Hoofdstuk 1 Herhaling bij biologie!
Hoofdstuk 2 beschrijving & historiek
Omschrijving ‘neuropsychologie’:
• Onderzoeksobject = ontwikkelen van wetenschappelijke kennis over
het menselijk gedrag (= psychologie) op basis van het functioneren van
het menselijk brein (= neuro)
• Twee takken:
EXPERIMENTELE/COGNITIEVE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
NEUROPSYCHOLOGIE
Focus: hoe worden cognitieve functies Focus: diagnostiek en rehabilitatie van de
aangestuurd door de hersenen ? gevolgen van hersenbeschadiging
Twee niveaus: Drie stoornisgroepen na hersenletsel:
1. Structureel: deelcomponenten van 1. Primaire neurologische stoornissen
mentale processen (bv. Gesproken taal 2. Neuropsychologische stoornissen
begrijpen, geschreven taal begrijpen, zelf 3. Psychologische stoornissen
spreken, zelf schrijven)
2. Dynamisch/temporeel: hoe verlopen
mentale processen in de tijd (bv.
gesproken woord begrijpen: serieel
proces, Het ‘geluid’ dat opgevangen
wordt herkennen als spraakgeluiden, in
reeks spraakklanken woorden
herkennen, betekenis van woorden
kunnen oproepen uit geheugen,
betekenis van woord in zin)
Korte historiek:
,
, Hoofdstuk 3: hersenmodellen
De drie functionele eenheden volgens Luria:
• Zeer invloedrijke Russische neuropsycholoog
• Zocht evenwicht tussen lokalisationisme en holisme
• Legde nadruk op flexibiliteit van hersenen-als-geheel
• Drie functionele eenheden
▪ Unit voor activatie (I): subcorticaal
o Fylogenetisch gezien oudste unit (archi-niveau)
o Hersenstam, tussenhersenen en limbisch systeem
o ARAS: Ascenderend Reticulair Activerend Systeem
➢ Bepaalt mate van alertheid, aandacht en concentratie
✓ Activatie van de gehele cortex
✓ Selectieve activatie
➢ Slaap-waakritme
➢ Bij letsels: van daling en vertroebeling van
bewustzijn tot comateuze toestand
o DRAS: Descenderend Reticulair Activerend Systeem
➢ spiertonus
o Samenwerking tussen ARAS en DRAS
▪ Sensorische unit (II): posterieure gebieden (post = na, achteraan)
o Posterieure gebieden, achter de centrale en laterale groeve
o Van perceptie tot gnosis
➢ Opvang, selectie, geleiding, verwerking, herkenning,
bewustwording en geheugenopslag van sensorische
informatie
o Modules
➢ Onafhankelijke subsystemen voor de verschillende
zintuigmodaliteiten
➢ Collateralen (verbindingen) naar reticulaire formatie
o Primaire sensorische gebieden → PERCEPTIE
➢ Modaliteitsspecifiek (= verschillende zintuigen)
➢ geordende projectie
➢ kruising verbindingsbanen
✓ somatosensorisch → somatotopie →
contralateraal
✓ auditief → tonotopie → contralateraal +
beetje ipsilateraal
✓ visueel → retinotopie → contralateraal
(visueel veld)
, o Secundaire sensorische gebieden → GNOSIS
➢ Nog grotendeels modaliteitsspecifiek
o Tertiaire sensorische gebieden
➢ Niet meer modaliteitsgebonden
➢ Temporo-pariëto-occipitale overgangsgebied
o 1. Integratie van informatie uit de verschillende
zintuigmodaliteiten
➢ → complexe situatie vormt één betekenisvol geheel
➢ → info van ene zintuigmodaliteit wordt omgezet in
andere zintuigmodaliteit
o 2. Ruimtelijke organisatie van de stimuli
o 3. Selectieve aandacht (vooral op gebied van visueel-
ruimtelijke perceptie) (zie volgende dia)
o 4. Overgang van concrete waarneming naar symbolische
processen (abstractie) (De madeleine van Proust)
o 5. Interactie met de motoriek
o Mediaal gelegen structuren:
➢ Subcorticale posterieure gebieden (o.a.
hippocampus, amygdala)
➢ Belangrijke rol bij overbrengen informatie van KT
naar LT
geheugen
▪ Motorische unit (III): anterieure gebieden (ante = voor, vooraan)
o Anterieure gebieden, vóór de centrale groeve
o Functies:
➢ Genereren van ‘acties’
✓ Uitwendige motorische acties
✓ ‘Psychische’ activiteit
✓ Communicatie
✓ Exploratieve motoriek
➢ Motorisch geheugen
o Hiërarchisch geordend
➢ Tertiaire motorische gebieden
✓ ‘motor’ → initiëren van impuls tot actie
❖ Intern aangestuurd gedrag (gevoel of
cognitie)
Hoofdstuk 2 beschrijving & historiek
Omschrijving ‘neuropsychologie’:
• Onderzoeksobject = ontwikkelen van wetenschappelijke kennis over
het menselijk gedrag (= psychologie) op basis van het functioneren van
het menselijk brein (= neuro)
• Twee takken:
EXPERIMENTELE/COGNITIEVE KLINISCHE NEUROPSYCHOLOGIE
NEUROPSYCHOLOGIE
Focus: hoe worden cognitieve functies Focus: diagnostiek en rehabilitatie van de
aangestuurd door de hersenen ? gevolgen van hersenbeschadiging
Twee niveaus: Drie stoornisgroepen na hersenletsel:
1. Structureel: deelcomponenten van 1. Primaire neurologische stoornissen
mentale processen (bv. Gesproken taal 2. Neuropsychologische stoornissen
begrijpen, geschreven taal begrijpen, zelf 3. Psychologische stoornissen
spreken, zelf schrijven)
2. Dynamisch/temporeel: hoe verlopen
mentale processen in de tijd (bv.
gesproken woord begrijpen: serieel
proces, Het ‘geluid’ dat opgevangen
wordt herkennen als spraakgeluiden, in
reeks spraakklanken woorden
herkennen, betekenis van woorden
kunnen oproepen uit geheugen,
betekenis van woord in zin)
Korte historiek:
,
, Hoofdstuk 3: hersenmodellen
De drie functionele eenheden volgens Luria:
• Zeer invloedrijke Russische neuropsycholoog
• Zocht evenwicht tussen lokalisationisme en holisme
• Legde nadruk op flexibiliteit van hersenen-als-geheel
• Drie functionele eenheden
▪ Unit voor activatie (I): subcorticaal
o Fylogenetisch gezien oudste unit (archi-niveau)
o Hersenstam, tussenhersenen en limbisch systeem
o ARAS: Ascenderend Reticulair Activerend Systeem
➢ Bepaalt mate van alertheid, aandacht en concentratie
✓ Activatie van de gehele cortex
✓ Selectieve activatie
➢ Slaap-waakritme
➢ Bij letsels: van daling en vertroebeling van
bewustzijn tot comateuze toestand
o DRAS: Descenderend Reticulair Activerend Systeem
➢ spiertonus
o Samenwerking tussen ARAS en DRAS
▪ Sensorische unit (II): posterieure gebieden (post = na, achteraan)
o Posterieure gebieden, achter de centrale en laterale groeve
o Van perceptie tot gnosis
➢ Opvang, selectie, geleiding, verwerking, herkenning,
bewustwording en geheugenopslag van sensorische
informatie
o Modules
➢ Onafhankelijke subsystemen voor de verschillende
zintuigmodaliteiten
➢ Collateralen (verbindingen) naar reticulaire formatie
o Primaire sensorische gebieden → PERCEPTIE
➢ Modaliteitsspecifiek (= verschillende zintuigen)
➢ geordende projectie
➢ kruising verbindingsbanen
✓ somatosensorisch → somatotopie →
contralateraal
✓ auditief → tonotopie → contralateraal +
beetje ipsilateraal
✓ visueel → retinotopie → contralateraal
(visueel veld)
, o Secundaire sensorische gebieden → GNOSIS
➢ Nog grotendeels modaliteitsspecifiek
o Tertiaire sensorische gebieden
➢ Niet meer modaliteitsgebonden
➢ Temporo-pariëto-occipitale overgangsgebied
o 1. Integratie van informatie uit de verschillende
zintuigmodaliteiten
➢ → complexe situatie vormt één betekenisvol geheel
➢ → info van ene zintuigmodaliteit wordt omgezet in
andere zintuigmodaliteit
o 2. Ruimtelijke organisatie van de stimuli
o 3. Selectieve aandacht (vooral op gebied van visueel-
ruimtelijke perceptie) (zie volgende dia)
o 4. Overgang van concrete waarneming naar symbolische
processen (abstractie) (De madeleine van Proust)
o 5. Interactie met de motoriek
o Mediaal gelegen structuren:
➢ Subcorticale posterieure gebieden (o.a.
hippocampus, amygdala)
➢ Belangrijke rol bij overbrengen informatie van KT
naar LT
geheugen
▪ Motorische unit (III): anterieure gebieden (ante = voor, vooraan)
o Anterieure gebieden, vóór de centrale groeve
o Functies:
➢ Genereren van ‘acties’
✓ Uitwendige motorische acties
✓ ‘Psychische’ activiteit
✓ Communicatie
✓ Exploratieve motoriek
➢ Motorisch geheugen
o Hiërarchisch geordend
➢ Tertiaire motorische gebieden
✓ ‘motor’ → initiëren van impuls tot actie
❖ Intern aangestuurd gedrag (gevoel of
cognitie)