Week 2:
- principe van functionaliteit
- componenten van emotie (Scherer, 2000)
- socialisatie en leeftijd
Week 3:
- sociale vs. basis emoties
- schaamte en schuld
Week 4:
- coping
- cognitieve- en gedragsstrategieën
- classificatie van coping
- formule van coping
- adaptief & maladaptief gebruik van coping
Week 5:
- copingstrategieën (confrontation & harming / explanation & reconciliation)
- functionalistisch perspectief
Week 6:
- breinontwikkeling in adolescentie
- prefrontale cortex en limbisch systeem
- sociale brein
- sociale angst en adolescentie
Week 7:
- emotie socialisatie
- emotie ondersteunende reacties van ouders
- depressieve symptomen
Week 8:
- transdiagnostische factoren
, Tentamenvragen CCAP
Week 2
“Leg uit wat het principe van functionaliteit is en geef op basis van dit principe een verklaring
voor de conclusie die sommige onderzoekers trekken dat jongere kinderen eerder geneigd
zijn hun woede te uiten dan oudere kinderen.”
Principe van functionaliteit: het emotieproces heeft een functie. De voornaamste functie is
communicatie. Je zend iets uit en verwacht iets terug. Middels het uiten van onze emoties
tonen we aan onze omgeving wat onze actie tendenties zijn. Deze tendenties zijn gericht op
het veranderen of in stand houden van een relatie. Angst heeft de actietendens van
vluchten, waarbij vluchten zorgt voor een verbreking van relatie met hetgeen waar je voor
vlucht.
Componenten van emotie, gebaseerd op functionalistische blik op emoties (Scherer, 2000).
1. Fysieke opwinding
2. Motorische expressie
3. Cognitieve verwerking (appraisal)
4. Subjectieve gevoel
5. Actietendens
De functie van de componenten is als volgt:
1. Fysieke opwinding dient als voorbereiding op het uitvoeren van de actietendens.
2. Motorische expressie laat aan de buitenwereld zien wat de actietendencies zijn.
3. Cognitieve verwerking heeft als functie te bepalen of een situatie goed of slecht is (=
primary appraisal) en hoe je met de situatie om kan gaan (secondary appraisal).
4. Subjectief gevoel zorgt voor het reflecteren op alle interne processen om regulatie
mogelijk te maken. Dit zorgt er ook voor dat we ons kunnen houden aan de culturele
normen, wat zorgt voor inclusie en een betere kans op overleven vanuit een
evolutionair perspectief.
De timing van emoties leert ons ook over de functie van het emotieproces. Emoties spelen
op wanneer het in een situatie gaat om iets belangrijks en wanneer er sprake is van een
verandering.
Uit onderzoek is gebleken dat ouders en verzorgers verschillend reageren op verschillende
emoties in hun kinderen. Positieve emoties en de emotie verdriet worden vaak beantwoord.
Boze emoties worden vaak genegeerd. Daarom heeft het voor een kind niet veel nut om
boos te worden. Het verschil tussen jonge en oudere kinderen in het tonen van woede wordt
dus veroorzaakt door een betere regulatie en socialisatie van oudere kinderen. Oudere
kinderen hebben al vaker dan jongere kinderen gemerkt dat woede minder vaak beantwoord
wordt en passen hun gedrag hierop aan. Dit illustreert weer dat emoties functies hebben en
strategisch kunnen worden gebruikt.