Overzicht Processen
Actiepotentiaal generatie
1. Activatie van de spanningsgevoelige Na+ geleiding
2. Er stroomt meer Na+ naar binnen
3. Het membraanpotentiaal depolariseert
4. Activatie van meer Na+ geleiding
5. Meer Na+ instroom
6. Nog meer depolarisatie
7. Dit gaat door totdat de Na+ geleiding inactiveert en de K+
geleiding activeert
Synaptic vesicle cycling
1. Fusion
2. Coating
3. Budding
4. Uncoating
5. Transmitter loading
6. Mobilization
7. Docking
8. Priming
, Chemische synaps
1. Blaasjes en neurotransmitters worden gevormd, waarna de blaasjes gevuld worden
met neurotransmitters
2. Een actiepotentiaal komt aan bij de presynaptische terminal en zorgt hier voor een
depolarisatie
3. De depolarisatie van de presynaptische terminal zorgt voor de opening van
spanningsafhankelijke Ca2+-kanalen
4. Er is een grote influx van Ca2+ in de presynaptische terminal
5. De Ca2+ zorgt voor de fusie van de blaasjes met het presynaptische membraan
6. De neurotransmitters worden afgegeven aan de synaptische spleet via exocytose
7. De afgegeven neurotransmitters binden aan de receptoren op het postsynaptische
membraan
8. De postsynaptische kanalen openen/sluiten als reactie op de binding van
neurotransmitters (afhankelijk van de soort)
9. Als de kanalen geopend zijn, kunnen verschillende ionen naar binnen stromen, wat
leidt tot een postsynaptische stroom die ervoor zorgt dat het excitatoire/inhibitoire
postsynaptische potentiaal de prikkelbaarheid van de postsynaptische cel verandert
10. Neurotransmitters worden opgeruimd door gliacellen of enzymatische afbraak.
Actiepotentiaal generatie
1. Activatie van de spanningsgevoelige Na+ geleiding
2. Er stroomt meer Na+ naar binnen
3. Het membraanpotentiaal depolariseert
4. Activatie van meer Na+ geleiding
5. Meer Na+ instroom
6. Nog meer depolarisatie
7. Dit gaat door totdat de Na+ geleiding inactiveert en de K+
geleiding activeert
Synaptic vesicle cycling
1. Fusion
2. Coating
3. Budding
4. Uncoating
5. Transmitter loading
6. Mobilization
7. Docking
8. Priming
, Chemische synaps
1. Blaasjes en neurotransmitters worden gevormd, waarna de blaasjes gevuld worden
met neurotransmitters
2. Een actiepotentiaal komt aan bij de presynaptische terminal en zorgt hier voor een
depolarisatie
3. De depolarisatie van de presynaptische terminal zorgt voor de opening van
spanningsafhankelijke Ca2+-kanalen
4. Er is een grote influx van Ca2+ in de presynaptische terminal
5. De Ca2+ zorgt voor de fusie van de blaasjes met het presynaptische membraan
6. De neurotransmitters worden afgegeven aan de synaptische spleet via exocytose
7. De afgegeven neurotransmitters binden aan de receptoren op het postsynaptische
membraan
8. De postsynaptische kanalen openen/sluiten als reactie op de binding van
neurotransmitters (afhankelijk van de soort)
9. Als de kanalen geopend zijn, kunnen verschillende ionen naar binnen stromen, wat
leidt tot een postsynaptische stroom die ervoor zorgt dat het excitatoire/inhibitoire
postsynaptische potentiaal de prikkelbaarheid van de postsynaptische cel verandert
10. Neurotransmitters worden opgeruimd door gliacellen of enzymatische afbraak.