Oefententamen AOD-IER
- 20 vragen (2,5 punten per vraag)
- 27,5p = cijfer 5,5
- Let op! Het regulieren tentamen bestaat uit 40 mc- vragen.
1. Wat is juist?
a. er bij een verkoopmodaliteit het discriminatiebeginsel geen rol speelt en de overheid
beperkingen op mag leggen bij het importeren van goederen uit andere lidstaten;
b. het verbod op inbreuk op het vrij verkeer van goederen heel ruim moet worden
opgevat;
c. er bij het vrij verkeer van goederen het voor een lidstaat altijd mogelijk moet zijn
belemmeringen op te werpen als het gaat om de producteisen van een product;
d. er bij het vrij verkeer van goederen het voor een lidstaat mogelijk moet zijn
belemmeringen op te werpen als het gaat om de manier van verhandelen van een
product.
Antwoord:
d
2. Europees Parlement wil alleen instemmen met het voorstel van de Europese
Commissie indien deze het voorstel wijzigt. Hoe noemt men dit:
a. amenderen;
b. harmonisatie;
c. implementeren;
d. goedkeuren.
Antwoord:
a
3. Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling I: het bemiddelingscomité in de wetgevingsprocedure bestaat uit een gelijk aantal
leden van de Raad en het Europees Parlement.
Stelling II: als de wetgevingsprocedure in de tweede lezing is vastgelopen, wordt een
bemiddelingscomité ingesteld om tot een gezamenlijke compromistekst te komen.
a. Stelling I
b. Stelling II
c. Stelling I en II
, d. Geen van beide stellingen
Antwoord:
c
4. De Spaanse overheid heeft in verband met de Covid-19 situatie een verplichte
‘Corona-keuring’ ingesteld op goederen die in Nederland zijn gefabriceerd en vanuit
Nederland naar Spanje worden getransporteerd. De kosten van de keuring komen
voor rekening van de exporteur van de goederen. Deze maatregel is in strijd met:
a. Art. 30 VwEU
b. Art. 34 VwEU
c. Art. 45 VwEU
d. Art. 110 VwEU
Antwoord:
a
5. Welke stelling(en) is/zijn juist? Kies de méést juiste optie.
Stelling I
Volgens art. 45 lid 3 VWEU hebben de uitzonderingen betrekking op de openbare orde, de
openbare veiligheid, de volksgezondheid en betrekkingen in overheidsdienst.
Stelling II
Volgens art. 45 lid 3 VWEU hebben de uitzonderingen betrekking op de openbare orde, de
openbare veiligheid, de volksgezondheid en militaire diensten.
a. Stelling I
b. Stelling II
c. Stelling I en II
d. Geen van beide stellingen
Antwoord:
a
6. Raad van Europa is een…?
a. supranationale organisatie
b. intergouvernementele organisatie
c. non-gouvernementele organisatie
d. gouvernementele organisatie
Antwoord:
- 20 vragen (2,5 punten per vraag)
- 27,5p = cijfer 5,5
- Let op! Het regulieren tentamen bestaat uit 40 mc- vragen.
1. Wat is juist?
a. er bij een verkoopmodaliteit het discriminatiebeginsel geen rol speelt en de overheid
beperkingen op mag leggen bij het importeren van goederen uit andere lidstaten;
b. het verbod op inbreuk op het vrij verkeer van goederen heel ruim moet worden
opgevat;
c. er bij het vrij verkeer van goederen het voor een lidstaat altijd mogelijk moet zijn
belemmeringen op te werpen als het gaat om de producteisen van een product;
d. er bij het vrij verkeer van goederen het voor een lidstaat mogelijk moet zijn
belemmeringen op te werpen als het gaat om de manier van verhandelen van een
product.
Antwoord:
d
2. Europees Parlement wil alleen instemmen met het voorstel van de Europese
Commissie indien deze het voorstel wijzigt. Hoe noemt men dit:
a. amenderen;
b. harmonisatie;
c. implementeren;
d. goedkeuren.
Antwoord:
a
3. Welke stelling(en) is/zijn juist?
Stelling I: het bemiddelingscomité in de wetgevingsprocedure bestaat uit een gelijk aantal
leden van de Raad en het Europees Parlement.
Stelling II: als de wetgevingsprocedure in de tweede lezing is vastgelopen, wordt een
bemiddelingscomité ingesteld om tot een gezamenlijke compromistekst te komen.
a. Stelling I
b. Stelling II
c. Stelling I en II
, d. Geen van beide stellingen
Antwoord:
c
4. De Spaanse overheid heeft in verband met de Covid-19 situatie een verplichte
‘Corona-keuring’ ingesteld op goederen die in Nederland zijn gefabriceerd en vanuit
Nederland naar Spanje worden getransporteerd. De kosten van de keuring komen
voor rekening van de exporteur van de goederen. Deze maatregel is in strijd met:
a. Art. 30 VwEU
b. Art. 34 VwEU
c. Art. 45 VwEU
d. Art. 110 VwEU
Antwoord:
a
5. Welke stelling(en) is/zijn juist? Kies de méést juiste optie.
Stelling I
Volgens art. 45 lid 3 VWEU hebben de uitzonderingen betrekking op de openbare orde, de
openbare veiligheid, de volksgezondheid en betrekkingen in overheidsdienst.
Stelling II
Volgens art. 45 lid 3 VWEU hebben de uitzonderingen betrekking op de openbare orde, de
openbare veiligheid, de volksgezondheid en militaire diensten.
a. Stelling I
b. Stelling II
c. Stelling I en II
d. Geen van beide stellingen
Antwoord:
a
6. Raad van Europa is een…?
a. supranationale organisatie
b. intergouvernementele organisatie
c. non-gouvernementele organisatie
d. gouvernementele organisatie
Antwoord: