Sociale interactie
Sociale interactie: wijze waarop mensen handelen ten opzichte van elkaar
en hoe ze op elkaar reageren. Actie → reactie → actie
Sociale structuur: aanwijzing hoe er met iemand omgegaan moet worden.
Hierbij horen statussen met bijbehorende rollen. Statussen: positie die
mens inneemt:
Statusset Toegeschreven (ascribed) en verworven status (achieved status)
Masterstatus
Rol: gedrag dat we van iemand verwachten bij bepaalde status:
Rolconflict: tegenspraak van verschillende rollen van een persoon
Sociale constructie van de werkelijkheid: proces waarmee we de
werkelijkheid in onze interactie met anderen op creatieve manier
vormgeven.
Thomas-theorema: als mensen denken dat iets écht is, zal situatie
werkelijk worden
Etnomethodologie: wijze waarop mensen hun dagelijkse omgeving
begrijpen
Dramaturgische analyse (Goffmann): zelfpresentatie: poging van mens om
bij anderen specifieke indrukken van zichzelf te wekken.
Soorten groepen:
1. Primaire groep: leden kleine groep onderhouden persoonlijke en
duurzame relaties
2. Secundaire groep: leden grote groep streven specifiek doel/activiteit
na
Sociale deviantie
Deviantie: onderkende afwijking van culturele normen. Als sociaal
construct:
Manier hoe samenleving betekenis geeft aan iets en zo werkelijkheid
creëert.
Deviantie vanuit perspectieven:
Structureel functionalisme (functies Durkheim):
1. Deviantie bevestigt bestaande waarden en normen
2. Reacties op deviantie maken duidelijk waar morele grenzen liggen
3. Reacties op deviantie brengen mensen dichter bij elkaar
4. Deviantie bevordert sociale verandering
Conflictsociologie (groep met macht Marx):
- Witteboordencriminaliteit: misdrijven die door mensen met hoge
sociale positie tijdens uitoefenen van beroep worden gepleegd.
Iemand met macht bepaalt wat afwijkend is.
Strafdoelen: vergelding, afschrikking, resocialisatie, beschermen van
maatschappij