eencellige eukaryoten. alle functies uitgevoerd door flagellen cilia, asexueel door geen embryonale vrijl
Kolonievormende soorten weinig organellen. Verschillende soorten pseudopodia of splitsing of ontwikkeling (ma
of geen celdifferentiatie. 1 of voeding, soms fotosynthese cytoplasmatische sexueel door zoe
meer kernen per cel. Meestal stroming. kernversmeling voc
zonder eno-of exoskelet maar binnen een gron
sommige groepen met een individu, tussen end
beschermend schaaltje individuen of air
tussen gameten
protozoa
multicellulair, maar geen echte individuele, niet-gecoördineerde adulten sessiel, ofwel sexueel; embryo zonder kiemlagen vrijl
weefsels of organen cellen larven zwemmen meestal het
d.m.v. flagellen hermafrodiet mee
mar
porifera
asymmetrisch of met een radiale osmoregulatie door kloppende ofwel asexueel indirecte ontwikkeling (via wer
symmetrie vacuoles door knopvorming een larvestadium vers
talrijke kleine ostia, waarlangs
water in lichaam komt
één of enkele oscula waarlangs
water lichaam verlaat
water in beweging gebracht door
choanocyten
endoskelet van spongine en/of
spicula