1. Welk verband is er tussen globalisering(oorzaak) en sociale ongelijkheid(gevolg)
(Hoe globalisering sociale ongelijkheid beïnvloed)
- Globalisering
- Door globalisering neemt Interdependentie toe: onderlinge afhankelijkheid neemt
toe (sneakers: afhankelijk van lageloonlanden dat zij sneakers maken zodat je het
niet voor hoge prijs hoeft te maken)
- Door globalisering ontstaan migratiestromingen. Door globalisering kan je er heen
met voertuigen. Het is moeilijk voor stromingen hier (spreekt geen taal of
discriminatie) waardoor een etnische onderklasse ontstaat
(=oververtegenwoordiging van etnische mensen onderaan) arts vlucht waardoor
ze moeten schoonmaken. Ze hebben minder kansen door positieverwerving en
toewijzing en dat leidt tot sociale ongelijkheid
- Door globalisering kunnen bedrijven ervoor kiezen om producten in lageloonlanden
laten maken. Dus de mensen die hier hun sneakers maken verliezen hun baan in
Nederland, omdat mensen het in lage loonkosten halen omdat het goedkoper is. In
de armere landen is er meer werkgelegenheid door globalisering. (Westerse landen=
Nederland). De winst gaat naar westerse landen (Nike is gevestigd in westerse
landen) sociale ongelijkheid tussen arm en rijke landen en in Nederland tussen
mensen die dat werk deden
Antiglobalisten: verzetten zich tegen een mono culturele (worden allemaal
bv kapitalistisch waardoor alle andere culturen weggaan, dus we hebben
allemaal 1 cultuur) wereld. Zij zijn tegen globalisering.
Andersglobalisten: verzetten zich tegen de huidige manier van
globalisering. Zet globalisering voor een beter klimaat voor iedereen en
niet alleen economisch maar andere gebieden.
- Bedreiging van de werkgelegenheid in eigen land
- Waardoor toename van sociale ongelijkheid
- Economisch gezien geeft globalisering ook kansen.
2. Welk verband is er tussen digitalisering(oorzaak) en sociale ongelijkheid(gevolg)
- Mensen die niet zijn opgegroeid met digitale vaardigheden gebruiken minder
computertoepassingen. Ouderen kunnen minder hun kansen vergroten omdat ze er
niet mee zijn opgegroeid. Hierdoor is er een verschil tussen jongeren en ouderen in
digitale vaardigheden. (Zij vinden gemakkelijker toegang tot informatiebronnen en
kunnen nieuwe sociale media meer gebruiken maken ervan. En zijn beter in staat hun
vaardigheden op peil te houden). Oud VS jong
- Mensen die lager opgeleid zijn hebben meer moeite om de kansen te gebruiken om
digitalisering te gebruiken. De analfabeten hebben moeite met dingen te regelen
aangezien alles vaak online gezet wordt (loketten zijn online). Onze vaardigheden zijn
een hulpbron om in de digitale wereld een weg te vinden. Lager opgeleid VS
hoogopgeleid
- Steeds meer overheidsdiensten gaan via het internet waardoor een groter verschil
tussen burger en overheid. Je kan via een loket een stukje van de overheid spreken,
maar dat gaat nu online. Studiefinanciering niet meer via duo loket maar online.
Kloof tussen overheid en burger
(Hoe globalisering sociale ongelijkheid beïnvloed)
- Globalisering
- Door globalisering neemt Interdependentie toe: onderlinge afhankelijkheid neemt
toe (sneakers: afhankelijk van lageloonlanden dat zij sneakers maken zodat je het
niet voor hoge prijs hoeft te maken)
- Door globalisering ontstaan migratiestromingen. Door globalisering kan je er heen
met voertuigen. Het is moeilijk voor stromingen hier (spreekt geen taal of
discriminatie) waardoor een etnische onderklasse ontstaat
(=oververtegenwoordiging van etnische mensen onderaan) arts vlucht waardoor
ze moeten schoonmaken. Ze hebben minder kansen door positieverwerving en
toewijzing en dat leidt tot sociale ongelijkheid
- Door globalisering kunnen bedrijven ervoor kiezen om producten in lageloonlanden
laten maken. Dus de mensen die hier hun sneakers maken verliezen hun baan in
Nederland, omdat mensen het in lage loonkosten halen omdat het goedkoper is. In
de armere landen is er meer werkgelegenheid door globalisering. (Westerse landen=
Nederland). De winst gaat naar westerse landen (Nike is gevestigd in westerse
landen) sociale ongelijkheid tussen arm en rijke landen en in Nederland tussen
mensen die dat werk deden
Antiglobalisten: verzetten zich tegen een mono culturele (worden allemaal
bv kapitalistisch waardoor alle andere culturen weggaan, dus we hebben
allemaal 1 cultuur) wereld. Zij zijn tegen globalisering.
Andersglobalisten: verzetten zich tegen de huidige manier van
globalisering. Zet globalisering voor een beter klimaat voor iedereen en
niet alleen economisch maar andere gebieden.
- Bedreiging van de werkgelegenheid in eigen land
- Waardoor toename van sociale ongelijkheid
- Economisch gezien geeft globalisering ook kansen.
2. Welk verband is er tussen digitalisering(oorzaak) en sociale ongelijkheid(gevolg)
- Mensen die niet zijn opgegroeid met digitale vaardigheden gebruiken minder
computertoepassingen. Ouderen kunnen minder hun kansen vergroten omdat ze er
niet mee zijn opgegroeid. Hierdoor is er een verschil tussen jongeren en ouderen in
digitale vaardigheden. (Zij vinden gemakkelijker toegang tot informatiebronnen en
kunnen nieuwe sociale media meer gebruiken maken ervan. En zijn beter in staat hun
vaardigheden op peil te houden). Oud VS jong
- Mensen die lager opgeleid zijn hebben meer moeite om de kansen te gebruiken om
digitalisering te gebruiken. De analfabeten hebben moeite met dingen te regelen
aangezien alles vaak online gezet wordt (loketten zijn online). Onze vaardigheden zijn
een hulpbron om in de digitale wereld een weg te vinden. Lager opgeleid VS
hoogopgeleid
- Steeds meer overheidsdiensten gaan via het internet waardoor een groter verschil
tussen burger en overheid. Je kan via een loket een stukje van de overheid spreken,
maar dat gaat nu online. Studiefinanciering niet meer via duo loket maar online.
Kloof tussen overheid en burger