, Samenvatting
Twee soorten rechtsvinding:
1. Casuïstische rechtsvinding (Hermeneutisch)
2. Hard and fast rules (Positivistisch)
Casuïstische rechtsvinding
Gericht op de context en billijkheid in concreto (in het concrete geval);
Hermeneutisch van aard: Hermeneutiek is de studie van de interpretatie van teksten, in het
bijzonder van teksten op het gebied van literatuur, religie en recht.).
o Het contextualisme is het resultaat van het postmodernisme
Rechtspraak is meer deze kan op bewogen, feiten kunnen de regels beïnvloeden, aanvullen etc. om in
het concrete geval een bevredigend rechtsoordeel te kunnen geven. Als de burgers met rechtszekerheid
worstelen geeft HR een ruk terug naar de letter van de wet (Ontvanger/Hamm, IZA/Vrerink etc.)
Bezwaren:
Barendrecht kritisch op omslag naar casuïstische manier – rechtszekerheid in het geding;
Van Zaltbommel: Toepassing van redelijkheid en billijkheid is ondergang van privaatrecht.
Ook zou rechtseenheid en rechtsgelijkheid in geding zijn:
o Rechtseenheid: dezelfde gronden dienen te worden gebruikt, de uitkomst hoeft niet
hetzelfde te zijn, want de eenheid ziet niet op het resultaat!
o Rechtsgelijkheid: is afhankelijk van de context, gelijke gevallen behandel je gelijk en
ongelijke behandel je ongelijk.
Conclusie: beide verzetten zich niet per se tegen casuïstische rechtsvinding!
Rechtszekerheid is ook beperkt: in zaken zorgen hard en fast rules vaak voor uitzonderingen, want je
hebt te maken met verschillende contexten.
Zekerheid ligt dus niet in de regels, maar in de verwachtingen binnen een geval. Het ziet niet
enkel op de regels kennen, maar ook de concrete verwachtingen in de gegeven
omstandigheden.
Contextualisme
‘Het rechtsoordeel is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval’ – de context.
HR Mesothelioom: verjaringstermijn (hard and fast rule), maar in dit geval was het volgens de
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om je er strikt aan te houden. Afhankelijk van deze
specifieke omstandigheid was het rechtsoordeel anders, namelijk dat de werknemer de
werkgever ook na de verjaringstermijn nog kon aanspreken i.v.m. incubatietijd van
mesothelioom.
, ‘Open texture’ van het recht soms moet je een regel heroverwegen, je kunt nooit alle (toekomstige)
gevallen hebben afgevangen/dichtgetimmerd. Recht moet je interpreteren, het past zichzelf niet toe.
Hart zegt: open texture van het recht is de consequentie van zowel eigenschappen van de taal
als van eigenschappen van de wereld waarin wij leven. Recht is in taal geformuleerd en taal is
algemeen van karakter. De toepassing van recht impliceert de toepassing van algemene
begrippen in concrete situaties, waarvoor een kloof moet worden overbrugd. De taal zelf kan
die kloof niet overbruggen, want zij past zichzelf niet toe. Die taal behoeft een gebruiker (de
rechter) die weet hoe die taal te gebruiken in concrete situaties.
Open texture van het recht is bovendien de consequentie van de principiële onvoorspelbaarheid
van onze sociale omgeving. Wetgever maakt regels zonder zich een volledig beeld te kunnen
vormen van alle gevallen waarover de rechter moet gaan oordelen. Soms zijn er
omstandigheden die tot bijstelling van de regel(s) nopen.
Witteveen: woorden hebben geen betekenis zonder een context. Begrippen zijn soms meerduidig of ze
hebben open texture, of ze kunnen van toepassing zijn op meerdere woordbetekenissen. Voor de
wetgever betekent dit dat hij daar met zijn regulering rekening moet houden. Zij moeten genoeg
contexten erbij bedenken. Je ziet dat dit deels gebeurt, maar ook deels tekortschiet, want de wetgever
kan niet alles afvangen en voorziet geen ontwikkelingen die nog komen gaan. De rechter moet dan soms
een vraag beantwoorden waarin de wetgever niet voorzien heeft en ook niet had kunnen voorzien. De
rechter toetst dan aan de wetgeving die de wetgever heeft opgesteld en daarmee in het achterhoofd de
vraag hoe wenselijk het is om het überhaupt onder die wetgeving te scharen. Wil je dit? Soms houdt de
wetgever de begrippen bewust vaag, omdat de interpretatie aan de rechter overgelaten wordt.
Beslissing in abstracto (je kunt niet alles afvangen) – wetgever
Beslissing in concreto (in het concrete geval) - Rechter
Wat is de consequentie van wetgever en rechter van de open texture? Ze moeten zich bewust zijn,
anders kunnen ze verkeerde beslissingen nemen. Voorbeeld: ging over de strafbaarheid van hinderlijk
volgen (stalking) en de wetgever had hinderlijk volgen strafbaargesteld. Die wetgever heeft kennelijk
gedacht dit heel concreet en specifiek is. Verdachte kwam voor de rechter, omdat hij voor iemand liep
maar wel telkens dezelfde richting uit. Verdachte zei dat hij niet had gevolgd en dus ook niet hinderlijk
gevolgd. Tekstueel gezien klopt dit en zou er vrijspraak volgen. Maar in dit geval heeft de rechter gezegd
dat volgen niet per se is achter iemand aan lopen, het is ook gaan waar iemand anders gaat. Dit kun je
achter hem doen, maar ook voor hem. De rechter heeft hier een ruime betekenis gehangen, omdat de
gedachte van de wetgever ziet op het hinderlijke meelopen.
De rechter moet hiervan bewust zijn, anders spreekt hij vrij terwijl dat niet in lijn is met de
wetgever.
De wetgever kan zich hiervan bewust zijn door in de memorie van toelichting dit duidelijk aan
te geven wat de bedoeling is.