100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting literatuur 2.5C Deviantie en Criminaliteit in de Stad

Rating
-
Sold
-
Pages
45
Uploaded on
10-07-2022
Written in
2021/2022

Sturing in de hedendaagse samenleving SAMENVATTING HOORCOLLEGES ELISA GROOTHUIS Hoorcollege 1: Overheidstoezicht Dit vak gaat over de externe effecten van economische activiteiten. Deze externe effecten kunnen ‘lokaal’ of ‘grensoverschrijdend’ zijn en ‘incidenteel’ en ‘operationeel’ zijn. In dit vak focussen we op de sturing van deze externe effecten. Door wie moeten die worden bestuurd? 1. Horizontale sturingsverantwoordelijkheid: ook niet statelijke actoren betrokken bij sturing. 2. Verticale sturingsverantwoordelijkheid: nationaal en internationale sturing. Vandaag in college: 1. Hoe wordt er in de vier beleidstheorieën gedacht over de manier waarop toezichthouders naleving tot stand kunnen brengen? 2. Op welke veronderstellingen zijn deze vier beleidstheorieën gebaseerd? 3. In welke opzichten zijn deze veronderstellingen al dan niet houdbaar? Geen één is houdbaar (de ultieme oplossing) Verschillende beleidstheorieën: 1. Criminalisering van bedrijven (Pearce & Tombs, 1990) Vergelijkt straatcriminaliteit met bedrijfscriminaliteit. Je ziet dat straatcriminaliteit de laatste jaren is afgenomen terwijl de straffen zijn toegenomen. Straatcriminaliteit wordt dus steeds strenger bestraft terwijl aan de andere kant bedrijfscriminaliteit heel mild wordt bestraft (er wordt daar juist heel erg ingezet op ‘zelfregulering’. Auteurs stellen dus dat het niet persé gaat over regelovertreding maar eerder over pure criminaliteit. Het idee dat er sprake is van criminaliteit bij bedrijven is niet nieuw maar bestaat al heel lang. - Wat verklaart bedrijfscriminaliteit en de acceptatie ervan? Dit perspectief benadrukt de kapitalistische logica van bedrijven en stelt dat bedrijfscriminaliteit hierdoor wordt geaccepteerd. Door de hegemoniale macht van bedrijven kan die kapitalistische logica worden doorgevoerd. Omdat bedrijven zoveel macht hebben kunnen ze als het ware ‘hun belangen’ doorvoeren als zijnde goed voor de samenleving. Vandaar dat bedrijven zo machtig zijn om het idee te verspreiden dat overheidsregulering niet wenselijk is voor de samenleving. - Het politieke klimaat volgens Marxisten: Dit perspectief zegt dat het bovengenoemde effect steeds groter is geworden. Dus het bedrijfsleven komt veel vaker weg met de negatieve externe effecten die zij veroorzaakt. Dat komt omdat sinds de ’80 steeds meer het idee heerst dat het bedrijfsleven in staat is om maatschappelijke problemen aan te pakken. De overheid accepteert dus dat ze zich alleen in het uiterste geval met de problemen mag bemoeien. Zij accepteert dus haar kleine rol in de sturing. 1. Er zal dus altijd een handhavingstekort zijn waardoor risicogestuurd toezicht onvermijdelijk is (dwz acceptatie van risicos’). 2. Evenals het delen van toezichtsverantwoordelijkheden met het bedrijfsleven (dus bedrijfsleven moet ook meesturen). 3. Wat niet alleen wenselijk, maar ook haalbaar is omdat bedrijven de morele betrokkenheid hebben om risico’s te voorkomen en beheersen (meer middelen en het bedrijfsleven heeft dus steeds meer aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen dus het is ook haalbaar). - Beleidsadvies van Marxisten: Bovengenoemde politieke klimaat is niet wenselijk volgens de Marxisten: 1. Sterke staat 2. Sterke vakbonden 3. Persoonlijk vervolging: bedrijven bestraffen is niet persoonlijk genoeg. 4. Strafrechtelijke i.p.v. bestuursrechtelijke vervolging: harde straffen. De aanpak in dit beleidsperspectief is dus gericht op bestraffen en sanctioneren. - Haalbaarheid/ werkzaamheid: Dit onderzoek toont aan dat bestraffing niet altijd werkt om de mate van naleving van regelgeving te vergroten. Toont juist een averechtse werking. Wat meespeelt in de werking van bestraffing, kan worden gekeken naar de motieven van werknemers: o Normatief gemotiveerd (intrinsiek gemotiveerd): straffen werkte niet goed. Als je betrokken bent en gestraft wordt, heb je minder de neiging om nog betrokken te zijn en ga je je ook eerder als een crimineel gedragen (stigmatisering werkt averechts). o Instrumenteel gemotiveerd (extrinsiek gemotiveerd): straffen werkte wel goed. Als je rationeel calculerend te werk gaat (kosten baten analyse maakt van regelovertreding) werkt straffen wel want dan wordt de pakkans (dus de kosten) groter. Deze werking geldt ook voor individuele burgers: o Sociale bindingen: bij iemand met veel sociale bindingen werkt straffen goed (meer te verliezen). o Morele remmingen: bij iemand veel morele remmingen heeft dan werkt straffen niet goed (dan zien ze het al als een plicht om regels na te leven). o Impulsiviteit: dan werkt straffen minder aangezien mensen alleen kijken naar de korte termijn. o Positie in sociaa

