100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Seneca maatschappijwetenschappen: module onderzoek. Samenvatting hoofdstuk 1 t/m 3

Rating
-
Sold
-
Pages
5
Uploaded on
04-07-2022
Written in
2021/2022

een samenvatting met begrippen en andere belangrijke informatie over module onderzoek van seneca

Level
Course

Content preview

Maatschappijwetenschappen samenvatting hoofdstuk 1

1.1

Het tipje van de sluier oplichten (door middel van de samenleving, de natuur of de wetenschap) heet
volgens een van de eerste sociologen onttovering. Oftewel de taak van de wetenschap is het
opheffen van illusies en het aantonen van ‘dat wat is’. Wetenschappelijke kennis dient om te
begrijpen en als basis om te handelen.

Verschillen tussen sociale en natuurwetenschappen:

1. De sociale werkelijkheid is veranderd, de natuurlijke werkelijkheid minder.
Natuurwetenschappelijke onderzoekers worden overal met dezelfde werkelijkheid
geconfronteerd, natuurwetten zijn altijd en overal het zelfde en altijd geldig en de opgedane
kennis is cumulatief. Een samenleving (bestudeerd door sociale wetenschappers) kent zijn
eigen wetmatigheden, een studie van een samenleving levert kennis op over die samenleving
in die bepaalde tijd, niet in een andere samenleving of in een andere tijd. Wel kun je
onderzoek doen naar verschillende samenlevingen en deze met elkaar vergelijken,
comparatief of vergelijkend onderzoek.
2. Natuurwetten kunnen niet afgeschaft worden, sociale wetten wel. Er is wederzijdse
beïnvloeding van mens en samenleving. Het is de vraag of de sociale wetmatigheden die we
vinden a) onveranderd zullen blijven b) in alle samenlevingen werkzaam zullen zijn c) of alle
actoren zich ernaar zullen schrikken.
3. Je mag en kan niet zomaar met de samenleving experimenteren, in de natuur vinden we dat
wel goed.

1.2

Het aantonen van ‘dat wat is’ vraagt om objectief onderzoek, dat wil zeggen onbevooroordeeld,
zonder zich door eigen voorkeur te laten beïnvloeden. Objectief staat tegen over subjectief
(persoonlijk). De taak van de onderzoeker is dus om te laten zien wat er is, niet wat hij of zij vindt. De
objectiviteit van wetenschappelijk onderzoek kan door een aantal factoren worden beperkt:

1. Het referentiekader van de wetenschapper zelf
2. Gewenste uitkomsten van een opdrachtgever
3. De beïnvloedbaarheid van de onderzoeksobjecten

Sociaal wetenschappelijk onderzoek behoort zo objectief mogelijk te zijn en geen waarde debatten
(debatten over wat goed is of wat niet) op te lossen. Er zijn dus bedreigingen voor de objectiviteit van
wetenschap, intern (in de wetenschap zelf) en extern (in de opdracht of latere gebruik van
onderzoek). Als oplossing voor deze bedreiging heeft de wetenschap regels opgesteld:

1. Helderheid van definities. Het duidelijk aangeven wat je bedoelt met de begrippen die je
gebruikt in je onderzoeksvraag.
2. Verwerken van bestaand onderzoek. Voordat je begint met je eigen onderzoek in de sociale
werkelijkheid, je uitzoekt wat voor onderzoek er al gedaan is door andere wetenschappers
op jouw onderzoeksterrein. ‘bouwen op de schouders van je voorgangers’. Je gebruikt delen
van dit onderzoek ook actief voor jouw onderzoek.
3. Goede meetmethodes. Meetinstrumenten gebruiken die passen bij jouw onderzoeksvraag.
4. Transparantie. Beschrijven van je hele onderzoeksproces precies. Goede controle kwaliteit
van je onderzoek en op eventuele fraude. Transparantie gaat ook over de helderheid van je
referentie kader. Het benoemen vanuit het paradigma van waaruit je onderzoek doet.

, 5. Herhaalbaarheid van onderzoek. Het herhalen van een onderzoek.

1.3

Je onderzoek begint met een vraag (hoofdvraag, deelvragen). Je gaat eerdere theorie bekijken,
hierover stel je een hypothese. Nu ga je je eigen onderzoek organiseren. Daarna ga je gegevens
verwerken en per deelvraag analyseren. Vervolgens schrijf je een conclusie over je hoofd en deel
vragen.

Maatschappijwetenschappen samenvatting hoofdstuk 2 de probleemstelling

2.1 de doelstelling van een onderzoek

Bij onderzoek is het belangrijk te kijken wat het doel van het onderzoek is. We onderscheiden in
wetenschappelijk onderzoek kennisproblemen en praktijkproblemen. De bedoeling is dat het
onderzoek bijdraagt aan de oplossing van één van beiden of van beiden.

- Onderzoek naar kennisproblemen noemen we fundamenteel onderzoek, gericht op het
ontwikkelen en uitbreiden van wetenschappelijke kennis. De kennis die uit het onderzoek
komt noemen we wetenschappelijk relevant; belangrijk voor de wetenschap en komt vaak
wordt uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid.
- Onderzoek naar maatschappelijk of organisatieproblemen noemen we praktijkgericht
onderzoek. Het doel hiervan is kennis aan te dragen die bij kan dragen aan de oplossing van
een maatschappelijk probleem ; een probleem van bepaalde groepen in de samenleving. De
kennis die uit dit soort onderzoek komt noemen we maatschappelijk relevant.
- Er is ook gecombineerd onderzoek. (praktijkdoel en wetenschappelijk kennisdoel)

Fundamenteel onderzoek beslaan vaak meerdere jaren, dit noemen we longitudinaal onderzoek.
Maar ook in praktijk gericht en combinatie onderzoek zien we longitudinaal onderzoek. Het meeste
sociaalwetenschappelijke onderzoek is kortdurend (van een paar maanden tot 1-4 jaar) en daarmee
en stuk goedkoper. De vraagstelling van deze onderzoeken is dan wel kleiner.

2.2 soorten vragen en onderzoek

We kennen verschillende soorten vragen:

1. Beschrijvende vragen stel je als jee maatschappelijk vraagstuk wilt inventariseren.
Beschrijvende vragen beginnen vaak met ‘hoe’, ‘waar’ of ‘wanneer’. ‘hoe zijn de inkomsens
verdeeld in Nederland’.
2. Verklarende vragen zijn oorzaak-gevolg vragen. Je probeert of de oorzaak te vinden voor een
bepaald verschijnsel of je wilt weten wat het gevolg is van een bepaald verschijnsel.
Verklarende vragen beginnen vaak met ‘waarom’, waardoor’ of ‘hoe komt het dat’. ‘waarom
komt onder jongens meer criminaliteit voor dan onder meisjes’.
3. Vergelijkende vragen zijn vragen waarin bijvoorbeeld beleid of verschijnselen in
verschillende landen in verschillende momenten in de tijd met elkaar worden vergeleken.
‘wat zijn de verschillen tussen de Nederlandse en Britse publieke omroep?’
4. Exploratieve vragen zijn ontdekkende, verkennende vragen. Soms doe je onderzoek naar
verschijnselen die helemaal nieuw/ waar je nog niks over weet zijn.
5. Evaluatieve vragen worden vaak gesteld in onderzoeken naar het ontwerp, de opzet, de
toepassing, de nut, het effect. ‘is het beleid succesvol geweest?’

2.3 de Probleemstelling: onderzoeksvraag; hoofd- en deelvragen

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1 t/m 3
Uploaded on
July 4, 2022
Number of pages
5
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

$5.22
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
metaelberts

Get to know the seller

Seller avatar
metaelberts
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions