Hoofdstuk 1 Wat is relationele ethiek?
Hebben we een probleem?:
Psychologische praktijk is nooit éénduidig
Mens = gevoelig en betekenis gevend mens methodiek/techniek
alleen zorgt niet alleen voor een goede psychologische praktijk
Consulent betekenis geven aan je praktijk = ethiek = geeft niet
onmiddellijk aan antwoord
Als consulent werk je in met dit netwerk (ouders, kinderen,
vrienden, .) zoeken hierin voor goede praktijk te verkrijgen
Psychologische moeilijkheden = complex
‘Wat moeten we doen om goed te doen?
Politiegeweld
Euthanasie
LGBTQ+
in het verleden: het leven was als fundament heilig & Wat
mocht, kon en moest, lag totaal vast
Ethisch aanvoelen is gewijzigd door de jaren heen (ook leven
betekenis geven is gewijzigd)
Antwoord geven op ethische vragen is moeilijker nu
Schat als positief in
Ethisch fundament of de grond = relationeel
Een fundamenteel filosofisch-ethisch debat:
4 verschillende wijzen:
Eerste ethiek: Mathematisering, formalisering en
rationalisering stijgt van de hulpverleningssector:
ethiek is uitdrukkelijk materialistisch of modern
Ethische vraag vertaalt in monetaire, juridische en technische
procedures of contracten
Kenmerk: een probleem totaal te kunnen beheersen én op te
lossen.
Niet elk probleem is een mathematisch probleem
Tweede spoor: Individualisering en vermarkting?:
Economische zaak van het individu
meer en meer een economische realiteit
Vermarkting vraagt aan psychologische praktijken om
objectief te zijn
Derde spoor: Een relationeel netwerk van waarden /
perspectieven / meer lagig?:
Een ethisch probleem nooit totaal kunnen oplossen
o evolutionair of een sociaalecologisch denken
Psychologie is als wetenschap niet onbelangrijk
Objectieve wetenschappelijke kennis is niet onzinnig
, Een relationele ethiek werkt met een fundament, maar
relationeel beschouwd is een fundament nooit één, absoluut of
totalitair, zoals ‘god’, ‘het individu’, ‘de economie’,…
De relationeel ethische opdracht is om haar fundament
relevant toe te passen op concrete sociale problemen
wie louter objectief werkt, die doet mensen tekort. Mensen zijn
immers niet louter objecten
Vierde stroming: Religie en mythe?:
Ethisch probleem is dan een kwestie van louter geloof
o God voldoende voor het oplossen van onze ethische
moeilijkheden
Filosofie stelt de vraag naar de grond, ethiek stelt de vraag naar
de grondwaarde:
Ethiek baseert of fundeert zich op waarden
Op hun beurt zijn deze waarden gefundeerd in diepere of meer
fundamentele waarden, die ook al weer voorafgaande waarden
vereisen tot we stoten op de laatste of de eerste waarde: de
grondwaarde.
Taak van de ethiek om bij deze grondwaarden vragen te stellen.
Kunnen Mogen Moeten
Voor de hand liggende waarden
Diepere waarden
Grondwaarde
Welke grondwaarde fundeert ons psychologische praktijk? :
1. Een totalitaire grond – onbetwistbaar, absoluut en totaal
Totalisering wetenschappen, economie, individualisering,…
Drie kenmerken: ‘totalitair’, ‘blind voor het bijzondere’ en
‘totaal objectief ofwel totaal subjectief’
2. Een relationele grond – geldt beperkt, kent twijfel, betwistbaar,
onzekerheid
Niet zuiver theoretisch of objectief
Belang van dia-loog (verschillende logica’s, perspectieven,…)
Niet zomaar ‘objectiviteit’, maar ‘relevantie’ als
waarheidsbegrip
Zoeken naar een relationele grondwaarde:
Vanuit de realiteit
Hebben we een probleem?:
Psychologische praktijk is nooit éénduidig
Mens = gevoelig en betekenis gevend mens methodiek/techniek
alleen zorgt niet alleen voor een goede psychologische praktijk
Consulent betekenis geven aan je praktijk = ethiek = geeft niet
onmiddellijk aan antwoord
Als consulent werk je in met dit netwerk (ouders, kinderen,
vrienden, .) zoeken hierin voor goede praktijk te verkrijgen
Psychologische moeilijkheden = complex
‘Wat moeten we doen om goed te doen?
Politiegeweld
Euthanasie
LGBTQ+
in het verleden: het leven was als fundament heilig & Wat
mocht, kon en moest, lag totaal vast
Ethisch aanvoelen is gewijzigd door de jaren heen (ook leven
betekenis geven is gewijzigd)
Antwoord geven op ethische vragen is moeilijker nu
Schat als positief in
Ethisch fundament of de grond = relationeel
Een fundamenteel filosofisch-ethisch debat:
4 verschillende wijzen:
Eerste ethiek: Mathematisering, formalisering en
rationalisering stijgt van de hulpverleningssector:
ethiek is uitdrukkelijk materialistisch of modern
Ethische vraag vertaalt in monetaire, juridische en technische
procedures of contracten
Kenmerk: een probleem totaal te kunnen beheersen én op te
lossen.
Niet elk probleem is een mathematisch probleem
Tweede spoor: Individualisering en vermarkting?:
Economische zaak van het individu
meer en meer een economische realiteit
Vermarkting vraagt aan psychologische praktijken om
objectief te zijn
Derde spoor: Een relationeel netwerk van waarden /
perspectieven / meer lagig?:
Een ethisch probleem nooit totaal kunnen oplossen
o evolutionair of een sociaalecologisch denken
Psychologie is als wetenschap niet onbelangrijk
Objectieve wetenschappelijke kennis is niet onzinnig
, Een relationele ethiek werkt met een fundament, maar
relationeel beschouwd is een fundament nooit één, absoluut of
totalitair, zoals ‘god’, ‘het individu’, ‘de economie’,…
De relationeel ethische opdracht is om haar fundament
relevant toe te passen op concrete sociale problemen
wie louter objectief werkt, die doet mensen tekort. Mensen zijn
immers niet louter objecten
Vierde stroming: Religie en mythe?:
Ethisch probleem is dan een kwestie van louter geloof
o God voldoende voor het oplossen van onze ethische
moeilijkheden
Filosofie stelt de vraag naar de grond, ethiek stelt de vraag naar
de grondwaarde:
Ethiek baseert of fundeert zich op waarden
Op hun beurt zijn deze waarden gefundeerd in diepere of meer
fundamentele waarden, die ook al weer voorafgaande waarden
vereisen tot we stoten op de laatste of de eerste waarde: de
grondwaarde.
Taak van de ethiek om bij deze grondwaarden vragen te stellen.
Kunnen Mogen Moeten
Voor de hand liggende waarden
Diepere waarden
Grondwaarde
Welke grondwaarde fundeert ons psychologische praktijk? :
1. Een totalitaire grond – onbetwistbaar, absoluut en totaal
Totalisering wetenschappen, economie, individualisering,…
Drie kenmerken: ‘totalitair’, ‘blind voor het bijzondere’ en
‘totaal objectief ofwel totaal subjectief’
2. Een relationele grond – geldt beperkt, kent twijfel, betwistbaar,
onzekerheid
Niet zuiver theoretisch of objectief
Belang van dia-loog (verschillende logica’s, perspectieven,…)
Niet zomaar ‘objectiviteit’, maar ‘relevantie’ als
waarheidsbegrip
Zoeken naar een relationele grondwaarde:
Vanuit de realiteit