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 10, 2022
Number of pages
45
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Sturing in de
hedendaagse
samenleving
SAMENVATTING HOORCOLLEGES
ELISA GROOTHUIS

,Hoorcollege 1:
Overheidstoezicht
Dit vak gaat over de externe effecten van economische activiteiten. Deze externe effecten kunnen
‘lokaal’ of ‘grensoverschrijdend’ zijn en ‘incidenteel’ en ‘operationeel’ zijn. In dit vak focussen we op
de sturing van deze externe effecten. Door wie moeten die worden bestuurd?

1. Horizontale sturingsverantwoordelijkheid: ook niet statelijke actoren betrokken bij sturing.
2. Verticale sturingsverantwoordelijkheid: nationaal en internationale sturing.

Vandaag in college:

1. Hoe wordt er in de vier beleidstheorieën gedacht over de manier waarop toezichthouders
naleving tot stand kunnen brengen?
2. Op welke veronderstellingen zijn deze vier beleidstheorieën gebaseerd?
3. In welke opzichten zijn deze veronderstellingen al dan niet houdbaar? Geen één is houdbaar
(de ultieme oplossing)

Verschillende beleidstheorieën:

1. Criminalisering van bedrijven (Pearce & Tombs,
1990)
Vergelijkt straatcriminaliteit met bedrijfscriminaliteit. Je ziet dat straatcriminaliteit de laatste jaren is
afgenomen terwijl de straffen zijn toegenomen. Straatcriminaliteit wordt dus steeds strenger bestraft
terwijl aan de andere kant bedrijfscriminaliteit heel mild wordt bestraft (er wordt daar juist heel erg
ingezet op ‘zelfregulering’. Auteurs stellen dus dat het niet persé gaat over regelovertreding maar
eerder over pure criminaliteit. Het idee dat er sprake is van criminaliteit bij bedrijven is niet nieuw
maar bestaat al heel lang.


- Wat verklaart bedrijfscriminaliteit en de acceptatie ervan?
Dit perspectief benadrukt de kapitalistische logica van bedrijven en stelt dat
bedrijfscriminaliteit hierdoor wordt geaccepteerd. Door de hegemoniale macht van
bedrijven kan die kapitalistische logica worden doorgevoerd. Omdat bedrijven zoveel
macht hebben kunnen ze als het ware ‘hun belangen’ doorvoeren als zijnde goed voor de
samenleving. Vandaar dat bedrijven zo machtig zijn om het idee te verspreiden dat
overheidsregulering niet wenselijk is voor de samenleving.

- Het politieke klimaat volgens Marxisten:
Dit perspectief zegt dat het bovengenoemde effect steeds groter is geworden. Dus het
bedrijfsleven komt veel vaker weg met de negatieve externe effecten die zij veroorzaakt.
Dat komt omdat sinds de ’80 steeds meer het idee heerst dat het bedrijfsleven in staat is
om maatschappelijke problemen aan te pakken. De overheid accepteert dus dat ze zich
alleen in het uiterste geval met de problemen mag bemoeien. Zij accepteert dus haar
kleine rol in de sturing.
1. Er zal dus altijd een handhavingstekort zijn waardoor risicogestuurd
toezicht onvermijdelijk is (dwz acceptatie van risicos’).

, 2. Evenals het delen van toezichtsverantwoordelijkheden met het
bedrijfsleven (dus bedrijfsleven moet ook meesturen).
3. Wat niet alleen wenselijk, maar ook haalbaar is omdat bedrijven de
morele betrokkenheid hebben om risico’s te voorkomen en beheersen
(meer middelen en het bedrijfsleven heeft dus steeds meer aandacht
voor maatschappelijk verantwoord ondernemen dus het is ook haalbaar).

- Beleidsadvies van Marxisten:
Bovengenoemde politieke klimaat is niet wenselijk volgens de Marxisten:
1. Sterke staat
2. Sterke vakbonden
3. Persoonlijk vervolging: bedrijven bestraffen is niet persoonlijk genoeg.
4. Strafrechtelijke i.p.v. bestuursrechtelijke vervolging: harde straffen.

