100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Other

Werkgroep week 18 privaatrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
08-09-2022
Written in
2021/2022

Dit document bevat de volledige uitwerkingen van de werkgroep van week 18 van privaatrecht van Radboud Universiteit bachelor jaar 1.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 8, 2022
Number of pages
5
Written in
2021/2022
Type
Other
Person
Unknown

Subjects

Content preview

Privaatrecht week 18

Voorbereiding hoorcollege:

- Art. 3:86 bevat in lid 1 een uitzondering op de hoofdregel van art. 3:84 lid 1 dat voor
overdracht beschikkingsbevoegdheid is vereist. Vereisten:
 Er is sprake van levering van een roerende zaak, niet-registergoed, of een recht aan
toonder of order.
 Levering vindt plaats overeenkomstig art. 3:90, 3:91 of 3:93 BW.
 Verkrijger is op het moment van levering te goeder trouw: kijken naar art. 3:11 BW, het
komt er op neer dat voor goede trouw van derde-verkrijger niet alleen is vereist dat hij
niet wist van de beschikkingsonbevoegdheid van vervreemder, maar ook dat hij
redelijkerwijze diens beschikkingsonbevoegdheid niet behoorde te kennen.
1. Onder omstandigheden is er zelfs een onderzoeksplicht  onderzoek is alleen
noodzakelijk wanneer omstandigheden twijfel oproepen of redelijkerwijze twijfel
behoren op te roepen m.b.t. beschikkingsbevoegdheid van vervreemder. Laat men
echter (voldoende) onderzoek na, dan sluit dit beroep op goede trouw uit.
 Levering geschiedt anders dan om niet.
- Wegwijsplicht van art. 3:87 BW: stelt in het verlengde van de door art. 3:86 lid 1 vereiste
goede trouw nog een eis: derde-verkrijger moet na 3 jaar na zijn verkrijging onverwijld -
zonder vertraging- de gegevens kunnen verschaffen die hij op tijdstip van verkrijging
voldoende mocht achten om de identiteit van vervreemder te achterhalen. Kan hij dit
desgevraagd niet, dan komt hem geen beroep toe op bescherming door art. 3:86 BW.
- Ook geeft art. 3:86 lid 3 een uitzondering op lid 1 die derdenbescherming geeft  een
eigenaar van een roerende zaak, die het bezit daarvan door diefstal heeft verloren, deze
gedurende drie jaar (te rekenen van de dag van de diefstal af) van eenieder als zijn eigendom
opeisen. Uitzonderingen hierop:
 Sub a: de gestolen zaak is door een ‘consument’ gekocht in normale handel, waarbij in
het bijzonder valt te denken aan koop in een winkel, een warenhuis e.d.
 Sub b: het betreft geld dan wel een toonder- of orderpapier.
- Bescherming tegen beperkte rechten gelden dezelfde vereisten.
- Samenvatting bescherming door art. 3:86 BW:
 Art. 3:86 lid 1 bevat een uitzondering op hoofdregel van art. 3:84 lid 1 BW dat voor
overdracht beschikkingsbevoegdheid is vereist (vereisten staan hierboven).
 Art. 3:86 lid 3 maakt weer uitzondering op de derdenbescherming in lid 1  sub a en b
zijn daarop weer uitzonderingen.
- Art. 3:88 lid 1 kan echter bescherming bieden indien beschikkingsbevoegdheid ontbreekt
daarvoor moet voldaan zijn aan:
 Levering betreft een registergoed, een recht op naam, of een ander goed waarop art.
3:86 niet van toepassing is.
 Derde-verkrijger is ten tijde van levering te goeder trouw (bij registergoederen kan men
verlangen dat hij de openbare registers raadpleegt).
 Beschikkingsonbevoegdheid vloeit voort uit de ongeldigheid van een vroegere
overdracht.
 Ongeldigheid van die vroegere overdracht is niet het gevolg van de onbevoegdheid van
de toenmalige vervreemder (bescherming alleen mogelijk dus indien
beschikkingsonbevoegdheid is veroorzaakt door een titel- of leveringsgebrek in een
eerdere overdracht.

, - Bescherming tegen onvolledigheid van openbare registers (het niet ingeschreven zijn, maar
wel inschrijfbare feit kan niet aan verkrijger worden tegengeworpen, tenzij hij het kende).
- Beperkte bescherming tegen onjuistheid van openbare registers.
- Beperkte bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid door art. 3:88 BW.
- Bij vordering op naam: art. 3:88 BW. Ingeval van stille cessie stelt art. 3:94 lid 3, derde zin
bovendien nog een extra vereiste  wanneer mededeling is overgegaan en mits de
cessionaris op dat tijdstip nog te goeder trouw was.
- Bij ‘verkrijging door verjaring’ wordt iemand die voorheen slechts bezitter van een goed was,
door tijdsverloop rechthebbende op dat goed. Daartegen is ‘bevrijdende verjaring’ het door
tijdsverloop tenietgaan van rechtsvordering.
- Vereisten voor verkrijgende verjaring krachtens art. 3:99 BW:
 Bezit van het goed
 Goede trouw van bezitter
 Onafgebroken bezit
 Bepaald tijdsverloop (3 jaar voor roerende zaken, niet-registergoederen en toonder- en
ordervorderingen + 10 jaar voor andere goederen)
- Verkrijgende verjaring treedt van rechtswege in (automatisch treedt dit in)
- Vereisten voor verkrijgende verjaring krachtens art. 3:105 lid 1 BW:
 Bezit van het goed
 Verjaring van rechtsvordering tot opeising van het bezit van het goed
- Door bevrijdende verjaring gaat niet de verbintenis teniet, doch slechts de rechtsvordering,
die maar een onderdeel van verbintenis vormt.
- Art. 3:322 verbiedt rechter om het middel van bevrijdende verjaring ambtshalve toe te
passen  laat een gedaagde na beroep te doen op het feit dat de tegen hem ingestelde
rechtsvordering is verjaard, dan moet rechter de eis toewijzen, ook al is hij tot conclusie
gekomen dat verjaring is voltooid.
- Verjaringstermijn: art. 3:306 e.v. BW.

Hoorcollege:

De beschikkingsbevoegdheid wordt gerepareerd door art. 3:86 BW (mislukte overdracht wordt dan
gerepareerd door derdenbescherming).

Vereisten:

- Roerende zaken (niet-registergoederen), in de macht van de vervreemder (volgt uit levering
overeenkomstig artikel art. 90, 91 of 93 BW)
- Anders dan om niet (tegenprestatie gegeven)
- Goede trouw (dat je dacht en mocht denken dat vervreemder wel beschikkingsbevoegd was
 heeft niet perse met eigenaar te maken). Het mogen denken kan een onderzoeksplicht
met zich meebrengen (hangt af van omstandigheden, bijv. als de prijs heel laag is of je de
persoon goed kent of niet etc.)

Je kan je alleen beroepen op derdenbescherming als je voldaan hebt aan de wegwijsplicht van art.
3:87 BW (praktisch gezien kun je het beste met wegwijsplicht beginnen aangezien je dan sowieso
niet op derdenbescherming kan beroepen  maar in de toets laat je wel de andere vereisten zien).

Art. 86 lid 3 BW: gaat om diefstal (kan de eigenaar toch revindiceren als hieraan is voldaan).
Vereisten:

- Gestolen zaak
$5.99
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
loesgilsing

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
loesgilsing Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
6 year
Number of followers
1
Documents
31
Last sold
2 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions