De psychologie wil weten hoe we ons op een bepaalde manier gedragen.
Hoofdstuk 1 Oriëntatie op de psychologie
Oriëntatie op de psychologie
2 vormen van kennis:
Dagelijkse kennis: subjectief, verwerken we automatisch en onbewust, gebaseerd
op ervaringen.
Wetenschappelijke kennis: via strikte methoden, betrouwbaarder. Doel is
formuleren van theorieën waarin oorzaken van gebeurtenissen beschreven
worden.
Wetenschappelijke kennis
wat is wel belangrijk bij wetenschappelijke kennis:
- Verkrijgt men via strikte methoden, beschrijvend en verklarend.
- Is objectief. (Subjectief: geven van mening, objectief: niet je mening)
- Is meestal betrouwbaar en nauwkeurig; betrouwbaarheid is als een ander
het herhaalt en er hetzelfde uitkomt.
- Maakt gebruik van theorieën
- Is aan onderzoek onderworpen: bij wetenschap hoort juiste onderzoek,
zonder eigen mening. Op abstractie gericht.
Psychologie: is een ervaringswetenschap
De psychologie bestudeert:
- Het gedrag van mensen
- De beleving (gevoelens en gedachten) die mensen ervaren bij hun eigen
gedrag
- De omstandigheden waarin ze zich gedragen
- De kennis die ze erover hebben opgedaan
- De doelen die ze bij hun eigen gedrag hebben
Ervaringswetenschap: houdt zich bezig met opstellen van theorieën en het
geven van verklaringen voor de ons waargenomen werkelijkheid.
Normatieve wetenschappen: wetenschappen die iets voorschrijven; wat de
juiste manier van handelen is, hoe je iets moet doen.
Formele wetenschappen: logica en wiskunde
In de psychologie:
Zal zowel de buitenkant (waarneembare gedrag), als de binnenkant
(onwaarneembare subjectieve beleving) van mensen bestudeerd moeten worden.
-> Het is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen wordt
bestudeerd als de gevoelens en gedachten bij het ervaren van hun gedrag en de
omstandigheden waarin dat plaats vindt.
Oorzaken waarom de eigene van de psychologie moeilijk zijn te
beantwoorden:
, 1. Het is niet duidelijk wat het object is van de studie, meningsverschil in antwoord.
2. De vraag hoe er tot betrouwbare kennis over het menselijk gedrag gekomen
kan worden.
3. Waar moet de nadruk op gelegd worden om de mens te begrijpen: de
biologische wortels of de maatschappelijke en culturele mengvorm.
Deze problematieken hebben er mede voor gezorgd dat er veel verschillende
theorieën in de psychologie bestaan.
Psychologie: bestudeert het individuele, de biologische kant
Sociologie: bestudeert het maatschappelijke
Fysiologie: houdt zich bezig met de opbouw van de mens.
Filosofie en fysiologie zijn de ouders van de psychologie.
3 indelingen van de Psychologie:
1) Een interne systematiek.
Er zijn 3 benaderingen die ieder het onderwerp ‘de mens’ vanuit een eigen
invalshoek benaderen
-Experimentele benadering: stelt het huidige gedrag van de mens centraal.
Oorzaken van het huidige gedrag van de mens (psychonomie) : kijkt naar
hersenen, zou dat bepaalde gedrag in de hersenen kunnen liggen?
-Differentiële benadering: stelt het systematische onderscheid tussen het
huidige gedrag van mensen (persoonlijkheidsleer) centraal. Hoe kunnen deze
mensen in een situatie verschillend gedragen? Hoe kunnen we deze verschillen
zo goed mogelijk in kaart brengen en hoe zijn ze ontstaan? (intelligentie,
nieuwsgierigheid, verlegenheid, ook lichamelijke kenmerken kunnen een effect
hebben op het psychische functioneren)
-De ontwikkeling van gedrag uit verleden, heden en toekomst
(ontwikkelingsbenadering) : houdt zich bezig met de ontwikkeling van gedrag
uit verleden, heden en toekomst. Hoe jouw gedrag ontwikkeld heeft, heeft ook
invloed hoe je je de volgende keer zal gedragen.
2) In werkvelden specialisaties;
Hoe kunnen de mensen goed naar hun werk?
Specialisaties zijn praktijkgerichte deelgebieden in de psychologie en hebben
alles met werkvelden of maatschappelijke probleemgebieden te maken. Zoals
bijv. de klinische psychologie (volksgezondheid, afwijkend gedrag), de kinder- en
jeugdpsychologie (ontwikkelingsbenadering), de onderwijspsychologie
(probleemgebied in het onderwijs) etc.
3) Indeling naar theoretische vooronderstellingen: de scholen
Freud: psychoanalyse: id-ego-superego, 1 bepaalde prikkel die leidt tot
bepaald gedrag. Behaviorisme. 1 factor zorgt voor bepaald gedrag.
Watson, Skinner: behaviorisme
Köhler: gestaltpsychologie