23-05-2022
Gedrag
● Belang voor de veterinair
○ Gedrag is van groot belang voor het herkennen van o.a.:
■ Ziekte- en pijngedrag.
■ Mens-dier relatie:
● Bijv. reproductiefases herkennen
● Hanteertechnieken.
■ Eerste signalen van aan- of afwezigheid van aanpassingsproblemen
→ gedragsafwijkingen en/of welzijnsproblemen.
● Gedrag is geen chaos, maar heeft een bepaald patroon of ordening.
○ Een hond die jou net sociaal heeft begroet zal hoogstwaarschijnlijk
daaropvolgend niet uitvallen en bijten.
○ Gedrag is objectief en systematisch onderzoekbaar.
● Gedrag lijkt ook doelmatig en lijkt vaak te leiden tot een oplossing van ’’een
probleem’’
○ Honger (probleem) → op jacht → vogel vangen → eten (probleem is
opgelost)
● 4 ethologische hoofdvragen geformuleerd door Tinbergen
○ WAAROM
■ WAARDOOR → vraag naar directe veroorzaking
■ WAARTOE → vraag naar functie van gedrag
○ ONTWIKKELING van gedrag tijdens het leven
○ ONTSTAAN van gedrag tijdens evolutie
○ Speciaal bij diergeneeskunde: pathologie van abnormaal gedrag
● Ultimate en proximate veroorzaking van gedrag
○ Proximate veroorzaking: WAARDOOR?
■ Welke factoren reguleren het optreden, welke werkingsmechanismen,
etc.?
○ Ultimate veroorzaking: WAARTOE?
■ Waartoe doet een dier iets? Functie?
■ Welke evolutionaire invloeden? Prooibeschikbaarheid?
■ Draagt het gedrag bij aan de succesvolle reproductie van dat dier?
Fitness?
● B.F. Skinner (USA)
○ WAARDOOR vraag
■ Veroorzaking?
○ Bestudeerde leerprocessen in laboratoria
■ Ratten in een “skinnerbox”
● Rooster met elektriciteit → je kan het dier schokken om
bepaalde dingen te leren
● Konrad Lorentz en Nico Tinbergen (Europa)
○ WAARTOE vraagfunctie?
, ○ Ontwikkeling gedrag en ontstaan van gedrag tijdens het leven en tijdens de
evolutie.
● Klinische setting: hond bijt op poot
○ Hoe ziet het eruit?
○ Wanneer vindt het plaats?
■ Contexten?
■ Interne/externe prikkels trigger?
○ Hoe is het ontstaan in leven?
○ Dient dit gedrag ergens voor, danwel wat levert het op?
■ bv. hygiëne, aandacht van de baas, lichaamseigen opiaten,
pijnverlichting
○ Achterliggende motivatie(s)?
○ Is dit normaal hondengedrag of is het abnormaal?
● Definitie van gedrag
○ Gedrag bestaat uit een stroom van gedragselementen in de tijd.
■ Gedragselement = duidelijk herkenbare afzonderlijke handelingen
(patroonmatige activiteit)
○ Gedrag = systeem waarmee dieren veranderingen in de omgeving
detecteren, filteren en hier vervolgens gepast op reageren.
■ Perifere filtering: zintuigen beperken instroom van informatie.
● Wij zijn erg visueel ingesteld, maar andere dieren gebruiken
hun andere zintuigen veel meer
○ Gedrag = Een actie die ontstaat als reactie op een bepaalde prikkel uit de
omgeving.
■ Sleutelprikkel of deblokkerende stimulus = stimuli die het gedrag kan
doen optreden
Innate releasing mechanism (IRM)
● Zintuigen → er komen een paar stimuli door → er zijn maar een paar stimuli
belangrijk → beslissen in een coördinatiecentrum wat je gaat doen → gedragsuiting
● Kenmerken van “instinctief gedrag”
○ Alle individuen vertonen ongeveer dezelfde reactie op eenzelfde
sleutelstimulus.
, ○ Het is vormvast.
○ Indien in gang gezet dan wordt het veelal ook voltooid.
○ Aangeleerde aspecten zijn gering van invloed.
● Gedragsketens: gedragselementen niet willekeurig
○ Bepaalde stimuli roepen soms een keten van gedragingen op met een min of
meer vaste volgorde = gedragsketen.
○ Gedragsketen kan min of meer automatisch verlopen.
● Deblokkerende stimulus → belangrijkste stimulus dat voor gedrag zorgt
● Inhiberende stimulus → een stimulus wat bepaald gedrag voorkomt
● Sturende stimulus → nadat het gedrag is aangezet kan een stimulus het een klein
beetje aanpassen
● Supernormale stimulus → voorkeur geven aan een grotere stimulus, boven een
andere stimulus (rodere buis, groter ei, etc.)
○ Humaan: rode lippenstift
● Motivatie = wisselende gedragsbereidheid
○ Deblokkering door een sleutelprikkel gebeurt niet zomaar en niet altijd.
○ Ergens afwegingsmoment waarin belang van diverse in- en uitwendige
prikkels wordt gewogen.
■ Bv: honger vs aanwezigheid van een roofdier.
● Grootte van motivatie
○ Grootte van verschil tussen actuele waarde en normwaarde = “deficiëntie” →
grootte van te verwachte beloning
■ “Reward is the currency of the brain” - Cabanac.
○ Waar? Beslissingscentrum is het beloningssysteem in de hersenen.
■ Beloningssysteem = limbisch systeem
● Hippocampus, hypothalamus, amygdala en neocortex
● Feedbacksysteem
○ Honger → eten → stoppen met eten als je vol zit
● Normwaarden = homeostase & allostase
○ Homeostase: continu in evenwicht hebben/houden van fysiologische maten
○ Allostase: de gedrags inzet om de homeostase te bereiken
○ Normen zijn soms inflexibel (b.v. bloedsuikergehalte, leptine, bloeddruk),
maar kunnen tot op zekere hoogte ook flexibel zijn.
○ Instelling van normen door:
■ Genetische invloeden
■ Hormonen
, ■ Leerervaringen
○ Een gedragsnorm
■ Voorbeeld: verschillende hondenrassen hebben verschillende mate
van intolerantie bij territoriale indringers
● Hondenrassen hadden vroeger andere functies
■ Voorbeeld: reactie van zebra haremhengst op het weglopen van één
van zijn merries van de harem
● De norm wordt bepaald door de afstand
● Factoren die motivatie beïnvloeden
○ O.a. territorium, daglicht, bronst van partner, effecten van leren, stress,
vermoeidheid, ziekte, etc..
● Onderzoek: meten van motivatie
○ Standaard stimulus aanbieden en reactietijd vaststellen
○ Reactiesterkte = intensiteit van gedrag
○ Meten van drempelwaarde
■ Vacuümactiviteit: drempelwaarde = 0 (geen stimulatie nodig)
● Als het gedrag al uitgevoerd wordt zonder dat er een stimulus
is
○ Bv. stofbaden van kippen op een betonnen vloer
(zonder stof)
○ Meten van uiterlijke kenmerken
■ Bv. opzetten van kuif
○ Vaststellen van hoeveelheid aversieve stimulatie dat een dier bereid is te
doorstaan
■ Mannetjes rat wil naar het vrouwtje, maar moet over een onder stroom
staand rooster
● Mate van stroom + mate van bereidheid om naar het vrouwtje
te gaan → zegt iets over seksuele motivatie van de rat
Hoe weten we wat dieren leuk vinden, willen en nodig hebben?
● Consumer-demand tests:
○ Ask the animal: “How much energy will you invest for this resource
[wanting]?”
■ Veel energie willen geven → essenstieel gedrag