was reaction time
(chronometric methodology). Het meten van de RT is essentieel omdat mentale
gebeurtenissen snel en efficient plaats vinden. Dus als je alleen zou kijken of
iemand correct of incorrect reageerd gaan veel verschillen in prestatie verloren.
De meting van RT maakt daarom een fijnere analyse van interne processen
mogelijk. Maar chronometrische manipulaties kunnen ook toegepast worden op
de onafhankelijke variabele zoals door een stimulus onset asynchrony.
Characterizing mental operations:
A basic assumption of cognitive psychology is that tasks are composed of a set of
mental operations. Fundamental goal of cognitive psychology: identify the
different mental operations that are required to perform different tasks (such as
memory retrieval) internal processing.
Mental operations are processes that generate, elaborate on, or manipulate
mental representations
Input (representation) process (mental operations) output (new
representation)
,Sternberg experiment: hierbij moeten
proefpersonen sensorische informatie vergelijken
met representaties die actief zijn in het geheugen.
De deelnemer moet een set van letters onthouden
(0, 2 of 4 letters). Daarna wordt een enkele letter
gepresenteerd en moet de deelnemer beslissen of
deze letter deel was van de set. Hierbij werden
volgens Sternberg vier primaire mentale operaties
gebruikt: encode, compare, decide, respond.
Het recognition process kan op twee verschillende
manieren werken:
A highly efficient system might compare a
representation of the target with all of the
items in the memory set simultaneously.
On the other hand, the recognition operation
might be limited in terms of how much
information it can handle at any point in time.
E.g it might require the input to be compared
successively to each item in memory.
Deze twee alternatieven kunnen aan de hand van RT van elkaar onderscheiden
worden:
Als het vergelijkingsproces tegelijkertijd plaats vindt voor alle items – een
parallel process – dan is RT onafhankelijk van het aantal van items in de
memory set.
Als het vergelijkingsproces plaats vindt op een sequentiele manier – een
serial process – dan wordt de RT langzamer wanneer de memory set
groter wordt, omdat meer tijd wordt vereist om een item te vergelijken met
een langere memory lijst dan met een kleine.
De resultaten van Sternberg ondersteunen de seriele hypothese. RT
stijgt op een linaire manier met set size.
The parallel, linear functions allowed Sternberg to make two inferences about the
mental operations associated with this task:
De lineaire stijging in RT als de set size toeneemt impliceert dat het
geheugen vergelijkings process een vaste hoeveelheid van interne
verwerkingstijd koste.
o De slope van de functie was ongeveer 40ms dus het duurt 40ms
voor elke opeenvolgende vergelijking, maar dit betekent niet dat
deze waarde een vaste eigenschap representeert van memory
comparison, omdat het beinvloed wordt door andere factoren zoals
bijvoorbeeld moeilijkheid en ervaring.
Het feit dat de twee functies parallel waren impliceert dat de deelnemers
alle memory items vergelijken met de target letter voordat ze reageren.
o Als een deelnemer gestopt was met vergelijken zodra een match
werd gevonden (serial, self-terminating search) dan had de
slope van de ‘nee’ functie twee keer zo stijl moeten zijn als die van
de ‘yes’ functie. Dit is zo omdat in ‘no’ trials alle items gecheckt
moeten worden terwijl bij de ‘yes’ trials gemiddeld maar de helft van
de items gecheckt moeten worden voordat een match werd
gevonden.
, Het feit dat de functies parallel waren impliceert dat vergelijkingen op
alle items werden uitgevoerd exhaustive search.
Why continue to compare the target to the memory set after a match has been
detected?
It is easier to store the result of each comparison for later evaluation
than to monitor ‘online’ the results of successive comparisons.
Ookal blijkt memory comparison een serieel proces te involveren, werkt
veel van de activiteit van de mind parallel.
classic demonstration = word superiority effect refereert naar het feit dat
deelnemers accurater zijn wanneer de stimuli echte woorden zijn en niet
nonsense woorden of alleen XXX waarin de target letter is ingebed. Hoewel we
niet elke letter van een woord hoeven te identificeren, worden representaties van
de individuele letters en het gehele woord parallel geactiveerd. De prestatie
wordt hierdoor makkelijk gemaakt omdat beide representaties informatie geven
over of de target letter aanwezig is. Zoveel representaties (op woord en letter
level) zijn bij de andere opties niet mogelijk.
Constraints on information processing:
In het memory search experiment kan de deelnemer het target item niet met alle
items in de memory set tegelijk vergelijken. Maar is dit een algemene limitatie,
omdat de hoeveelheid van interne verwerking gelimiteerd is, of is dit specifiek
voor de taak?
Verwerkingsbeperkingen worden alleen gedefineerd door de bepaalde
set van mentale operaties die geassocieerd wordt met een bepaalde
taak.
Bijv. Bij de stroop task wordt de representatie van het woord en van de inkt
geactiveerd hoewel het woord irrelevant is. De activatie van een representatie
van de woorden inplaats van de kleuren blijkt automatisch te gebeuren. Het
stroop effect vindt ook nog plaats na veel oefening, maar het kan gereduceerd
worden door het drukken van een knop inplaats van het noemen van het woord
(the word-based representation is closely linked to the vocal response system
and have little effect when the responses are produced manually).
Een andere methode gebruikt om de beperkingen op de informatie verwerking te
onderzoeken zijn dual tasks. Door het verschil van prestatie op een taak alleen
en op twee taken tegenlijkertijd te vergelijken kan de limitatie van cognitie
worden vastgesteld. Het gebruik van een dual task kan ook de exacte bron van
interferentie identificeren: bijv. wordt het stroop effect niet minder als
deelnemers bij de tweede taak de pitch van een auditorische stimuli moeten
bepalen, maar wel als de auditorische stimuli een lijst woorden is waarbij voor
een bepaald target woord gezocht moet worden omdat de verbale eisen van de
tweede taak interfereren met de automatische activatie van de word-based
representation in de stoop taak waardoor de color-based representatie
ongestoord blijft.
The efficiency of our mental abilities and the way in which mental operations
interact can change with experience.
Pachella – the interpretation of reaction time in information-processing
research:
The use of reaction time as a dependent variable: