Bestudeert de ruimtelijke variatie en samenhang van economische
verschijnselen.
Interactie tussen bedrijven en regio’s
3 sleutel verbanden:
› Het verband tussen geografische ‘vastheid’ en de mobiliteit van
economische vorm en praktijk.
› Het verband tussen economische actoren, strategieën en identiteiten en
de structuren / netwerken waarbinnen deze verankerd zijn.
› De ruimtelijke aard van economische vorm en praktijk en de relatie tussen
economische processen en handelingen op verschillende ruimtelijke
schaalniveaus.
Economische Geografie – Hoorcollege 2:
Parapluthema: Interactie bedrijf en regio
Diversiteit in de economie
Proces van verandering in het economisch landschap
Geografische en institutionele organisatie van economische activiteiten
Relatie met huidige college: hoe kan een onderneming tegen de laagst mogelijke
kosten en zo hoog mogelijke productie realiseren, die zo goed mogelijk
tegemoetkomt aan de behoefte van de consument? Locatietheoriëen
Bij toenemende afstand tot de markt veranderd het grondgebruik, door
transportkosten! Maximale afstand waarover boeren hun productie naar de markt
brengen.
5 aannames, Von Thünen:
- Boeren zijn economic men
- De grond rondom de stad is een isotrope vlakte (ongebruikte wildernis)
- De stad is geisoleerd, zelfvoorzienend en heeft geen externe invloeden
- De kwaliteit van de grond is overal hetzelfde, net als met klimaat.
- De boeren brengen hun goederen naar de markt via de meest directe
route
Bid-rent curve:
Intensieve veeteelt/landbouw dicht bij de markt want hoge opbrengst per
hectare, hoge productie en/of transport kosten
En extensieve veeteelt/landbouw verder van de markt want lage opbrengst per
hectare, lage productie kosten en/of transport kosten
, Von Thünen’s methode:
` LR = Y(m-c) –Ytd
› LR = locatie rent per eenheid land
› Y = opbrengst (hoeveelheid) per eenheid grond
› m = marktprijs per eenheid product
› c = productiekosten per eenheid grond
› t = transportkosten per eenheid product per mijl
› d = afstand tot de centrale markt in mijl
Door uit te gaan van een maximale afstand waarover een boer een product kan
vervoeren om het ‘rendabel’ te verkopen. Hierdoor wordt intensieve teelt dichter
bij de markt verbouwd en extensieve teelt op grotere afstand van de markt. De
grenzen van de gebruiksgebieden worden door de maximale huur die betaalt kan
worden. Dit kan gelden op het platteland, maar hetzelfde principe kan ook in de
stad worden toegepast.
Von Thünen toegepast op de stad -> Concentrisch stadsgeledingsmodel van
Burgess
› Concentrisch model van Burgess :Von Thunen in de stad! Afstand en
maximale bid rent bepalen welke functie van welke afstand van de
binnenstad komt
› Sectormodel Hoyt. Ook van Thunen, maar met ‘verstoren factoren’ zoals
invalswegen en kanalen spelen ook een belangrijke rol, waardoor de stad
‘wiggen’ krijgt
› Meerkernig model van Harris & Ulman: ook van Thunen, maar nu ook
toegevoegde exogene factoren die de vorm en planning beinvloeden
› Concentrisch model van Burgess c.a. heeft nadelen. Groei alleen aan de
rand mogelijk, of door “invasion and succession”
› Niet alle steden tonen een perfect concentrische opbouw
› Alternatieve stadsgeledingsmodellen: het sectormodel (Hoyt) en het
meerkernige model (Harris en Ullmann)
Ruimtelijke structuren:
Meerkernig model: 4 argumenten:
1. functies hebben vaak specifieke faciliteiten nodig
2. neiging van activiteiten tot ruimtelijk clusteren
3. activiteiten soms niet naast elkaar mogelijk
4. niet alle activiteiten kunnen evenveel voor de grond betalen!