Scheikunde Hoofdstuk 13 Duurzame chemie
De 12 principes van groene chemie:
1. Preventie
Afval voorkomen.
2. Atoomeconomie
Grondstoffen zoveel mogelijk in eindproduct omzetten.
3. Schonere productie
Minder schade aan mensen en milieu.
4. Veiliger stoffen
Stoffen met minder schade aan mens en milieu gebruiken.
5. Veiliger oplosmiddelen
Oplosmiddelen vermijden en beperken.
6. Energie-efficiënte productiemethoden
Lager energieverbruik door productie bij lage temperatuur en druk en hergebruik energie.
7. Hernieuwbare grondstoffen
Zoveel mogelijk recycling van (schaarse) grondstoffen.
8. Minder processtappen
Minder stappen zodat er minder bijproducten en minder afval ontstaan.
9. Katalyse
Efficiëntere processen door gebruik katalysator.
10. Productie afbreekbare stoffen
Stoffen zijn afbreekbaar tot stoffen die niet giftig zijn en niet ophopen in het milieu.
11. Procescontrole
Tijdig ongewenste bijproducten signaleren.
12. Minder risico
De kans op ongelukken verkleinen.
Atoomeconomie = Massa product : Massa beginstoffen × 100%
Een zo hoog mogelijk percentage, want je wilt zo min mogelijk afvalstoffen.
Rendement = Werkelijke opbrengst : Theoretische opbrengst × 100%
E-factor = Massa begin – Massa opbrengst : Massa product = Mafval : Mproduct → Zo laag mogelijke
E-factor, want je wilt zo weinig mogelijk afval.
Het beste product:
- Soort met het hoogste percentage rendement.
- Veiligste stof (Bijvoorbeeld O2 of Cl2)
Om-esteren → Bij om-esteren reageert de drievoudige ester met methanol. Hierbij ontstaan glycerol
en de mono-ester van methanol en de vetzuren. → Biodiesel
Stookwaarde = Geeft aan hoeveel energie een brandstof levert.
C/H-Verhouding = De verhouding van het aantal C en H atomen in de brandstof. → Hoe hoger,
hogere stookwaarde.
Voor beide geldt, hoe hoger, hoe hoger de CO2-uitstoot.
Pyrolyse = Een vorm van thermolyse. → Biomassa verhitten, zonder dat er zuurstof bij komt.
De 12 principes van groene chemie:
1. Preventie
Afval voorkomen.
2. Atoomeconomie
Grondstoffen zoveel mogelijk in eindproduct omzetten.
3. Schonere productie
Minder schade aan mensen en milieu.
4. Veiliger stoffen
Stoffen met minder schade aan mens en milieu gebruiken.
5. Veiliger oplosmiddelen
Oplosmiddelen vermijden en beperken.
6. Energie-efficiënte productiemethoden
Lager energieverbruik door productie bij lage temperatuur en druk en hergebruik energie.
7. Hernieuwbare grondstoffen
Zoveel mogelijk recycling van (schaarse) grondstoffen.
8. Minder processtappen
Minder stappen zodat er minder bijproducten en minder afval ontstaan.
9. Katalyse
Efficiëntere processen door gebruik katalysator.
10. Productie afbreekbare stoffen
Stoffen zijn afbreekbaar tot stoffen die niet giftig zijn en niet ophopen in het milieu.
11. Procescontrole
Tijdig ongewenste bijproducten signaleren.
12. Minder risico
De kans op ongelukken verkleinen.
Atoomeconomie = Massa product : Massa beginstoffen × 100%
Een zo hoog mogelijk percentage, want je wilt zo min mogelijk afvalstoffen.
Rendement = Werkelijke opbrengst : Theoretische opbrengst × 100%
E-factor = Massa begin – Massa opbrengst : Massa product = Mafval : Mproduct → Zo laag mogelijke
E-factor, want je wilt zo weinig mogelijk afval.
Het beste product:
- Soort met het hoogste percentage rendement.
- Veiligste stof (Bijvoorbeeld O2 of Cl2)
Om-esteren → Bij om-esteren reageert de drievoudige ester met methanol. Hierbij ontstaan glycerol
en de mono-ester van methanol en de vetzuren. → Biodiesel
Stookwaarde = Geeft aan hoeveel energie een brandstof levert.
C/H-Verhouding = De verhouding van het aantal C en H atomen in de brandstof. → Hoe hoger,
hogere stookwaarde.
Voor beide geldt, hoe hoger, hoe hoger de CO2-uitstoot.
Pyrolyse = Een vorm van thermolyse. → Biomassa verhitten, zonder dat er zuurstof bij komt.