De aanpak in dit beleidsperspectief is dus gericht op bestraffen en sanctioneren.

- Haalbaarheid/ werkzaamheid:
Dit onderzoek toont aan dat bestraffing niet altijd werkt om de mate van naleving van
regelgeving te vergroten. Toont juist een averechtse werking. Wat meespeelt in de
werking van bestraffing, kan worden gekeken naar de motieven van werknemers:
o Normatief gemotiveerd (intrinsiek gemotiveerd): straffen werkte niet goed. Als
je betrokken bent en gestraft wordt, heb je minder de neiging om nog betrokken
te zijn en ga je je ook eerder als een crimineel gedragen (stigmatisering werkt
averechts).
o Instrumenteel gemotiveerd (extrinsiek gemotiveerd): straffen werkte wel goed.
Als je rationeel calculerend te werk gaat (kosten baten analyse maakt van
regelovertreding) werkt straffen wel want dan wordt de pakkans (dus de kosten)
groter.

Deze werking geldt ook voor individuele burgers:

o Sociale bindingen: bij iemand met veel sociale bindingen werkt straffen goed
(meer te verliezen).
o Morele remmingen: bij iemand veel morele remmingen heeft dan werkt straffen
niet goed (dan zien ze het al als een plicht om regels na te leven).
o Impulsiviteit: dan werkt straffen minder aangezien mensen alleen kijken naar de
korte termijn.
o Positie in sociaal netwerk: centrale plek in het netwerk dan werkt het beter om
te straffen.
o

2. Reintegrative shaming (makkai & Braithwaite,
1994b)
Kritiek op perspectief 1: Desintegrative shaming (criminalisering van bedrijven - je bent per definitie
niet te vertrouwen) leidt tot uitsluiting. Dat betekent dat bedrijven buiten de sociale context worden
geplaatst en het idee is dat dat averechts werkt. De overtreding staat dan dus niet los van de
persoon.

, Reintegrative shaming richt zich op het afkeuren van de overtreding maar niet van de persoon die de
overtreding begaat. De overtreding staat dan dus los van de persoon waardoor geen sociale
uitsluiting plaatsvindt. Zo behoudt je dus respect voor de overtreder. Je ziet dus dat hier een ander
idee heerst dan bij het eerste beleidsperspectief. Bedrijven maken niet alleen kosten-batenanalyses
maar vanuit reintegrative shaming wordt veronderstelt dat bedrijven ook normatief gemotiveerd zijn
(en behoefte hebben aan sociale acceptatie). Bedrijven zijn dus bereid om zich aan sociale normen te
houden. Dus ander idee over waarom mensen bereid zijn om regels na te leven. Mensen kunnen ook
bereid zijn om regels na te leven door: (1) Schaamte en spijt, (2) Roddelen over regelovertreding
door anderen (is positief omdat daardoor de normen worden bevestigd), (3) Interdependentie/
sociale cohesie (hoe meer sociale cohesie/ binding, hoe beter reintegrative shaming werkt).

- Haalbaarheid/ werkzaamheid:
Uit onderzoek blijkt dat reintegrative shaming beter werkt bij ‘wederzijdse
afhankelijkheid’ (sociale cohesie). Het blijkt dat reïntergrative shaming dus beter werkt in
situaties waarin sprake is van wederzijdse afhankelijkheid/ herhaaldelijke samenwerking.

- Tekortkomingen toetsing Makkai & Braithwaite:
Tekortkoming is dat de verklaringsmechanismen (spijt, schaamte, roddelen) zijn
verondersteld en niet zijn gemeten. Wanneer dat wel gemeten wordt blijkt dat
reintegrative shaming net zoals desintegrative shaming leidt tot meer schuld en
schaamtegevoelens. De uitkomst van dit onderzoek betekent echter niet dat je niet kan
zeggen dat sociale normen belangrijk zijn voor de naleving door individuen. Het
aanspreken van mensen op hun normen is wel degelijk belangrijk, vooral in ambigue
situaties waarin mensen zoeken naar houvast.

Reïntegrative shaming biedt dus geen probleemloos alternatief voor desintegrative
shaming/ criminalisering van bedrijven. Toch zijn sociale normen wel belangrijk voor
naleving. Hoe kunnen zij dus wel worden geactiveerd?
o Je kunt laten zien dat het moreel verdienstelijk is om regels na te leven.
o Naming en shaming: publiceren van overtreders.

3. De handhavingspyramide (Ayres & Braithwaite, 1992)

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
SMARTDOCS Cambridge University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
29
Member since
3 year
Number of followers
27
Documents
144
Last sold
1 year ago
SmartDocs

Latest exam pack questions and answers and summarized notes for exam preparation. for assistance. All the best on your exams!! Thanks for visiting my store !!

3.7

7 reviews

5
3
4
1
3
2
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions