MEIDEEL: GROOTSTEDELIJKHEID
Eerst samenvattend overzicht:
• Top-down perspectief: wat maakt een taal tot een taal?
o Extern perspectief: sociale factoren
• Machtsverhoudingen uiten zich ook op gebied van aantallen sprekers en hun
territoriale diversiteit → Vitaliteit
• Binnen 1 enkele taal (daktaal) heb je meerdere variëteiten
o Regionale variëteiten: dialecten
o Nationale cariëteiten
▪ Engels van UK ≠ Engels in USA
• Regionale variëteiten van 1 daktaal kunnen in een specifieke regio wel dat regionale
karakter verliezen
o Net zoals standaardtaal ook wel haar regionale kenmerken kan verliezen eens
ze ‘standaard’ is geworden.
• Terugblik op axioma’s SL van novemberdeel die betrekking hebben op dit hoofdstuk:
o 3. elke taal vertoont interne variatie en differentiatie in het gebruik van haar
sprekers; deze variatie is evenwel niet ongebreideld en/of onbeperkt;
o 4. geen enkele moedertaalspreker gebruikt steevast in alle omstandigheden
altijd en enkel maar één taalvariëteit;
o 6. de verschillende taalvariëteiten van een taal verschillen qua status en
prestige: het AN (vroeger ABN) heeft een groter formeel prestige dan het
regiolect van Antwerpen; maar ook die regionale variant heeft meer prestige
dan bijv. het West- Vlaamse dialect;
Meideel = existentiële perspectieven op groepsniveau bekijken.
• Meertaligheid meerstemmigheid is groepskenmerk als het voor de significante groep
van individuen tot hun dagelijkse taalpraktijk behoort.
o Die meertaligheid zorgt dan ook voor lokale variëteiten van een
‘standaardtaal’.
1
, 1. LINGUAPOLIS: MEERTALIGE STEDELIJKHEID
Afgelopen decennia: snelle en omvangrijke verstedelijking
• Zorgt voor nieuwe taalontwikkelingen zowel op individueel als
gemeenschapsmeertaligheidsvlak.
• Vaak mismatch met officiële taalregime: inwoners spreken andere talen dan de
officiële talen / beperktere officiële taalpolitiek zoals in Brussel.
DOMEIN (Fishman)
• Domein is nog meer dan een community of practice of een sociaal netwerk
• Notie waarmee ook erg toevallige en losse contacten een zinvolle beschrijving krijgen
via de beschrijving van de domeinkarakteristieken (locatie, participantenrollen,
topic).
o Vb. Markt: talige conversaties op een markt, typische locatie waarbij
participanten onderhandelen over specifieke topics (prijs, goederen)
o En ook wel bekenden (buren, vrienden) ontmoeten
o Maar niet echt sprake is van een CoP en de sociale network analyse geeft veel
losse relaties aan
• Hamvraag bij domein:
o Wat is de impact van ‘externe factoren op de evolutie van taal of talen?
o Wat zijn de theoretische implicaties van deze nieuwe evoluties op de manier
waarop we taal en talen begrijpen?
• Het domein kan door een linguistic landscape op heel praktische en visuele manier
de situationele meertaligheid letterlijk en figuurlijk in kaart brengen.
LINGUISTIC LANDSCAPES
= talige landschappen
o Alle vormen van geschreven taal en aspecten van taalgebruik in publieke
ruimtes (officieel, commercieel, privé)
o LET OP: Vlaamse Rand rond Brussel: 19 Vlaamse faciliteitengemeenten (6
Vlaamse met faciliteiten voor Frans + 13 Nederlandstalige Vlaamse
gemeenten)
▪ In faciliteitengemeenten gelden bijzondere voorschriften die
garanderen dat Franstaligen met OH Frans moeten kunnen
communiceren
▪ GEEN TWEETALIGHEID, faciliteitenregeling versoepelt het
territorialiteitsbeginsel
▪ 6 faciliteitengemeenten in Vlaamse Rand maken dus volledig deel uit
van het Nederlandse taalgebied.
• LL-studies: identificeren systematische patronen van aan/afwezigheid van talen in
openbare ruimtes + begrijpen van motieven van mensen mbt creatie van openbare
bewegwijzering.
• LL en taalkeuzes: weerspiegeling voor taalgebruik in maatschappij
2
, Structuren van Linguistic landscapes:
• Top-down: official
o Algemene verbintenis met de dominante cultuur
• Bottom-up: non-official, commercial
o Veel vrijer ontworpen volgens individuele strategieën
• Informationeel taalgebruik
o Bewegwijzering, taal is voertuigdoelgericht
• Symbolisch taalgebruik
o Connotaties oproepen
Diachroon taalgebruik vastleggen
= Gelaagdheid in taallandschap historisch interpreteren
= Het naast elkaar bestaan van oudere en nieuwere generaties van tekens geeft
verschillende taalkundige toestanden
Spolsky en Cooper: The languages of Jerusalem
• 3 verschillende types van drietalige straatnaamborden gevonden die elk uit een
andere historische periode komen uit geschiedenis van Jeruzalem.
LL = als reflectie van de ‘authorative identity’ van de stad doorheen de tijd
Tak away points:
▪ Het gebruik van Engels en ‘Global English’ in publieke ruimte → Geen
uniform fenomeen
▪ Hybride (verschillende vormen gebruiken): vorm gegeven door
gebruiker en lokale, meertalige setting
3
Eerst samenvattend overzicht:
• Top-down perspectief: wat maakt een taal tot een taal?
o Extern perspectief: sociale factoren
• Machtsverhoudingen uiten zich ook op gebied van aantallen sprekers en hun
territoriale diversiteit → Vitaliteit
• Binnen 1 enkele taal (daktaal) heb je meerdere variëteiten
o Regionale variëteiten: dialecten
o Nationale cariëteiten
▪ Engels van UK ≠ Engels in USA
• Regionale variëteiten van 1 daktaal kunnen in een specifieke regio wel dat regionale
karakter verliezen
o Net zoals standaardtaal ook wel haar regionale kenmerken kan verliezen eens
ze ‘standaard’ is geworden.
• Terugblik op axioma’s SL van novemberdeel die betrekking hebben op dit hoofdstuk:
o 3. elke taal vertoont interne variatie en differentiatie in het gebruik van haar
sprekers; deze variatie is evenwel niet ongebreideld en/of onbeperkt;
o 4. geen enkele moedertaalspreker gebruikt steevast in alle omstandigheden
altijd en enkel maar één taalvariëteit;
o 6. de verschillende taalvariëteiten van een taal verschillen qua status en
prestige: het AN (vroeger ABN) heeft een groter formeel prestige dan het
regiolect van Antwerpen; maar ook die regionale variant heeft meer prestige
dan bijv. het West- Vlaamse dialect;
Meideel = existentiële perspectieven op groepsniveau bekijken.
• Meertaligheid meerstemmigheid is groepskenmerk als het voor de significante groep
van individuen tot hun dagelijkse taalpraktijk behoort.
o Die meertaligheid zorgt dan ook voor lokale variëteiten van een
‘standaardtaal’.
1
, 1. LINGUAPOLIS: MEERTALIGE STEDELIJKHEID
Afgelopen decennia: snelle en omvangrijke verstedelijking
• Zorgt voor nieuwe taalontwikkelingen zowel op individueel als
gemeenschapsmeertaligheidsvlak.
• Vaak mismatch met officiële taalregime: inwoners spreken andere talen dan de
officiële talen / beperktere officiële taalpolitiek zoals in Brussel.
DOMEIN (Fishman)
• Domein is nog meer dan een community of practice of een sociaal netwerk
• Notie waarmee ook erg toevallige en losse contacten een zinvolle beschrijving krijgen
via de beschrijving van de domeinkarakteristieken (locatie, participantenrollen,
topic).
o Vb. Markt: talige conversaties op een markt, typische locatie waarbij
participanten onderhandelen over specifieke topics (prijs, goederen)
o En ook wel bekenden (buren, vrienden) ontmoeten
o Maar niet echt sprake is van een CoP en de sociale network analyse geeft veel
losse relaties aan
• Hamvraag bij domein:
o Wat is de impact van ‘externe factoren op de evolutie van taal of talen?
o Wat zijn de theoretische implicaties van deze nieuwe evoluties op de manier
waarop we taal en talen begrijpen?
• Het domein kan door een linguistic landscape op heel praktische en visuele manier
de situationele meertaligheid letterlijk en figuurlijk in kaart brengen.
LINGUISTIC LANDSCAPES
= talige landschappen
o Alle vormen van geschreven taal en aspecten van taalgebruik in publieke
ruimtes (officieel, commercieel, privé)
o LET OP: Vlaamse Rand rond Brussel: 19 Vlaamse faciliteitengemeenten (6
Vlaamse met faciliteiten voor Frans + 13 Nederlandstalige Vlaamse
gemeenten)
▪ In faciliteitengemeenten gelden bijzondere voorschriften die
garanderen dat Franstaligen met OH Frans moeten kunnen
communiceren
▪ GEEN TWEETALIGHEID, faciliteitenregeling versoepelt het
territorialiteitsbeginsel
▪ 6 faciliteitengemeenten in Vlaamse Rand maken dus volledig deel uit
van het Nederlandse taalgebied.
• LL-studies: identificeren systematische patronen van aan/afwezigheid van talen in
openbare ruimtes + begrijpen van motieven van mensen mbt creatie van openbare
bewegwijzering.
• LL en taalkeuzes: weerspiegeling voor taalgebruik in maatschappij
2
, Structuren van Linguistic landscapes:
• Top-down: official
o Algemene verbintenis met de dominante cultuur
• Bottom-up: non-official, commercial
o Veel vrijer ontworpen volgens individuele strategieën
• Informationeel taalgebruik
o Bewegwijzering, taal is voertuigdoelgericht
• Symbolisch taalgebruik
o Connotaties oproepen
Diachroon taalgebruik vastleggen
= Gelaagdheid in taallandschap historisch interpreteren
= Het naast elkaar bestaan van oudere en nieuwere generaties van tekens geeft
verschillende taalkundige toestanden
Spolsky en Cooper: The languages of Jerusalem
• 3 verschillende types van drietalige straatnaamborden gevonden die elk uit een
andere historische periode komen uit geschiedenis van Jeruzalem.
LL = als reflectie van de ‘authorative identity’ van de stad doorheen de tijd
Tak away points:
▪ Het gebruik van Engels en ‘Global English’ in publieke ruimte → Geen
uniform fenomeen
▪ Hybride (verschillende vormen gebruiken): vorm gegeven door
gebruiker en lokale, meertalige setting
3