Sensomotorische coördinatie
College 1 – Algemene inleiding
Ledematen afstemmen op elkaar: coördinatie spieractiviteit noodzakelijk
Coördinatie tussen ledematen, spieren (lichaam), omgeving, etc.
Stoornissen: coördinatie aangetast
Kinematica: weergeven hoe bewegingen eruit zien.
We bewegen nooit precies op dezelfde manier, doordat:
1. Doel
2. Persoon (ervaring, oefening, beperking, etc.)
3. Omgeving (ruimte, ondergrond, wind, licht, etc.)
Hetzelfde signaal van hersenen naar spier kan verschillende effecten hebben op
spieractiviteit.
Context-bepaalde variabiliteit: motorische commando’s hebben niet steeds hetzelfde
effect, omdat de omstandigheden steeds (een beetje) anders zijn
- Geen 1-op-1 correspondentie (wel bv. op piano)
Commando’s moeten afgestemd zijn op toestand van het bewegingsapparaat en de
omgeving, nodig: sensorische informatie (zintuigen).
mens Omgeving
CZS Info
Sensorische
informatie van
eigen beweging
(perceptie-actie
SSS lus)
F
SSS = spier skelet systeem
F: actie = reactie
Sensomotorische integratie (perceptie-actie lus)
Omgeving zintuigen
Spieren
,Ex-afferentie
Re-afferentie
Efferent: afvoerend, van het zenuwstelsel af
Afferent: aanvoerend, naar het zenuwstelsel toe
Re-afferentie: informatie t.g.v. zelf uitgevoerde beweging
Ex-afferentie: informatie over omgeving, die niet het gevolg is van zelf uitgevoerde
beweging
Perifere neuropathie: efferente banen werken nog wel, alleen geen gevoel meer
(spieren werken nog wel)
- Geen re-afferentie (geen sensorische feedback)
Zonder sensorische feedback (= re-afferentie):
Open lus controle (‘open loop’)
Gewenste waarde Spierskelet
Regelaar (CZS) Gerealiseerde
Systeem waarde
Invers model
feedforward
Motorisch commando afgestemd op eigenschappen van SSS: regelaar gebruikt
‘invers model’
Geen correcties bij fouten of verstoringen
Motorisch commando kan van tevoren wél worden afgestemd op de situatie feed
forward-controle.
Invers model:
Welke commando’s? INVERS model gewenste output
Invers model: representatie van eigenschappen van
- Het systeem (bv. lengte/gewicht ledematen; werklijnen spieren)
- En evt. context (bv. tennisracket)
Representative eigenschappen system + context
- Past zich aan en leert over de tijd
- Cerebellum (kleine hersenen)
Feedback-controle: struikelen waarneming correctie
- Wél re-afferente informatie
, Gesloten-lus-controle (‘closed loop’) = feedback controle
Negatieve feedback-lus: zorgt voor verkleining van de fout
Open-lus-controle: geen gebruik van re-afferente info; geen bijsturing
- Voordeel: snel
- Nadeel: geen correcties bij fouten en verstoringen
Gesloten-lus-controle: bijsturing op basis van sensorische (re-afferente) feedback
- Voordeel: correcties bij fouten/verstoringen; nauwkeuriger
- Nadeel: kost meer tijd
Meestal: gesloten-lus-controle
Open-lus controle alleen bij ziekten/verstoringen of extreem snelle bewegingen.
College 1 – Algemene inleiding
Ledematen afstemmen op elkaar: coördinatie spieractiviteit noodzakelijk
Coördinatie tussen ledematen, spieren (lichaam), omgeving, etc.
Stoornissen: coördinatie aangetast
Kinematica: weergeven hoe bewegingen eruit zien.
We bewegen nooit precies op dezelfde manier, doordat:
1. Doel
2. Persoon (ervaring, oefening, beperking, etc.)
3. Omgeving (ruimte, ondergrond, wind, licht, etc.)
Hetzelfde signaal van hersenen naar spier kan verschillende effecten hebben op
spieractiviteit.
Context-bepaalde variabiliteit: motorische commando’s hebben niet steeds hetzelfde
effect, omdat de omstandigheden steeds (een beetje) anders zijn
- Geen 1-op-1 correspondentie (wel bv. op piano)
Commando’s moeten afgestemd zijn op toestand van het bewegingsapparaat en de
omgeving, nodig: sensorische informatie (zintuigen).
mens Omgeving
CZS Info
Sensorische
informatie van
eigen beweging
(perceptie-actie
SSS lus)
F
SSS = spier skelet systeem
F: actie = reactie
Sensomotorische integratie (perceptie-actie lus)
Omgeving zintuigen
Spieren
,Ex-afferentie
Re-afferentie
Efferent: afvoerend, van het zenuwstelsel af
Afferent: aanvoerend, naar het zenuwstelsel toe
Re-afferentie: informatie t.g.v. zelf uitgevoerde beweging
Ex-afferentie: informatie over omgeving, die niet het gevolg is van zelf uitgevoerde
beweging
Perifere neuropathie: efferente banen werken nog wel, alleen geen gevoel meer
(spieren werken nog wel)
- Geen re-afferentie (geen sensorische feedback)
Zonder sensorische feedback (= re-afferentie):
Open lus controle (‘open loop’)
Gewenste waarde Spierskelet
Regelaar (CZS) Gerealiseerde
Systeem waarde
Invers model
feedforward
Motorisch commando afgestemd op eigenschappen van SSS: regelaar gebruikt
‘invers model’
Geen correcties bij fouten of verstoringen
Motorisch commando kan van tevoren wél worden afgestemd op de situatie feed
forward-controle.
Invers model:
Welke commando’s? INVERS model gewenste output
Invers model: representatie van eigenschappen van
- Het systeem (bv. lengte/gewicht ledematen; werklijnen spieren)
- En evt. context (bv. tennisracket)
Representative eigenschappen system + context
- Past zich aan en leert over de tijd
- Cerebellum (kleine hersenen)
Feedback-controle: struikelen waarneming correctie
- Wél re-afferente informatie
, Gesloten-lus-controle (‘closed loop’) = feedback controle
Negatieve feedback-lus: zorgt voor verkleining van de fout
Open-lus-controle: geen gebruik van re-afferente info; geen bijsturing
- Voordeel: snel
- Nadeel: geen correcties bij fouten en verstoringen
Gesloten-lus-controle: bijsturing op basis van sensorische (re-afferente) feedback
- Voordeel: correcties bij fouten/verstoringen; nauwkeuriger
- Nadeel: kost meer tijd
Meestal: gesloten-lus-controle
Open-lus controle alleen bij ziekten/verstoringen of extreem snelle bewegingen.